Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS050 - Van de betoverde bok en het glazen bruggetje

Een sprookje (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

VAN DE BETOVERDE BOK EN HET GLAZEN BRUGGETJE
Er was eens een vader die drie dochtertjes had. Daar hij rijk was, gaf hij aan zijn kinderen alles wat zij hebben wilden.
Eens ging hij naar een naburige stad en vroeg aan zijn dochtertjes wat hij deze keer voor hen zou meebrengen.
De oudste vroeg een viool, die vanzelf kon spelen. De tweede een pop, die vanzelf kon dansen en de jongste een roosje, dat zingen kon. De vader zocht overal en vond ook een viool, die vanzelf kon spelen en ook een pop, die vanzelf kon dansen, maar een zingend roosje kon hij nergens kopen.
Daar de jongste zijn lieveling was, wilde hij toch zo graag dat roosje voor haar hebben. Hij liep toen een eind de weg op, die van de stad naar buiten leidde in de hoop nog in een van de tuinen een zingende roos te vinden.
Ja waarachtig, daar kwam hij aan een tuin met prachtige rozen en één daarvan zong zo mooi. Over de schutting klimmen en de roos plukken, was het werk van één ogenblik, maar nauwelijks had hij de roos in de hand, of daar stond een mooie grote bok naast hem die zei: "Waarom deed je dat? Nu moet je sterven."
De vader vertelde dat hij drie dochtertjes had, die hem niet konden missen en dat hij voor de jongste de roos had geplukt, zonder te vermoeden dat hij daar kwaad mee had gedaan.
"Nu, je mag blijven leven," zei de bok, "als je me geeft wat je het eerst tegenkomt op je eigen grond."
Daar het hondje gewoonlijk het eerste was, wat hem tegemoet kwam gesprongen, stemde hij dadelijk toe, maar deze keer was het zijn jongste dochtertje, die hem reeds van verre tegemoet kwam lopen. Thuis vertelde hij alles wat er gebeurd was, ook van zijn belofte.
"Maar," liet hij erop volgen, "hij krijgt je niet, dan wil ik liever zelf sterven."
Zijn dochtertje wist hem echter te bepraten, dat het toch beter was dat zij naar de bok ging, dan dat allen hun vader zouden missen. Toen bracht de vader haar naar de tuin, waar hij de roos had geplukt en ging diep bedroefd naar huis.Het meisje liep de tuin door, maar vond niemand.
Eindelijk kwam zij bij een heel groot huis. Daar de deur openstond, liep zij naar binnen. Aan weerszijden in de gang stonden beelden en bloemen en daartussen was af en toe een deur.
Zij deed een van de deuren open en kwam in een prachtige kamer met meubels, zo mooi, als zij nog nooit had gezien. Het was of iedere stoel een rustbed was, maar ze dorst er niet op te gaan zitten. Toen deed ze een andere deur open; daarbinnen was de tafel gedekt. Ze wilde juist aan tafel gaan zitten, toen ze in de opening van de deur, die naar de tuin leidde, de bok zag staan.
Ze liep naar hem toe en zei; "Hier ben ik. Wat moet ik doen?"
"Eerst gaan eten," zei de bok. Ze had honger, dus dat deed ze wat graag.
Toen liet de bok haar het hele huis zien; nergens was het echter zo prachtig als in de kamers, die voor haar waren bestemd. Daar was alles van fluweel en zijde.
Door al dat lopen en kijken was ze zo moe geworden, dat ze, toen de bok haar alleen liet in haar kamer, dadelijk in slaap viel toen ze op het bed ging liggen.
De volgende morgen zag ze dat er mooie kleren voor haar klaargelegd waren; een fluwelen jurkje, een hemdje fijner dan zijde en wit satijnen schoentjes. Toen ze zich aangekleed had, keek ze in de spiegel en dacht: ik wou, dat ze me thuis zo eens zagen.In de kamer, waar ze gegeten had, stond weer een heerlijk ontbijt voor haar klaar en in de gang stond de bok op haar te wachten. Zij streelde hem eerst over zijn lange witte haren en ging daarna van al het klaargezette eten wat proeven. Toen zij genoeg had, ging ze weer met de bok in de tuin, waar ze bloemen plukte, speelde en op de rug van het dier rondreed.
Ze had een heel prettige tijd, zodat ze de eerste twee dagen niet aan thuis dacht, maar de derde dag kon ze het niet langer uithouden, zo verlangde ze naar haar vader.
Nadat ze beloofd had dezelfde avond terug te zullen komen, zei de bok: "Ga maar op mijn rug zitten, dan zal ik je naar huis dragen."
Dat deed ze. Een eind van de tuin lag over de weg een glazen brug, maar de bok aarzelde niet en was er met een grote sprong overheen.
Allen waren blij haar weer thuis te hebben en deden veel moeite om haar over te halen bij hen te blijven, maar ze wilde niet; ze deed wat ze beloofd had en ging 's avonds met de bok naar huis.
Enige dagen later bracht de bok haar weer weg; de vader deed toen een slaapmiddel in een glaasje wijn en gaf het haar te drinken, zodat ze spoedig in slaap viel. Toen nam hij een stok en joeg de bok weg. Het meisje sliep enige uren en vroeg, toen ze wakker werd, dadelijk naar de bok. Haar vader zei dat de bok weg was en zij nu weer bij hem mocht blijven, maar daar wilde ze niet van horen. Schreiend liep ze de weg op, doch ze zag de bok niet meer.
Ze liep door tot ze bij de glazen brug kwam; om daar over te gaan, moest men voor iedere stap wat neerleggen, anders brak de brug. Ze zocht daarom enige steentjes op en legde een steentje neer bij iedere stap. Ze kwam tot bijna het einde van de brug, maar helaas had ze één steentje te weinig. Terug kon ze niet, want al de steentjes waren weggegleden. Ze wilde toch naar de bok toe en daarom beet ze het puntje van haar pink af, wat haar heel veel pijn deed, legde dat op de brug voor de laatste stap en was er gelukkig over.
Ze zag de bok reeds van verre treurig heen en weer lopen, maar toen hij haar zag, sprong hij van vreugde in de hoogte, liet haar op zijn rug zitten en bracht haar naar haar kamer.
Daarna gingen er weer enige dagen voorbij. Vaak zag de bok haar smekend aan, maar het meisje wist niet waarom. Op een goede morgen vond ze de bok niet, zoals gewoonlijk, aan het ontbijt. Ze zocht het hele huis door, doch hij was nergens te vinden. Toen ging ze de tuin in en zocht ook daar tot ze hem eindelijk zag liggen op de plek, waar het zingende roosje had gestaan.
Vlug liep ze erheen, maar hoe schrok ze toen ze zag dat de bok dood was. Ze knielde huilend neer en kuste hem op de kop. En op datzelfde ogenblik veranderde de bok in een mooie prins. Hij sprong vlug overeind en nam het verbaasde meisje in zijn armen.
Hij vertelde haar dat hij door een fee in een bok veranderd was en dat die boze fee gezegd had, dat hij alleen door de kus van een mooi meisje weer zijn echte gedaante zou aannemen. Hij had haar daarom dikwijls zo smekend aangekeken in de hoop, dat zij hem een kus zou geven. Zij had dit echter nooit begrepen.
Maar nu was alle leed vergeten; de prins trouwde met het meisje en toonde aan iedereen hoe ze uit liefde voor hem haar pink had afgebeten.
(Noord-Holland)

