Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS036 - De wildeman

Een sprookje (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

DE WILDEMAN
Er was eens een heer die op jacht een wildeman ving. Hij sloot hem op in een hok en vroeg al zijn vrienden op het middagmaal om hem zijn wildeman te laten zien en hem dan dood te maken. Bruno, zijn zoontje, was aan het spelen met een kaatsbal. De bal kaatste verkeerd en sloeg in het hok, en de jongen vroeg aan de wildeman om hem die bal terug te gooien.
"Als je mij eruit laat, zal ik het doen," zei de wildeman.
"Ja maar, ik heb de sleutel niet, moeder heeft ze," zei Bruno.
"Weet je wat je doet?" zei de wildeman, "vraag haar om je haar te kammen, en terwijl ze dat doet, haal je de sleutels voorzichtig uit haar tas.
Dat deed Bruno en hij bevrijdde de wildeman.
Toen sprak de wildeman: "Hier is je kaatsebal. Zeg nu maar tegen je moeder dat je haar opnieuw in de war is geraakt en doe de sleutels weer in haar tas. Als je ooit in moeilijkheden komt of verdriet hebt, denk dan aan mij en ik zal je helpen."
Toen de gasten met de heer gegeten hadden, bracht hij hen naar het hok, maar het hok was leeg, en de wildeman was weg. Woedend riep de heer om zijn vrouw en zij vertelde wat Bruno haar gevraagd had. De vader begreep wat er gebeurd was en hij joeg Bruno weg van het kasteel.
Nadat Bruno elf dagen en elf nachten had rondgezworven, dacht hij: die wildeman heeft mij gefopt.
"Wat is er van je dienst?" klonk opeens een stem en Bruno zag de wildeman naast zich staan.
"Wel," zei de jongen, "ik heb elf dagen en elf nachten lang rondgelopen en in die tijd heb ik geen eten gehad en niet in een bed geslapen."
"Draai je om," zei de wildeman. En daar stond een tafel, die met heerlijk eten was gedekt.
Bruno deed zijn best en at wat hij kon, en toen hij verzadigd was, had hij graag willen slapen.
"Draai je om," zei de wildeman, en daar stond een bed gereed. Bruno kroop erin en hij sliep elf dagen en elf nachten.
Toen hij wakker werd, stond hij weer alleen en hij wist niet waarheen hij zou gaan en alweer dacht hij: de wildeman heeft mij gefopt.
Maar de wildeman stond opnieuw naast hem en zei: "De heer, die ginder op het kasteel woont, zoekt een ganzenhoeder. Ga daar in dienst."
Dat deed Bruno en hij werd aangenomen om de ganzen te hoeden, maar de afspraak was dat hij elke gans die hij onderweg verloor, zou moeten vergoeden.
De eerste dag dreef hij zijn ganzen voor zich uit naar de weide, maar toen hij daar aangekomen was, vlogen de ganzen allemaal weg.
"Die wildeman heeft mij opnieuw gefopt," zuchtte hij.
Maar de wildeman stond weer naast hem en Bruno klaagde hem zijn leed.
"Draai je om," zei de wildeman, en daar stonden de ganzen in het gelid, elk met een stok onder zijn vleugel.
"Drijf ze nu maar naar huis," zei de wildeman, "en als je in de stad komt, beveel dan: `schouder het geweer!'
Bruno dreef ze voor zich uit en in de stad gekomen, deed hij wat de wildeman hem gezegd had. De ganzen begonnen met hun stokken te schermen en te slaan, zodat de hele stad uitliep om dat schouwspel te zien en de ganzenhoeder te bewonderen. Toen Bruno thuiskwam, liet hij zijn ganzen nog eens voor zijn meester de stokken presenteren en exerseren, en die was zo tevreden over zijn ganzenhoeder dat hij hem een beloning gaf. De volgende dag dreef Bruno opnieuw zijn ganzen naar buiten in de wei en weer vlogen ze weg.
Ei, ei, de wildeman fopt mij altijd, dacht Bruno.
"Wat is er mijn jongen?" zei de wildeman die weer naast hem stond.
"Al mijn ganzen zijn weg."
"Draai je om, daar zijn ze weer."
Nu hadden de ganzen elk een instrument bij zich en de wildeman zei: "Ga maar gauw naar huis, en als je in de stad komt, laat ze dan een liedje spelen."
Dat deed Bruno en de ganzen begonnen te blazen en te fluiten, de trommel te roeren en de trompet te steken dat het een plezier was om te horen.Weer liep het volk te hoop en ook de heer van het kasteel kwam met zijn hele gezin en hij gaf zijn ganzenhoeder weer een goede beloning.
De heer zag er echter bedroefd uit en daarom vroeg Bruno: "Scheelt er wat aan, meester?"
"Dat kan ik nu niet zeggen," was het antwoord.
Nauwelijks was Bruno de derde dag in de wei, of de ganzen vlogen weer weg, maar Bruno riep de wildeman en deze verscheen en tegelijk waren de ganzen er weer.
"Bruno," zei de wildeman, "drijf gauw de ganzen naar huis. Ginds vind je een paard, het tuig hangt erbij en een zwaard hangt opzij. Zadel en toom het paard en rijd ermee naar de kapel, die je voor je ziet liggen. Daar zul je het mooiste meisje van de streek vinden; het is de dochter van de heer van het kasteel. Het is immers gebruik in dit land dat het mooiste meisje elk jaar overgeleverd moet worden aan een draak met zeven koppen. Gebeurt dat niet, dan verzengt de draak het land."
Bruno kwam naar de kapel en zag het meisje.
"Voor jou," zei hij, "wil ik mijn bloed of dat van de draak vergieten."
"Ach, jongen," zei ze, "vlucht voor het te laat is. Daar komt de draak met zeven koppen al. Tegen hem kun je niets beginnen en dan zijn er twee dood in plaats van een."
"Ik wil het wagen," zei Bruno.
De draak schoot op het meisje toe.
"Hier," schreeuwde Bruno, "eerst moet je met mij afrekenen."
Hij liep op de draak toe en twee koppen vlogen tegen de grond. Toen vroeg de draak twintig minuten om op adem te komen.
"Niets te doen," riep Bruno, "nu of nooit, kort en goed is het beste," en daar vlogen weer twee koppen door de lucht.
"Nu sta ik er goed voor," dacht Bruno, hij haalde weer uit en sloeg de drie laatste koppen af.
"Daar meisje, je bent vrij," zei Bruno, "ga naar huis; vandaag over een jaar kom ik terug."
Toen het meisje onderweg naar huis was, ontmoette ze twee jonge mannen. Verwonderd vroegen ze haar hoe het kwam dat zij nog in leven was en op welke manier ze aan de draak ontkomen was."Een jongen van zestien jaar heeft mij verlost en de draak gedood," antwoordde ze.
"Als je thuiskomt, moet je zeggen dat wij je verlost hebben of anders zullen we je nu vermoorden," zeiden ze. "Wij gaan als bewijs de zeven koppen van de draak halen. Wacht hier."
Thuis vond het meisje haar ouders, broers en zusters in grote droefheid.
"Huil niet meer," riep ze uit, "ik ben verlost. De draak is gedood."
"Ja, heer," zeiden de twee jonge mannen, "wij hebben hem gedood en als bewijs: hier zijn de zeven koppen."
De vader was ongelooflijk blij.
"Je zult met de oudste van die twee trouwen," zei hij, "en de ander zal ik zo rijk maken als de zee diep is."
Het meisje wilde echter van geen trouwen horen en vroeg een jaar uitstel.Toen het jaar verlopen was, zei haar vader evenwel: "Vandaag begint het feest en morgen is het bruiloft."
En men begon te feesten en te fuiven. Terwijl het feest op zijn hoogst was, klopte Bruno aan de poort. Hij werd naar de heer gebracht en vroeg naar diens dochter.
Nauwelijks had zij hem gezien of zij riep: "Dat is mijn verlosser."
De heer begreep niet wat hij hoorde of zag, maar zijn dochter hield staande dat Bruno haar van de draak had verlost.
Juist kwamen de twee jonge mannen toegelopen.
"Hij is het niet geweest," zeiden ze, "want dan zou hij de zeven koppen niet hebben laten liggen."
"Heb je wel eens koppen gezien zonder tongen?" vroeg Bruno en hij haalde zeven tongen uit zijn zak.
"Bruno, jij bent de bevrijder van mijn dochter," zei de heer, "en jij zult met haar trouwen."
Hij liet de twee bedriegers met schande wegjagen en daar kwam een varken met een lange snuit, en het verhaaltje is uit.
(Vlaams Limburg)

