Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS045 - Van de boer die zijn koe aan St. Antonius verkocht

Een sprookje (boek), 1894

Hoofdtekst

VAN DE BOER DIE ZIJN KOE AAN ST. ANTONIUS VERKOCHT
Er was eens een heel domme boer die een schrandere vrouw had. Ze bestuurde het huis, kocht en verkocht, regelde de werkzaamheden op de boerderij en zorgde dat alles goed bleef gaan. Op zekere dag echter bezeerde zij haar voet, zodat ze niet lopen kon en dus thuis moest blijven. Nu hadden ze een koe, die verkocht moest worden en er zat niets anders op dan dat de boer naar de markt moest gaan.
Ze woonden wel een paar uur van de markt af en Hannes moest dus al vroeg op weg. Maar vooraf, al dagen tevoren, had zijn vrouw hem aan het verstand gebracht, hoe hij handelen moest, als er kooplui naar de koe zouden komen kijken.
Je moet vooral niet veel praten, zei ze, want dan merken ze hoe dom je bent. Ook moet je niets te maken willen hebben met kooplui die veel praten, want praters zijn geen kopers en zorg vooral, dat je de koe niet voor minder dan honderdenzestig gulden verkoopt. Willen ze die prijs niet besteden, dan breng je het beest maar terug, maar doe je best het te verkopen, want we hebben geld nodig voor de pacht.
"Och," zuchtte ze, "kon ikzelf maar gaan! Wat is het toch een last als je zo'n domme man hebt."
Die laatste opmerking trok Hannes zich erg aan en hij nam zich stellig voor zo te handelen, dat zijn vrouw tevreden over hem zou zijn. Hij trok dus al vroeg naar de markt. Het was een drukke marktdag en er waren veel liefhebbers voor zijn koe. Het beest werd bevoeld en betast, maar de kooplieden waren drukke praters en dat stond Hannes niet aan, want hij dacht aan de woorden van zijn vrouw: praters zijn geen kopers.
Hannes zelf bleef stom als een vis en als men hem vroeg wat hij dacht van het bod, dan schudde hij het hoofd en zei alleen maar: "Je kunt de koe niet krijgen."
De kooplui gingen dan weg en Hannes bleef eindelijk zowat alleen op de markt achter. Ja, dacht hij, nu moet ik toch weer op huis aan. Kooplui, die niet praten kunnen, komen er toch niet, maar wat zal mijn vrouw zeggen als ik de koe weer thuis breng! Ze zal me weer voor een domkop uitmaken en toch heb ik juist gedaan, wat ze gezegd heeft.
Zo wandelde Hannes dan bedroefd met zijn koe naar huis. Onderweg kwam hij door een dorp en in het midden van het dorp was een kerkje, waarvan de deur juist openstond. Daar wil ik eens een kijkje nemen, dacht hij, misschien vind ik er nog een koopman.
Hannes ging dus met zijn koe naar binnen en bond het beest aan een kerkbank vast. Hij liep zelf door, want hij had iemand gezien die heel stil stond en geen woord sprak; dat was het beeld van St. Antonius. Het stond op een verhoging tegen de muur en Sint Antonius had een gewone monnikspij aan en een varken naast zich. Nu was Hannes nog nooit in een kerk geweest en hij wist niets van beelden af.
Hij zag Sint Antonius dus voor een levende varkenskoopman aan en dacht: als hij een varken koopt, zal hij mijn koe ook wel willen hebben. Hij ging dus vlak voor het beeld staan, knikte eens en zei: "Kom er eens af vriend, dan zal ik je mijn koe verkopen. Daarginds staat ze. Het is een best beest!"
Maar alles bleef stil.
"Een prater ben je niet," zei Hannes, "maar goed, als je liever je gemak houdt, blijf daar dan maar staan en zeg maar zo, wat je voor het beest wilt geven."
Alles bleef stil.
"Nou zwijg dan maar, praters zijn geen kopers, zegt mijn vrouw. Knik maar ja of nee, als ik de prijs noem. Wil je haar voor honderdzestig gulden hebben?"
Maar Sint Antonius antwoordde niet en hij knikte ook niet. Toen werd Hannes kwaad. Hij nam zijn stok en sloeg Sint Antonius dat hij op zijn voetstuk waggelde en kijk, daar viel een zak met geld voor zijn voeten op de grond.
"Ziezo," zei hij, "ik wist wel dat je mijn koe zou kopen, had maar gesproken, dan had ik je niet geslagen."
Tevreden nam hij zijn geld op en ging ermee naar huis.
Hij wierp, toen hij thuiskwam, zijn vrouw het geld in de schoot en zei: "Kijk eens, nu zal je niet meer zeggen, dat Hannes dom is!"
De vrouw begon het geld te tellen en ze kwam tot vijfhonderd gulden. Ze was een en al verbazing en vroeg, hoe Hannes het wel had aangelegd om zoveel geld voor de koe te krijgen en hoe de koopman er wel uitzag, want ze kon maar niet begrijpen, hoe de mensen zo gul waren en Hannes zo slim geworden was. Hannes vond het maar het verstandigst om niet te veel over het gebeurde in de kerk te vertellen, want dacht hij, als ik haar vertel dat ik de koopman geslagen heb, dan zal ze me dat wel verwijten. Hij zei dus alleen dat het een varkenskoopman was en dat die hem de geldzak zonder verder loven of bieden voor de voeten geworpen had. En daar bleef het bij.
Niet lang nadat Hannes de kerk uitgegaan was, kwam de koster om de deur te sluiten. Hij vond daar tot zijn verbazing een koe aan een bank vastgebonden, maar hij zag ook dat er iets gebeurd was met het beeld van Sint Antonius en toen sloeg hem de schrik om het hart, want achter dat beeld bewaarde hij zijn spaarduitjes.
En jawel, het bleek dat die verdwenen waren. Hij had lang gespaard om zoveel geld bij elkaar te krijgen en meende, dat het daar veilig was en nu was alles weg. Onmiddellijk ging hij bij de pastoor zijn nood klagen en hem tevens vertellen, dat er een koe in de kerk stond. De pastoor begreep er ook niet veel van. Dieven, die geld stelen, zijn niet gewoon er iets anders voor in de plaats te geven. Eindelijk bedacht hij dat er markt was geweest. De koe was wellicht gestolen en nu hier in de kerk achtergelaten, omdat de dief zich ontdekt achtte. Maar hoe hij daarbij het geld van de koster gevonden had, begreep de pastoor niet.
"Ga nu maar gauw naar de veldwachter," zei hij, "misschien kan die de dief nog achterhalen."
Maar dat wou de koster niet.
"De zaak moet stil blijven," zei hij, "als mijn vrouw het wist, zou ze me nog uitlachen op de koop toe en ik kan nooit meer iets sparen, want mijn vrouw breekt het geld met hamers."
"Nu," zei de pastoor, "neem dan de koe mee naar huis en zeg aan je vrouw dat het een geschenk van mij is, dan heb je toch iets aan je verloren geld."
Zo gezegd, zo gedaan. De koster kwam met de koe thuis en zijn vrouw was er wel verwonderd over zo'n groot geschenk te krijgen, vooral omdat de pastoor zuinig was en het niet al te breed had, maar haar man nam alle twijfel weg door te zeggen, dat ze het dan maar zelf aan de pastoor moest vragen. De koe werd op stal gezet en de vrouw had schik in het beest en zorgde er goed voor. Ze kreeg zin in het werk en in plaats van koffiepartijtjes te houden of de buurt af te lopen, was ze gedurig met de koe bezig. Het dier gaf veel melk, want het was een best beest en de vrouw, die vroeger maar onnadenkend geld uitgaf, werd spaarzaam nu ze zag, dat het moeite kostte om wat te verdienen. Zo hadden ze weldra geld genoeg overgespaard om een tweede koe te kopen. Daarna kochten ze een stukje land en op dit ogenblik is de koster een welgesteld man met een hele stal en veel land. Ook de boerderij van Hannes ging goed vooruit, toen de vrouw over meer geld beschikte. Sedert die tijd durfde zij hem niet meer te verwijten dat hij dom was, al was hij dan ook niet snuggerder dan vroeger. Zo waren er twee huishoudens gelukkiger geworden door het verkopen van die koe aan Sint Antonius.
(Noord-Brabant)

