Hoofdtekst
DE HERTOG VAN BRUNSWIJK
Er was eens een hertog van Brunswijk die op zee wilde varen. Eer dat hij vertrok, nam hij zijn trouwring en sloeg hem in twee stukken. Hij nam de ene helft en gaf de andere aan zijn vrouw en hij zei tegen haar dat als hij na zeven jaar niet terug zou zijn, dat zij dan gerust met een andere man mocht trouwen.
Toen vertrok de hertog en voer met zijn mannen over de zee. Maar toen hij een tijd lang goed en wel op zee was, kwam er opeens een geweldige storm opzetten en het schip van de hertog werd op een zandbank geworpen. Daar zaten ze vast en ze konden niet meer los komen. Ze aten alle proviand op en daarna alle dieren en toen die op waren, keken ze naar de hertog alsof ze dachten: die dikke kunnen wij het eerst opeten.
De hertog had weinig zin om door zijn volk opgegeten te worden en toen hij zag dat er telkens een vogel griffioen over het schip kwam gevlogen om te kijken of er wat te roven viel, kreeg hij een idee. Hij zei tegen zijn volk dat zij hem in een ossevel moesten naaien en zo op het dek van het schip moesten leggen.
Zo gezegd, zo gedaan. Dat kwam goed uit, want de vogel griffioen kwam weer naar iets eetbaars zoeken en hij pakte het ossevel in zijn bek en vloog ermee naar zijn nest. Daar legde hij het neer en ging daarna weer zien of er nog wat op het schip te verhapstukken was.Ah! Ik heb vergeten te zeggen dat de hertog, voordat ze hem in het ossevel naaiden, twee dolken meegenomen had.Dat kwam goed te pas. Toen hij in het nest van de roofvogel lag, sneed hij met een dolk het vel door en toen de jongen van de griffioen hem aanvielen, stak hij ze dood. Toen kroop hij uit de boom en zag dat hij op een eenzaam, woest eiland was. Hij ging op stap, maar vond niets, zodat hij gedwongen was om van planten en kruiden te leven. Zo werd hij op het laatst net een wilde man... door dat eten van die kruiden, begrijp je.
Hij bleef op dat eiland, maar op zekere dag zag hij een leeuw tegen een arend vechten. De hertog dacht: hier zal ik wel moeten sterven, maar - zo dacht hij bij zichzelf - ik wil toch liever door een leeuw verscheurd worden dan door een arend.
Hij trok zijn dolk en stak de arend dood. De leeuw, die dat zag, kwam dadelijk naar de hertog en likte vriendelijk zijn handen en verliet hem voortaan niet meer, maar bleef altijd bij hem. De leeuw ging op jacht voor de hertog en ving hazen en ander wild. Die leeuw was precies als een hond, hij kwispelstaartte en apporteerde en deed alles wat de hertog hem opdroeg.Nu, dat was in orde. De hertog bleef lang op dat eiland wonen, heel lang. Eindelijk zag hij in de verte een schip en wist door tekens de bemanning opmerkzaam te maken dat er een mens op dat verlaten eiland was.
Het schip legde aan en de hertog vroeg aan de kapitein of hij hem naar de stad Brunswijk terug wou brengen. Hij zou hem daarvoor ik weet niet hoeveel geld geven.De kapitein stemde toe, maar de bemanning was bang voor de leeuw en wilde het dier niet op het schip laten komen.
"Wees maar niet bang," zei de hertog. "De leeuw zal jullie niets doen, zolang als ik erbij ben."
Toen lieten ze het dier meereizen en ze voeren naar het land van de hertog.
Toen de hertog met zijn leeuw in de stad was gekomen, gingen alle mensen aan de haal en sloten hun deuren en vensters: de hertog was net een wilde man en dan zijn leeuw... Zo ver, zo goed. De hertog ging regelrecht naar zijn kasteel. Toen hij daar aankwam, was het op de dag af zeven jaar geleden dat hij vertrokken was en zijn vrouw stond gereed om met een ander naar de kerk te gaan om te trouwen. De hertog klopte op de poort en de knecht, die opendeed, schrok van de leeuw en vroeg aan de hertog wat hij hier kwam doen. De hertog ging naar binnen en vroeg om iets te drinken. De knecht liep naar de hertogin om te zeggen dat er een wilde man met een leeuw was aangekomen, die om iets te drinken vroeg.
