Hoofdtekst
In Oostermeer staat een oude boerderij, waaraan de droevige geschiedenis van Sipke en Liesbet verbonden is.
Liesbet diende als meid in de boerderij. Ze had een paar flinke handen aan haar lijf en was ook nog knap om te zien.
Haar vrijer, Sipke, was een jonge dagloner van het Hoogzand. Ze hadden al een jaar verkering en Sipke begon zoetjesaan over trouwen te denken. Hij had een woning op het oog met een lapje grond; daar wilde hij een geit op zetten, en als hij 's avonds thuiskwam van de boer, zou hij nog wat tuinieren op zijn eigen land. Dan kwamen ze wel rond.
Hij sprak er met Liesbet over, maar die was niet erg geestdriftig. Zij zag een huis vol kinderen en een leven van armoe voor zich. Toen Sipke de volgende keer kwam, maakte zij de verkering uit.
De knecht kwam deze klap niet te boven. Hij liep almaar te piekeren. Niemand kon hem meer aan het lachen krijgen.
Zo kwijnde hij langzaam weg en stierf tenslotte van verdriet.
Op een dag in de herfst werd hij in Oostermeer begraven.
Liesbet trok zich er niet veel van aan. Ze had gedaan wat haar het beste leek.
Oudejaarsavond kwam met storm en felle kou.
Ze zaten rond het haardvuur, toen de boerin tegen haar zei: "Haal jij nog wat hout uit de schuur, want we hebben niet genoeg. Neem de tuitlamp maar mee."
In de tochtige schuur woei de lamp uit. Liesbet keerde op een drafje terug. De zoon van de boer, die een bezem zat te maken, vroeg haar plagend of ze soms op de loop was gegaan voor een spook. Dat ontkende ze. Ze was nog nooit bang geweest, voor niets en niemand.
"Ik geloof er niks van," zei de plaaggeest. "Je kunt een daalder verdienen als je nu naar het graf van Sipke gaat en daar deze bezemsteel in de grond steekt."
Op het donkere kerkhof, waar de wind door de bomen huilde, zocht ze het graf van Sipke en stak de bezemsteel in de grond. Op hetzelfde ogenblik tilde een rukwind haar rokken op.
Toen ze zich omdraaide, merkte ze dat ze vastzat. Ze trok uit alle macht, maar het was of een hand uit het graf haar bij haar rokken vasthield. Ze schreeuwde het uit van angst.
De boer en zijn zoon vonden haar 's nachts half bevroren en in katzwijm. Ze had de bezemsteel door haar rok heen in de grond gestoken, en zo zichzelf vastgepind.
De gebeurtenis greep Liesbet zo aan, dat ze haar verstand verloor. Ze is nooit beter geworden.
(Friesland)
Onderwerp
AT 1676B - Clothing Caught in Graveyard   
ATU 1676B - Frightened to Death   
Beschrijving
Het meisje zegt dat ze nergens bang voor is. De zoon van de boer daagt haar uit om naar het graf van haar vroegere geliefde te gaan. Daar moet ze een bezemsteel in de grond steken. Als ze dat doet tilt een rukwind haar rokken op. Ze zit vast en gilt uit angst. Ze wordt 's nachts half bevroren gevonden door de boer en zijn zoon. Zij zien dat ze de bezemsteel door haar rok heen in de grond had gestoken, en zichzelf zo had vastgepind. Het meisje verliest door deze gebeurtenis haar verstand.
Bron
Motief
J2625 - Coward is frightened when clothing catches on thistle.   
N384.2 - Death in the graveyard; person‘s clothing is caught; the person thinks something awful is holding him; he dies of fright.   
Commentaar
Verteller: Dirk (in het Fries Durk) Veltman (geb. 1894), hoofdonderwijzer uit Bergum. Het komt vrijwel woordelijk overeen met de versie die Waling Dykstra in 1896 in Uit Friesland's volksleven van vroeger en later opnam. (E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen, Bussum 1980, p.159)
Naam Overig in Tekst
Sipke   
Liesbet   
Naam Locatie in Tekst
Oostermeer   
Hoogzand   
