Hoofdtekst
Er was er es een dominee - maar het is al heel lang geleden, wat ik je vertel - en die had een knecht. Die knecht was erges aars vandaan ekommen en had zich zoomaar an epresenteerd. Nou, hij beviel goed, maar een ding was er wat vreemd, want hij wou nooit zijn naam zegge.
Nou most de dominee voor een tijdje van huis, dat hij zeit: "Jan" (zoo was z'n voornaam) "nou most je mijn toch er's zegge, hoe je eigenlijk hiette, want als ik je nou ers schrijve wil of zukkezijn, dan zou ik het niet weten."
"Nou dominee," zeit ie, "ik wil het wel zegge, maar uwe moet me niet verklappen van wegens de gemeenigheid."
Dat beloofde de dominee en toe bekende nie dat hij Jan Vijf Vingers In Den Naars hiette.
Maar domineesvrouw was ook aan 't klooken eweest en teuge die zeidie dat zijn [naam] van Jan Klauw Me Ders was. En de meid had ie wijs gemaakt dat ie Jan Zoen Me Ders hiette.
Om den tot de zaak te komme: dominee gong met zijn femilie op reis en bleef een poossie weg. Toe ie weerom kwam, had Jan hem gesmeerd en een goeje peut geld mee enomen. Ze gonge natuurlijk dadelijk op erlui zoek, maar Jan was weg en bleef weg, en het geld kreeg ie niet weerom.
Maar wat gebeurt? Op een goede zondag, jaren later, net onder de preek, komt Jan op het dorp. Hij had langst om dominee nog ers te zien, dus hij stapt de kerk in. De meid ziet hem het eerst.
Die zat naast de juffrouw en zei: "Juffrouw, juffrouw, Zoen Me Ders."
"Ben je mal," zei domineesvrouw, "hier midden in de kerk."
Een poos later kreeg zij zelf hem in 't oog en zei: "Trijn, Trijn, Klauw Me Ders."
"Steek zelf je hand maar in je broek as je jeuk hebbe," zei Trijn.
Maar daar kreeg dominee hem in 't oog.
Van de kansel riep hij: "Al wie Vijf Vingers In Den Naars kan krijgen, krijgt vijftig gulden belooning."
Ieder stond versteld, maar op eens riep een oud wijf: "Ik win het, dominee. Vier heb ik erin, maar mijn duim kan ik er nog niet bij krijgen."
(Verhaal van J. Dekker, Broeker, haar broer en mejuffrouw C. Pronk)
Nou most de dominee voor een tijdje van huis, dat hij zeit: "Jan" (zoo was z'n voornaam) "nou most je mijn toch er's zegge, hoe je eigenlijk hiette, want als ik je nou ers schrijve wil of zukkezijn, dan zou ik het niet weten."
"Nou dominee," zeit ie, "ik wil het wel zegge, maar uwe moet me niet verklappen van wegens de gemeenigheid."
Dat beloofde de dominee en toe bekende nie dat hij Jan Vijf Vingers In Den Naars hiette.
Maar domineesvrouw was ook aan 't klooken eweest en teuge die zeidie dat zijn [naam] van Jan Klauw Me Ders was. En de meid had ie wijs gemaakt dat ie Jan Zoen Me Ders hiette.
Om den tot de zaak te komme: dominee gong met zijn femilie op reis en bleef een poossie weg. Toe ie weerom kwam, had Jan hem gesmeerd en een goeje peut geld mee enomen. Ze gonge natuurlijk dadelijk op erlui zoek, maar Jan was weg en bleef weg, en het geld kreeg ie niet weerom.
Maar wat gebeurt? Op een goede zondag, jaren later, net onder de preek, komt Jan op het dorp. Hij had langst om dominee nog ers te zien, dus hij stapt de kerk in. De meid ziet hem het eerst.
Die zat naast de juffrouw en zei: "Juffrouw, juffrouw, Zoen Me Ders."
"Ben je mal," zei domineesvrouw, "hier midden in de kerk."
Een poos later kreeg zij zelf hem in 't oog en zei: "Trijn, Trijn, Klauw Me Ders."
"Steek zelf je hand maar in je broek as je jeuk hebbe," zei Trijn.
Maar daar kreeg dominee hem in 't oog.
Van de kansel riep hij: "Al wie Vijf Vingers In Den Naars kan krijgen, krijgt vijftig gulden belooning."
Ieder stond versteld, maar op eens riep een oud wijf: "Ik win het, dominee. Vier heb ik erin, maar mijn duim kan ik er nog niet bij krijgen."
(Verhaal van J. Dekker, Broeker, haar broer en mejuffrouw C. Pronk)
Onderwerp
AT 1545 - The Boy with Many Names   
ATU 1545 - The Boy with Many Names.   
Beschrijving
Knecht van dominee geeft aan de dominee, zijn vrouw en de meid een verschillende scabreuze naam op. Tijdens de afwezigheid van de familie verdwijnt hij met een grote som geld. Na jaren komt hij op een zondag terug, en gaat de kerk in waar de dominee preekt. Als de drie de scabreuze naam gebruiken leidt dat tot misverstanden.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Motief
K602 - ”Noman.“   
Commentaar
23 juli 1906
Er worden drie vertellers genoemd: mevrouw J. Dekker, haar broer Pieter Knip en mejuffrouw Christina Pronk.
Zie ook CBAK0452.
Zie ook CBAK0452.
The Boy with Many Names
Naam Overig in Tekst
Jan Vijf Vingers In Den Naars   
Jan Klauw Me Ders   
Jan Zoen Me Ders   
Trijn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
