Hoofdtekst
De erfenis van de drenkeling
Een schip voer uit om haring te vangen, maar in plaats daarvan viste de bemanning een lijk op. Het werd aan boord gehesen. Het was geen visser; eerder een rijke passagier, die in een storm overboord was geslagen.
Hij kon nog niet lang in het water hebben gelegen. Aan zijn vest hing een zware gouden horlogeketting en aan zijn pink droeg hij een gouden ring met een edelsteen.
De reis was pas begonnen en ze zouden nog wel een week op zee blijven. Zo lang konden ze het lijk niet aan boord houden.
Ze naaiden de drenkeling in een zeil en bezorgden hem een zeemansgraf. De horlogeketting en de ring zouden ze afgeven bij de waterschout.
De eerste dag zwegen de vissers over het voorval, maar de tweede dag begonnen ze te gissen naar de waarde van de ketting en de ring.
De derde dag vroeg een matroos wat er met de kostbaarheden gebeurde als ze die afgaven.
De schipper zei dat er dan een onderzoek werd ingesteld naar de erfgenamen. Als die niet boven water kwamen, vielen de bezittingen toe aan de eerlijke vinder.
"En hoe lang duurt zo'n onderzoek?" vroeg de matroos.
"Tot Sintjuttemis," zei de schipper, die kwaad werd.
"Jammer," zei de matroos.
De volgende dagen werd er druk gefluisterd onder de bemanning. De schipper kon wel raden wat er gaande was, maar hij zei niets, en tenslotte kwam het hoge woord eruit.
Waarom zouden ze dat goud afstaan? Ze konden het allemaal goed gebruiken. Het was de laatste tijd toch al geen vetpot.
De schipper maakte bezwaar, maar de mannen bezwoeren bij hoog en bij laag dat ze zouden zwijgen als het graf.
Het eind van het liedje was dat het goud werd verkocht en de opbrengst verdeeld.
Dat gebeurde in de week voor Pasen. Ze bleven binnengaats en zouden het schip opkalefateren.
Een paar matrozen waren bezig het dek te schrobben, toen een van hen zei: "Kom eens kijken, schipper. Ik krijg die plek er niet uit."
Het was de plek waar het lijk had gelegen. Daar waren de planken donkerbruin.
"Pak maar wat groene zeep," zei de schipper.
Maar de matrozen konden schrobben wat ze wilden, de plek, die zo groot was als een mens, verdween niet. Het zweet stond op hun voorhoofd.
"Laat maar drogen," zei de schipper, "het trekt wel weg."
Maar het trok niet weg. Toen de mannen van boord waren, probeerde de schipper de plek weg te schaven. Het was vergeefse moeite.
De plek zat er voor goed. Het was of de omtrek van een menselijk lichaam in het hout was gebrand.
Niemand wilde nog met die schuit varen. Het schip heeft maandenlang in de haven gelegen, en tenslotte hebben ze het maar naar een werf gesleept om af te takelen.
(West-Vlaanderen)
Een schip voer uit om haring te vangen, maar in plaats daarvan viste de bemanning een lijk op. Het werd aan boord gehesen. Het was geen visser; eerder een rijke passagier, die in een storm overboord was geslagen.
Hij kon nog niet lang in het water hebben gelegen. Aan zijn vest hing een zware gouden horlogeketting en aan zijn pink droeg hij een gouden ring met een edelsteen.
De reis was pas begonnen en ze zouden nog wel een week op zee blijven. Zo lang konden ze het lijk niet aan boord houden.
Ze naaiden de drenkeling in een zeil en bezorgden hem een zeemansgraf. De horlogeketting en de ring zouden ze afgeven bij de waterschout.
De eerste dag zwegen de vissers over het voorval, maar de tweede dag begonnen ze te gissen naar de waarde van de ketting en de ring.
De derde dag vroeg een matroos wat er met de kostbaarheden gebeurde als ze die afgaven.
De schipper zei dat er dan een onderzoek werd ingesteld naar de erfgenamen. Als die niet boven water kwamen, vielen de bezittingen toe aan de eerlijke vinder.
"En hoe lang duurt zo'n onderzoek?" vroeg de matroos.
"Tot Sintjuttemis," zei de schipper, die kwaad werd.
"Jammer," zei de matroos.
De volgende dagen werd er druk gefluisterd onder de bemanning. De schipper kon wel raden wat er gaande was, maar hij zei niets, en tenslotte kwam het hoge woord eruit.
Waarom zouden ze dat goud afstaan? Ze konden het allemaal goed gebruiken. Het was de laatste tijd toch al geen vetpot.
De schipper maakte bezwaar, maar de mannen bezwoeren bij hoog en bij laag dat ze zouden zwijgen als het graf.
Het eind van het liedje was dat het goud werd verkocht en de opbrengst verdeeld.
Dat gebeurde in de week voor Pasen. Ze bleven binnengaats en zouden het schip opkalefateren.
Een paar matrozen waren bezig het dek te schrobben, toen een van hen zei: "Kom eens kijken, schipper. Ik krijg die plek er niet uit."
Het was de plek waar het lijk had gelegen. Daar waren de planken donkerbruin.
"Pak maar wat groene zeep," zei de schipper.
Maar de matrozen konden schrobben wat ze wilden, de plek, die zo groot was als een mens, verdween niet. Het zweet stond op hun voorhoofd.
"Laat maar drogen," zei de schipper, "het trekt wel weg."
Maar het trok niet weg. Toen de mannen van boord waren, probeerde de schipper de plek weg te schaven. Het was vergeefse moeite.
De plek zat er voor goed. Het was of de omtrek van een menselijk lichaam in het hout was gebrand.
Niemand wilde nog met die schuit varen. Het schip heeft maandenlang in de haven gelegen, en tenslotte hebben ze het maar naar een werf gesleept om af te takelen.
(West-Vlaanderen)
Onderwerp
SINSAG 1128 - Unausloschliche Blutflecken.   
Beschrijving
Een lijk wordt opgevist uit de zee. Het lijkt een rijke man te zijn geweest. De bemanning gooit het lijk overboord. De horlogeketting en de ring die de man bij zich had gedragen zullen ze afgeven bij de schout. Na een paar dagen echter besluiten ze het goud te verkopen en de opbrengst te verdelen.
De plek op het dek waar het lijk heeft gelegen is niet weg te krijgen. De matrozen kunnen schrobben wat ze willen, maar de plek gaat er niet uit.
De plek op het dek waar het lijk heeft gelegen is niet weg te krijgen. De matrozen kunnen schrobben wat ze willen, maar de plek gaat er niet uit.
Bron
E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen. Bussum 1980, p. 97
Commentaar
1980
Bron: R. van der Linden & L. Cumps: Volksverhalen uit Oost- en Westvlaanderen, Utrecht/ Antwerpen 1979, pp. 158-160
Unauslöschliche Blutflecken
Naam Overig in Tekst
Pasen   
Sintjuttemis   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
