Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS046 - Van het oude paard

Een sprookje (boek),

Hoofdtekst

VAN HET OUDE PAARD
Er was eens een boer, die een oud paard had. Hij had het dier lang geleden gekocht. Toen was het een mooie appelschimmel van anderhalf jaar geweest.
Zelf had hij het geleerd het werk op het land te doen, maar nu was het dier oud en stijf geworden. Het kon de wagen niet meer trekken en de ploeg niet meer door de akker halen.
Wat moest hij met het paard beginnen!? Het dier naar de slager brengen, wilde hij niet en hij kon het ook niet voor niets de kost blijven geven, want zo rijk was hij niet.
Op een morgen zette hij de staldeuren wijd open en zei tegen het paard: "Hans, in het bos huist een wolf, die iedere keer een stuk vee uit de weide weghaalt. Als je die wolf kan vangen, zo dat ik hem dood of levend in handen krijg, dan zal ik je de kost geven zolang als je leeft, maar slaag je er binnen drie dagen niet in, dan verkoop ik je aan de slager."
Hans liet zijn hoofd hangen en liep langzaam het bos in. Overal keek hij rond, maar er was geen wolf te bekennen en tegen de avond ging hij mistroostig naar de hoeve terug. De tweede dag ging het net zo. De wolf liet zich weer niet zien en met hangend hoofd keerde Hans naar de stal terug.
Toen de boer de volgende dag de staldeur opende, zei hij: "Hans, vandaag is de derde dag, dat is de laatste, denk erom. Breng je vanavond de wolf mee, dan kun je hier blijven zolang als je leeft. Toe, doe je best nog eens. Je leven hangt ervan af."
En Hans ging weer het bos in om de wolf te zoeken. Daar kwam hij Reintje de vos tegen.
"Goeiemorgen, Witte," zei Reintje. "Wat zoek je hier toch? Ik heb je nu al twee dagen door het bos zien dwalen."
"Wat helpt het mij of ik het je zeg. Je kunt mijn leven toch niet redden."
"Boe, dat weet ik nog zo net niet. Iedereen zegt, dat ik slim ben. Vertel mij eens, wat eraan scheelt!"
"Ach," zei Hans, "ik kan het je wel vertellen, al denk ik niet dat je me helpen kunt, maar baat het niet, het schaadt ook niet. Werken kan ik niet meer en nu wil de boer mij aan de slager verkopen als ik vanavond de wolf, die hier in het bos huist, niet weet te vangen. Als je me helpen kunt, dan red je mij het leven en dan zal ik je altijd dankbaar blijven."
De vos krabde zich eens achter het oor en zei: "Gelukkig, dat je het mij verteld hebt; ik zal je redden, maar dan moet je ook precies doen, wat ik je zeg, en... in de winter moet je mij zo nu en dan een kip toestoppen, die bij jou uit de ruif de haver komt pikken; zet haar maar achter de staldeur, dan vind ik haar wel."
"O, ja. Als je mij helpt dat ik in leven blijf, dan kun je er vast op rekenen, dat ik je dat plezier zal doen."
"Nu, ga dan maar mee. Laten we langs de bosrand lopen, dan ziet de wolf ons niet."
Zo liepen ze dan met elkaar om het bos heen naar de heide. Daar had de boer zand gegraven.
"Nu moet je op die zandhoop gaan liggen," zei de vos, "met de benen uitgestrekt en het hoofd wat vooruit. Als je zo stilligt, net of je dood bent, ga ik naar de wolf en breng hem mee en als je me dan na een tijdje hoort roepen: "Hup! Ouwe Witte!" dan spring je pardoes op en loopt zo hard als je nog lopen kunt naar huis en... dan ben je gered, dat beloof ik je! "
"Dat is goed," zei het paard en de vos liep het bos in en zocht de wolf op.
"Goedendag, buurman. Ga je mee een eindje wandelen?"