Onderwerp

AT 0502 - The Wild Man    AT 0502 - The Wild Man   

ATU 0502 - The Wild Man.    ATU 0502 - The Wild Man.   

Beschrijving

Een heer heeft een wildeman gevangen. Zijn zoontje laat hem vrij. In ruil kan hij rekenen op een wederdienst van de wildeman. De zoon wordt door zijn vader weggestuurd. De wildeman komt hem ten hulp. Hij helpt hem aan een baan als ganzenhoeder. De ganzen die verdwijnen, moet de jongen zelf vergoeden. De wildeman tovert nieuwe ganzen voor hem te voorschijn. De jongen kan de ganzen zelfs dresseren en kweekt daarmee veel bewondering. Een draak teistert elk jaar het gebied. Het mooiste meisje dient aan hem opgeofferd te worden. De jongen verslaat de draak. Het meisje is gered en loopt naar huis. Onderweg komt ze twee jongens tegen. Ze dreigen haar te doden als ze niet verteld dat zij haar hebben gered. De oudste van de twee jongens mag nu met het meisje trouwen. Het meisje vraagt een jaar uitstel. Na een jaar komt de jongen langs. Het meisje zegt dat hij haar redder is. De twee jongens hebben de koppen van de draak. De jongen heeft echter de tongen waarmee hij bewijst de held te zijn. De jongen mag met het meisje trouwen.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p.112-116

Motief

G671 - Wild man released from captivity aids hero.    G671 - Wild man released from captivity aids hero.   

B11.10 - Sacrifice of human being to dragon.    B11.10 - Sacrifice of human being to dragon.   

S262 - Periodic sacrifices to a monster.    S262 - Periodic sacrifices to a monster.   

T68.1 - Princess offered as prize to rescuer.    T68.1 - Princess offered as prize to rescuer.   

B11.11 - Fight with dragon.    B11.11 - Fight with dragon.   

R111.1.3 - Rescue of princess (maiden) from dragon.    R111.1.3 - Rescue of princess (maiden) from dragon.   

H105.1 - Dragon-tongue proof.    H105.1 - Dragon-tongue proof.   

T151 - Year’s respite from unwelcome marriage.    T151 - Year’s respite from unwelcome marriage.   

Commentaar

The Wild Man & The Dragon Slayer AT 0300

Naam Overig in Tekst

Bruno.    Bruno.   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20