Hoofdtekst
Het behekste beurtschip
Op een morgen, meer dan honderd jaar geleden, merkten knechten van het beurtschip van Hindelopen naar Amsterdam, dat 's nachts iemand aan de touwen had gezeten, waarmee de barkas aan de kade lag gemeerd. De touwen waren niet zoals gebruikelijk met een mastworp vastgeknoopt, maar met een oudewijvenknoop, die vanzelf losgaat als eraan wordt getrokken.
Ook de schipper zag het. Hij vroeg wie zijn werk zo slordig had gedaan, maar de knechten verzekerden hem dat ze de touwen de vorige avond gewoon hadden vastgemaakt.
Niemand kon een verklaring bedenken.
De bootsman dacht er het zijne van. De volgende nacht dat het schip in de thuishaven lag, bleef hij aan boord. Om negen uur 's avonds kroop hij in zijn kooi. Daar had hij ongeveer drie uur wakend doorgebracht toen hij opeens besefte, dat de touwen werden losgemaakt en de zeilen gehesen.
Dat het zo'n vaart zou lopen had hij niet verwacht; het angstzweet brak hem uit. Voor geen goud was hij nu uit zijn kooi gekomen. Het duurde niet lang of het schip joeg zo hard door de golven, dat alles schudde en kraakte.
Volgens zijn berekening duurde deze race tegen de tijd nog geen half uur. Toen werd alles stil. Het drukke geloop en gedoe dat hij op het dek had gehoord, hield opeens op. Het schip voer niet meer.
Zodra hij een beetje van de schrik was bekomen, sloop hij naar het luik, stak zijn hoofd naar buiten en bemerkte tot zijn verbazing dat de zon scheen.
Het schip lag voor een vreemde kust. De bomen die hier groeiden had hij nooit gezien. Hun weelderige takken waren beladen met oranje appels.
Hij had geen flauw idee in welke uithoek van de wereld hij terecht was gekomen.
Hij verzamelde zijn moed en ging aan wal. Bij de boom die het dichtstbij stond, vulde hij zijn zakken met appels. Daarop haastte hij zich terug naar het schip, trok het luik achter zich dicht, en kroop in zijn kooi.
Hij lag nog maar net of er klonken voetstappen op het dek. De touwen werden losgemaakt, de zeilen bijgezet, en daar kliefde het schip al door de golven alsof de duivel zelf aan boord was.
Nog geen half uur later zat de reis er weer op. De zeilen werden geborgen, de touwen vastgemaakt en toen het werk gedaan was, heerste er een stilte alsof er niets was gebeurd.
De bootsman bleef tot het aanbreken van de dag in zijn kooi. Toen lichtte hij het luik op, en keek om zich heen.
Het schip lag op zijn vaste plaats in Hindelopen en alles scheen in orde, behalve de touwen. Die waren niet met de mastworp, maar met de oudewijvenknoop vastgemaakt.
Nadat hij alles had gecontroleerd en de knopen gelegd zoals het hoorde, ging hij naar huis.
Onderweg zag hij een vrouw, die op zijn nadering in een steegje wegdook. Hij vroeg zich af wie dit kon zijn, want dat het schip 's nachts door heksen werd gebruikt om naar een onbekend land te reizen en daar feest te vieren, stond voor hem als een paal boven water. Toen hij merkte, dat ze hem vanuit het steegje nagluurde, draaide hij zich om. Zonder zich te bedenken, haalde hij een van de oranje appels uit zijn zak en hield haar die onder de neus.
Ze verbleekte en zakte in elkaar.
(Friesland)
Op een morgen, meer dan honderd jaar geleden, merkten knechten van het beurtschip van Hindelopen naar Amsterdam, dat 's nachts iemand aan de touwen had gezeten, waarmee de barkas aan de kade lag gemeerd. De touwen waren niet zoals gebruikelijk met een mastworp vastgeknoopt, maar met een oudewijvenknoop, die vanzelf losgaat als eraan wordt getrokken.
Ook de schipper zag het. Hij vroeg wie zijn werk zo slordig had gedaan, maar de knechten verzekerden hem dat ze de touwen de vorige avond gewoon hadden vastgemaakt.
