Hoofdtekst
Een Poep zat 's morgens vroeg bij een boer een haring te eten. Het was nog donker en het eenige licht dat hij had, was van een lantaarn die in 't stal hing en door het gat van het koeienschot scheen (het gat waar doorheen 's winters de koetouwen gestoken worden, waaraan de koebeesten vast staan). Hij laat bij ongeluk den haring vallen, groezelt in 't schemerdonker en grijpt iets vast, dat hij voor den haring houdt, maar wat een kikker is.
Die spartelt en kwakt, waarop de Poep zegt: "Of doe hiepst (hipt) en of doe piepst, ge moet er toch an."
En toen at hij den kikker op.
Die spartelt en kwakt, waarop de Poep zegt: "Of doe hiepst (hipt) en of doe piepst, ge moet er toch an."
En toen at hij den kikker op.
Onderwerp
VDK 1339F* - Kikker als haring opgegeten   
Beschrijving
Poep grabbelt in het donker naar de haring die hij heeft laten vallen. Hij pakt iets vast dat hij voor de haring houdt, maar wat een kikker is. Die spartelt en kwaakt, maar de Poep eet de kikker op.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
23 mei 1911
Kikker als haring opgegeten
Naam Overig in Tekst
Poep   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
