Hoofdtekst
Der ware ers drie studente en deervan was er ien, die niet an de opstanding geloofde.
De andere twee zeiden op laatst: "Nou, as de dooden dan niet op kennen staan, dan durf jij zeker wel op het kerkhof te gaan, 's nachts om twaalf uur, en driemaal te zeggen: 'Sta op, gij dooden'."
Dat dorst hij wel, dat toe gonge ze een weddenschap an. 's Nachts gong hij erheen en de andere met hem. Toen hij het tweemaal gezeid had, en het voor de derde keer herhaalde, stond een oud vrouwtje, die op het graf van haar dochter had gebeden, op. Door de schrik ging de student an de haal. De andere hem achterna.
Hij was heelemaal buiten westen. Wat ze ook dane, hoe ze hem ook zeie, wat het geweest was, hij was niet te overtuigen, en op lest is ie krankzinnig eworre.
(J. Lof)
De andere twee zeiden op laatst: "Nou, as de dooden dan niet op kennen staan, dan durf jij zeker wel op het kerkhof te gaan, 's nachts om twaalf uur, en driemaal te zeggen: 'Sta op, gij dooden'."
Dat dorst hij wel, dat toe gonge ze een weddenschap an. 's Nachts gong hij erheen en de andere met hem. Toen hij het tweemaal gezeid had, en het voor de derde keer herhaalde, stond een oud vrouwtje, die op het graf van haar dochter had gebeden, op. Door de schrik ging de student an de haal. De andere hem achterna.
Hij was heelemaal buiten westen. Wat ze ook dane, hoe ze hem ook zeie, wat het geweest was, hij was niet te overtuigen, en op lest is ie krankzinnig eworre.
(J. Lof)
Beschrijving
Student die niet in de opstanding van doden gelooft neemt de weddenschap aan om op het kerkhof om middernacht driemaal de doden op te wekken om op te staan. Net voordat dat voor de derde maal wil zeggen staat een vrouw op die bij het graf van haar dochter heeft gebeden. De student vlucht, zo geschrokken dat hij krankzinnig wordt.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
26 juni 1911
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21