Niemand kon een verklaring bedenken.
De bootsman dacht er het zijne van. De volgende nacht dat het schip in de thuishaven lag, bleef hij aan boord. Om negen uur 's avonds kroop hij in zijn kooi. Daar had hij ongeveer drie uur wakend doorgebracht toen hij opeens besefte, dat de touwen werden losgemaakt en de zeilen gehesen.
Dat het zo'n vaart zou lopen had hij niet verwacht; het angstzweet brak hem uit. Voor geen goud was hij nu uit zijn kooi gekomen. Het duurde niet lang of het schip joeg zo hard door de golven, dat alles schudde en kraakte.
Volgens zijn berekening duurde deze race tegen de tijd nog geen half uur. Toen werd alles stil. Het drukke geloop en gedoe dat hij op het dek had gehoord, hield opeens op. Het schip voer niet meer.
Zodra hij een beetje van de schrik was bekomen, sloop hij naar het luik, stak zijn hoofd naar buiten en bemerkte tot zijn verbazing dat de zon scheen.
Het schip lag voor een vreemde kust. De bomen die hier groeiden had hij nooit gezien. Hun weelderige takken waren beladen met oranje appels.
Hij had geen flauw idee in welke uithoek van de wereld hij terecht was gekomen.
Hij verzamelde zijn moed en ging aan wal. Bij de boom die het dichtstbij stond, vulde hij zijn zakken met appels. Daarop haastte hij zich terug naar het schip, trok het luik achter zich dicht, en kroop in zijn kooi.
Hij lag nog maar net of er klonken voetstappen op het dek. De touwen werden losgemaakt, de zeilen bijgezet, en daar kliefde het schip al door de golven alsof de duivel zelf aan boord was.
Nog geen half uur later zat de reis er weer op. De zeilen werden geborgen, de touwen vastgemaakt en toen het werk gedaan was, heerste er een stilte alsof er niets was gebeurd.
De bootsman bleef tot het aanbreken van de dag in zijn kooi. Toen lichtte hij het luik op, en keek om zich heen.
Het schip lag op zijn vaste plaats in Hindelopen en alles scheen in orde, behalve de touwen. Die waren niet met de mastworp, maar met de oudewijvenknoop vastgemaakt.
Nadat hij alles had gecontroleerd en de knopen gelegd zoals het hoorde, ging hij naar huis.
Onderweg zag hij een vrouw, die op zijn nadering in een steegje wegdook. Hij vroeg zich af wie dit kon zijn, want dat het schip 's nachts door heksen werd gebruikt om naar een onbekend land te reizen en daar feest te vieren, stond voor hem als een paal boven water. Toen hij merkte, dat ze hem vanuit het steegje nagluurde, draaide hij zich om. Zonder zich te bedenken, haalde hij een van de oranje appels uit zijn zak en hield haar die onder de neus.
Ze verbleekte en zakte in elkaar.
(Friesland)
Onderwerp
SINSAG 0513 - Die verzauberte Jacht   
Beschrijving
De bootsman van het beurtschip waakt een nacht op zijn boot om te ontdekken hoe het komt dat de knopen verwisseld worden en het schip weg kan varen. Midden in de nacht merkt hij dat het schip op de golven beukt. Na een half uur wordt alles weer rustig. Het schip ligt aan een vreemde kust. Op het land ziet hij een boom met oranje appels; hij vult zijn zakken en gaat weer aan boord. Het schip vaart weer terug en legt aan. De rust keert terug en het is alsof er niets is gebeurd. De knopen zijn echter weer verwisseld. De schipper maakt de touwen opnieuw vast en verlaat het schip. Onderweg komt hij een vrouw tegen. Als hij een van de oranje appels onder haar neus houdt, verbleekt ze en zakt in elkaar.
Bron
E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen. Bussum 1980, p. 101-103.
Commentaar
1980
Bron: W. Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later, deel II, Leeuwarden 1896, pp. 156-158
Die verzauberte Jacht.
Naam Locatie in Tekst
Hindeloopen   
Amsterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
