Hoofdtekst
Dat de kollen in een botermoud varen, dat heeft mijn eigen grootvader zelf gezien. Je moet dan weten dat mijn moeders vader op Terschelling woonde. Hij had zoo'n mooien vogel en daarom noemden ze het huis het vogelenhuisje. Op een goeden nacht hoorde hij mooi zingen. Hij dacht: wat kan daarvan de reden zijn? en ging eens kijken. Maar er was niets. Hij wou weer heengaan, maar toen zag hij een botermoud aankomen, en eer hij "ja" kon zeggen zag hij een vrouwspersoon er uit stappen en aan land gaan. Dat vertrouwde hij niet, want zij moest zich bepaald veranderd hebben, anders kon ze onmogelijk in dien moud gezeten hebben. Toen de vrouw uit het gezicht was, ging mijn grootvader kijken: het was een gewone boerenbotermoud met een paar pollepels er bij.
"Daar moet ik meer van weten," dacht hij en hij nam den moud weg en verstopte die onder het wier. Na een tijd kwam de vrouw terug, ze zocht overal naar de moud en toen ze die niet vond, liep ze naar het vogelenhuisje, en zei tegen grootvader:
"Geen mensch anders als jij kan hem hebben, zeg waar je hem gedaan hebt, want ik moet noodzakelijk weer weg. Dan krijg je morgennacht een paar lekkere Amelander koeken."
Grootvader zei haar toen waar de moud was. En de koeken heeft hij ook gekregen, maar daar heeft hij niet van durven eten.
(Te Uitdam door mij uit den volksmond opgeteekend)
(C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.108)
"Daar moet ik meer van weten," dacht hij en hij nam den moud weg en verstopte die onder het wier. Na een tijd kwam de vrouw terug, ze zocht overal naar de moud en toen ze die niet vond, liep ze naar het vogelenhuisje, en zei tegen grootvader:
"Geen mensch anders als jij kan hem hebben, zeg waar je hem gedaan hebt, want ik moet noodzakelijk weer weg. Dan krijg je morgennacht een paar lekkere Amelander koeken."
Grootvader zei haar toen waar de moud was. En de koeken heeft hij ook gekregen, maar daar heeft hij niet van durven eten.
(Te Uitdam door mij uit den volksmond opgeteekend)
(C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.108)
Onderwerp
SINSAG 0782 - Das gefundene Sieb (Muschelschale, Buttermulde).   
Beschrijving
Waarneming dat kollen in een botermoud varen, met pollepels als roeispanen, en dat zij zich daarom kleiner maken. Man verstopt de moud, en geeft die terug in ruil voor koeken die hij echter niet durft te eten.
Bron
C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.108.
Commentaar
1922
Informant uit Uitdam (90 jaar oud)
Zie verder CBAK0368.
Zie verder CBAK0368.
Das gefundene Sieb (Muschelschale, Buttermulde)
Naam Overig in Tekst
Amelander   
Naam Locatie in Tekst
Terschelling   
Uitdam   
Plaats van Handelen
Terschelling (Friesland)   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
