Hoofdtekst
Wie zijn billen brandt (1)
`Het is waar gebeurd, maar om menslievende redenen noem ik geen namen. Een meneer A. lag te bed met zijn vrouw. Beneden in het huis klonk gestommel.
"Een inbreker!" piepte de vrouw, "Gauw, ga kijken!"
De man sloop de trap af en dacht: ik doe slim, ik ga op handen en voeten de kamer binnen, dan ziet-ie me niet. Zo gezegd zo gedaan. Hij gluurde rond in de schemerkamer. Niets. Toen duwde er opeens iets van echter tegen zijn onderbroek. De man schrok vreselijk, niet wetend dat het de hond was, en sloeg tegen het dressoir.
Gat in zijn hoofd, kleed vol bloed, transport naar het ziekenhuis. Toen hij piekfijn verbonden terugkwam, had zijn vrouw met watten en benzine de boel schoongeveegd. De paniek was over. Hij ging naar de wc, stak daar een kalmerend sigaretje op, gooide de lucifer in de toiletpot. Vloem! Grote vlammen verbrandden zijn billen. Zijn vrouw had de benzinewatten in de wc gegooid.
Terug naar het ziekenhuis. De vrouw was erbij. Toen ze vertelde wat er allemaal gebeurd was, moesten de ziekenbroeders zo lachen, dat ze de brancard lieten vallen, waardoor de man een arm brak.'
(Herman Pieter de Boer in `H.P.de Boer' en Betty van Garrel: Zalig zijn de schelen. 3e druk, 1981, p.90-92.)
`Het is waar gebeurd, maar om menslievende redenen noem ik geen namen. Een meneer A. lag te bed met zijn vrouw. Beneden in het huis klonk gestommel.
"Een inbreker!" piepte de vrouw, "Gauw, ga kijken!"
De man sloop de trap af en dacht: ik doe slim, ik ga op handen en voeten de kamer binnen, dan ziet-ie me niet. Zo gezegd zo gedaan. Hij gluurde rond in de schemerkamer. Niets. Toen duwde er opeens iets van echter tegen zijn onderbroek. De man schrok vreselijk, niet wetend dat het de hond was, en sloeg tegen het dressoir.
Gat in zijn hoofd, kleed vol bloed, transport naar het ziekenhuis. Toen hij piekfijn verbonden terugkwam, had zijn vrouw met watten en benzine de boel schoongeveegd. De paniek was over. Hij ging naar de wc, stak daar een kalmerend sigaretje op, gooide de lucifer in de toiletpot. Vloem! Grote vlammen verbrandden zijn billen. Zijn vrouw had de benzinewatten in de wc gegooid.
Terug naar het ziekenhuis. De vrouw was erbij. Toen ze vertelde wat er allemaal gebeurd was, moesten de ziekenbroeders zo lachen, dat ze de brancard lieten vallen, waardoor de man een arm brak.'
(Herman Pieter de Boer in `H.P.de Boer' en Betty van Garrel: Zalig zijn de schelen. 3e druk, 1981, p.90-92.)
Onderwerp
BRUN 05330 - The Cat (or Dog) and the Nude Man   
Beschrijving
Een vrouw denkt 's nachts een inbreker te horen en stuurt haar man naar beneden. De man kruipt op handen en voeten door de kamer maar vindt niemand. Als de hond zijn snuit tegen het achterwerk van de man duwt, stoot de man van schrik zijn hoofd tot bloedens toe. Hij wordt in het ziekenhuis behandeld. Zijn vrouw ruimt het bloed op met watten en benzine en gooit dit in de wc. Als de man thuis op de wc een sigaret opsteekt en de lucifer in de pot gooit, volgt een ontploffing. Ambulancebroeders dragen de man op een brancard de trap af, maar laten hem vallen van het lachen, als ze horen wat er gebeurd is. De man breekt zijn arm.
Bron
Peter Burger: De wraak van de kangoeroe. Amsterdam 1993, p.98-99
Commentaar
1972
The Cat (or Dog) and the Nude Man & The Exploding Toilet & The Laughing Paramedics, BRUN 04100, BRUN 04125
Naam Overig in Tekst
meneer A.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