Beschrijving

Een vader gaat op reis en wil voor zijn jongste dochter een zingende roosje meenemen. In een tuin vindt hij de roos. Als hij hem plukt zegt een bok dat hij nu moet sterven. De vader legt uit dat zijn dochtertjes hem dan zullen missen. Dan moet de vader de belofte doen dat hij het eerste wat hij bij thuiskomst tegenkomt, aan de bok zal geven. Dat blijkt de jongste dochter. Zij gaat naar de bok. Hij woont in een mooi paleis. Het meisje wordt verwend met mooie kleren en eten. Als ze naar huis wil, brengt de bok haar. Dan geeft de vader het meisje een slaapdrank en stuurt de bok weg. Als het meisje ontwaakt, mist ze de bok. Ze gaat naar de bok terug, over het glazen bruggetje. Om daar overheen te kunnen lopen, moet ze bij ieder stap een steentje neerleggen. Ze komt net een steentje tekort en bijt daarom een stukje van haar pink af. De bok kijkt haar smekend aan, maar het meisje begrijpt niet waarom. Op een dag treft ze de bok in de tuin doodliggend aan. Ze kust de bok. De bok verandert in een prins. De prins trouwt met het meisje.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p. 155-158

Motief

D334 - Transformation: goat to person.    D334 - Transformation: goat to person.   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20