"Ja," zei de wolf, "dat kan ik wel doen" en samen kuierden ze door het bos. Toen ze aan de andere zijde van het bos kwamen, zei de wolf: "Laten we maar weer teruggaan."
"Welnee, waarom? Als we eens om het bos heenliepen. Ik wil ook wel eens in de zon wandelen. In het donkere bos merk je zo weinig van de zonneschijn."
Ze liepen om het bos heen langs de heide.
"Kijk eens, wat ligt daar?" vroeg de vos opeens, toen ze dicht bij de zandhoop waren aangeland. "Laten we eens gaan kijken, het lijkt wel een dood paard."
"Dat valt mee, daar kunnen we lekker van smullen," zei de wolf toen ze erbij kwamen en hij wilde meteen er zijn tanden inzetten.
"Neen," zei de vos. "Nu kunnen we nog wel wat anders vinden. Laten we dit paard bewaren voor de winter, als er bijna niets meer te vangen is. Weet je wat we doen moesten? Het paard in de zandkuil rollen en dan zand erover. Als de winter komt, dan hebben we tenminste wat te eten."
"Maar hoe krijgen we het in die kuil?" vroeg de wolf."We kunnen dat paard er wel inschuiven, als we elkaar helpen duwen."
Maar hoe ze ook duwden, het ging niet.
"Weet je wat," zei de vos, "jij bent erg sterk; als ik jouw staart aan de staart van het paard vastknoop, dan moet jij maar trekken en onderwijl zal ik duwen."
"Ja," zei de wolf, "dat is goed. Ik zal wel trekken."
Hij was gevleid, dat de vos gezegd had dat hij zo sterk was. De vos knoopte de staarten stevig aan elkaar.
"Ziezo," zei hij; "nu moet je flink trekken," en de wolf trok tot de knoop goed vastzat.
"Hup! Ouwe Witte," schreeuwde de vos en het paard sprong op en liep zo hard als het kon naar huis terug. De wolf bengelde er achteraan.
"Sla je klauwen in het zand," riep de vos hem nog na. "Sla je klauwen in het zand," maar daar kreeg de wolf geen kans toe. Telkens sloeg het paard hem met de achterbenen tegen de rug. Hij was dan ook meer dood dan levend toen ze op de boerderij aankwamen.
"Dat heb je er goed afgebracht, Hans," zei de boer en klopte hem op de nek. "Nu kun je zo lang leven als je wilt. Je zult het altijd goed bij ons hebben."
Hij hield woord en het paard werd tot zijn dood toe goed verzorgd. 's Winters zette de Witte zo nu en dan een kip achter de staldeur voor de vos, maar daar kraaide geen haan naar.
(Drente)

Onderwerp

AT 0047A - The Fox (Bear, etc) Hangs by his Teeth to the Horse's Tail, Hare's Lip    AT 0047A - The Fox (Bear, etc) Hangs by his Teeth to the Horse's Tail, Hare's Lip   

ATU 0047A    ATU 0047A   

Beschrijving

Een oud paard moet van zijn baas binnen drie dagen een wolf vangen, anders zal hij geslacht worden. Het paard roept de hulp van de vos in. De vos bedenkt een list. Het paard moet op een bepaalde plaats doodstil gaan liggen. Ondertussen maakt de vos een wandeling met de wolf. Ze vinden het 'dode' paard. De vos zegt dat ze het beest beter kunnen bewaren. Ze slepen hem naar een kuil. De vos maakt de staart van de wolf vast aan die van het paard. Op een afgesproken teken staat het paard onverwachts op en loopt weg met de wolf achter zich aan bungelend. Het paard is gered.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p.145-147

Commentaar

The Fox (Bear etc.) Hangs by his Teeth to the Horse's Tail

Naam Overig in Tekst

Hans    Hans   

Reintje [Reinaert]    Reintje [Reinaert]   

Naam Locatie in Tekst

Witte.    Witte.   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20