"Geef hem een glas wijn," zei de hertogin "en zie dat je hem gauw weer de deur uit krijgt."
De knecht bracht de hertog een glas wijn op een schotel en de hertog dronk het glas leeg en legde de halve ring op de schotel en zei aan de knecht dat hij die halve ring aan zijn meesteres moest geven.
Dat deed de knecht en toen de hertogin die halve ring gezien had, riep ze: "Dat is mijn man."
En ze liep dadelijk naar hem toe. De man met wie ze zou gaan trouwen, werd op slag weggestuurd en verliet het land.
De hertog bleef voortaan bij zijn vrouw en ze leefden nog lange tijd heel gelukkig. De leeuw bleef altijd bij hem en ging overal met hem mee. Toen de hertog gestorven was, ging de leeuw op zijn graf zitten huilen en kermen en hij wilde niet eten en niet drinken. Zo stierf hij van honger en dorst op het graf van zijn meester.
En toen kwam er een hond met een lange snuit
En het vertelseltje is uit.
(Antwerpen)
Er was eens een hertog van Brunswijk die op zee wilde varen. Eer dat hij vertrok, nam hij zijn trouwring en sloeg hem in twee stukken. Hij nam de ene helft en gaf de andere aan zijn vrouw en hij zei tegen haar dat als hij na zeven jaar niet terug zou zijn, dat zij dan gerust met een andere man mocht trouwen.
Toen vertrok de hertog en voer met zijn mannen over de zee. Maar toen hij een tijd lang goed en wel op zee was, kwam er opeens een geweldige storm opzetten en het schip van de hertog werd op een zandbank geworpen. Daar zaten ze vast en ze konden niet meer los komen. Ze aten alle proviand op en daarna alle dieren en toen die op waren, keken ze naar de hertog alsof ze dachten: die dikke kunnen wij het eerst opeten.
De hertog had weinig zin om door zijn volk opgegeten te worden en toen hij zag dat er telkens een vogel griffioen over het schip kwam gevlogen om te kijken of er wat te roven viel, kreeg hij een idee. Hij zei tegen zijn volk dat zij hem in een ossevel moesten naaien en zo op het dek van het schip moesten leggen.
Zo gezegd, zo gedaan. Dat kwam goed uit, want de vogel griffioen kwam weer naar iets eetbaars zoeken en hij pakte het ossevel in zijn bek en vloog ermee naar zijn nest. Daar legde hij het neer en ging daarna weer zien of er nog wat op het schip te verhapstukken was.Ah! Ik heb vergeten te zeggen dat de hertog, voordat ze hem in het ossevel naaiden, twee dolken meegenomen had.Dat kwam goed te pas. Toen hij in het nest van de roofvogel lag, sneed hij met een dolk het vel door en toen de jongen van de griffioen hem aanvielen, stak hij ze dood. Toen kroop hij uit de boom en zag dat hij op een eenzaam, woest eiland was. Hij ging op stap, maar vond niets, zodat hij gedwongen was om van planten en kruiden te leven. Zo werd hij op het laatst net een wilde man... door dat eten van die kruiden, begrijp je.
Hij bleef op dat eiland, maar op zekere dag zag hij een leeuw tegen een arend vechten. De hertog dacht: hier zal ik wel moeten sterven, maar - zo dacht hij bij zichzelf - ik wil toch liever door een leeuw verscheurd worden dan door een arend.
Hij trok zijn dolk en stak de arend dood. De leeuw, die dat zag, kwam dadelijk naar de hertog en likte vriendelijk zijn handen en verliet hem voortaan niet meer, maar bleef altijd bij hem. De leeuw ging op jacht voor de hertog en ving hazen en ander wild. Die leeuw was precies als een hond, hij kwispelstaartte en apporteerde en deed alles wat de hertog hem opdroeg.Nu, dat was in orde. De hertog bleef lang op dat eiland wonen, heel lang. Eindelijk zag hij in de verte een schip en wist door tekens de bemanning opmerkzaam te maken dat er een mens op dat verlaten eiland was.