Onderwerp

AT 1643 - The Broken Image    AT 1643 - The Broken Image   

ATU 1643 - Money inside the Statue    ATU 1643 - Money inside the Statue   

Beschrijving

Een domme man moet van zijn slimme vrouw een koe verkopen. Hij moet minstens honderd en zestig gulden voor de koe krijgen en niet over de prijs onderhandelen met mensen die teveel praten. Praters zijn geen kopers. Het lukt de man niet de koe te verkopen. Onderweg naar huis komt hij langs een lege kerk. De man ziet het beeld van Sint Antonius aan voor een varkenskoopman. Het beeld zwijgt en de man ziet er een goede koper in. Het beeld reageert niet op het bod van de man, ook niet met knikken. Dan wordt de man kwaad en slaat het beeld. Op de grond valt een zak met vijfhonderd gulden. De 'koop' is gesloten. Het geld is van de koster die het geld stiekem, zonder medeweten van zijn vrouw, heeft gespaard. De koster doet zijn beklag bij de pastoor. Hij krijgt de koe. De vrouw van de koster is tevreden om het geschenk van de pastoor. En de vrouw van de domme man is tevreden omdat de koe voor veel geld is verkocht.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p.140-144

Commentaar

[1894]
The Broken Image

Naam Overig in Tekst

Hannes    Hannes   

Sint Antonius.    Sint Antonius.   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20