Het schip legde aan en de hertog vroeg aan de kapitein of hij hem naar de stad Brunswijk terug wou brengen. Hij zou hem daarvoor ik weet niet hoeveel geld geven.De kapitein stemde toe, maar de bemanning was bang voor de leeuw en wilde het dier niet op het schip laten komen.
"Wees maar niet bang," zei de hertog. "De leeuw zal jullie niets doen, zolang als ik erbij ben."
Toen lieten ze het dier meereizen en ze voeren naar het land van de hertog.
Toen de hertog met zijn leeuw in de stad was gekomen, gingen alle mensen aan de haal en sloten hun deuren en vensters: de hertog was net een wilde man en dan zijn leeuw... Zo ver, zo goed. De hertog ging regelrecht naar zijn kasteel. Toen hij daar aankwam, was het op de dag af zeven jaar geleden dat hij vertrokken was en zijn vrouw stond gereed om met een ander naar de kerk te gaan om te trouwen. De hertog klopte op de poort en de knecht, die opendeed, schrok van de leeuw en vroeg aan de hertog wat hij hier kwam doen. De hertog ging naar binnen en vroeg om iets te drinken. De knecht liep naar de hertogin om te zeggen dat er een wilde man met een leeuw was aangekomen, die om iets te drinken vroeg.
"Geef hem een glas wijn," zei de hertogin "en zie dat je hem gauw weer de deur uit krijgt."
De knecht bracht de hertog een glas wijn op een schotel en de hertog dronk het glas leeg en legde de halve ring op de schotel en zei aan de knecht dat hij die halve ring aan zijn meesteres moest geven.
Dat deed de knecht en toen de hertogin die halve ring gezien had, riep ze: "Dat is mijn man."
En ze liep dadelijk naar hem toe. De man met wie ze zou gaan trouwen, werd op slag weggestuurd en verliet het land.
De hertog bleef voortaan bij zijn vrouw en ze leefden nog lange tijd heel gelukkig. De leeuw bleef altijd bij hem en ging overal met hem mee. Toen de hertog gestorven was, ging de leeuw op zijn graf zitten huilen en kermen en hij wilde niet eten en niet drinken. Zo stierf hij van honger en dorst op het graf van zijn meester.
En toen kwam er een hond met een lange snuit
En het vertelseltje is uit.
(Antwerpen)
Beschrijving
Een hertog vertrekt naar zee. Hij slaat zijn trouwring in tweeën; geeft zijn vrouw de ene helft en houdt zelf de andere helft. Als hij over zeven jaar nog niet terug is, mag ze gerust met een andere man trouwen. Op het schip van de hertog heerst honger. De hertog laat zich in een ossevel innaaien. Een vogel neemt hem mee naar zijn nest. Op het eiland waar hij dan is kan hij alleen overleven door wilde planten en kruiden te eten. De hertog wordt een wild man. Een leeuw en een arend vechten. De hertog doodt de arend en de leeuw wordt zijn vriend. Na precies zeven jaar keert de hertog terug naar huis. Zijn vrouw staat net op het punt te hertrouwen. De bediende herkent de hertog niet. Dan laat de man hem zijn helft van de trouwring naar de hertogin brengen. De andere man wordt weggestuurd.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p. 82-84
Motief
B301.8 - Faithful lion follows man who saved him.   
Commentaar
De hertog van Brunswijk wordt van oudsher geïdentificeerd als Hendrik de Leeuw, hertog van Saksen en Beieren, ca. 1130-1195. In veel sagen en volksliederen wordt het verhaal verteld van de hertog die een leeuw van een draak redt, waarna de leeuw de hertog trouw volgt. Het dier sterft uiteindelijk van verdriet op het graf van zijn meester.
In hoeverre Middelnederlandse werken als de Herzog von Braunschweig van sprookspreker Augustijnken (alleen in Duitse bewerking bekend) en het abele spel Gloriant (de hoofdrolspeler is hertog van Brunswijk) samenhangen met de sagenstof, is nog onduidelijk.
In hoeverre Middelnederlandse werken als de Herzog von Braunschweig van sprookspreker Augustijnken (alleen in Duitse bewerking bekend) en het abele spel Gloriant (de hoofdrolspeler is hertog van Brunswijk) samenhangen met de sagenstof, is nog onduidelijk.
Naam Overig in Tekst
Hertog van Brunswijk   
Brunswijk   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
