Hoofdtekst
Ding-dong!
`Op een zaterdagmorgen gaat Henk Janssen, een kennis van een goede vriend van mij, na de eerste koffie in zijn bedrijfsoverall naar beneden om aan zijn auto te werken, die al wekenlang olie verliest.
Even later komt zijn overbuurman en fabriekscollega in dezelfde outfit naar buiten, hij om zijn auto te wassen. Nadat Henk een tijdje onder zijn auto heeft liggen sleutelen, merkt hij dat hij een nieuw onderdeel nodig heeft. Hij kan zelf nu niet met zijn auto rijden en vraagt of hij die van zijn overbuurman mag lenen. Dat mag. Laatstgenoemde verveelt zich intussen en kruipt onder de auto van zijn buurman om het technische probleem te overzien. Op dat moment komt mevrouw Janssen (Eva) de trap af om even boodschappen te gaan doen.
Ze ziet haar man half onder de auto liggen, zegt: "Hé lieverd, ik ben effe naar de hoek, je tweede koffie komt zo," en grijpt hem even speels in het kruis.
De overbuurman, die dat niet zo gewend is, schrikt zich te pletter, vliegt overeind, en beukt tegen de onderkant van de auto op. Eva Janssen is dan al nietsvermoedend op weg naar de hoek.
Even later komt Henk terug. Hij ziet zijn buurman doodstil onder zijn auto liggen, trekt hem onder de auto vandaan en brengt hem voorzichtig naar zijn eigen huis naar boven (buurman is vrijgezel). De dokter wordt gebeld, deze vreest een zware hersenschudding, intussen hoort Henk van zijn vrouw wat er gebeurd moet zijn. De gealarmeerde ambulance arriveert, de buurman (nog steeds buiten bewustzijn) wordt op de bancard vastgebonden, de twee ziekenbroeders nemen voetje voor voetje de eerste bocht boven aan de trap, en op dat moment vraagt een van hen aan Henk hoe het ongeluk eigenlijk gebeurd is. Henk vertelt het, en daar krijgen de beide ziekenbroeders zo de slappe lach van, dat de zware brancard uit hun handen glipt en een van hen in zijn val meesleept, zodat er meteen weer een tweede ambulance gebeld kan worden.'
(Nico Scheepmaker: `Trijfel' in Leidsch Dagblad, 14 september 1978)
`Op een zaterdagmorgen gaat Henk Janssen, een kennis van een goede vriend van mij, na de eerste koffie in zijn bedrijfsoverall naar beneden om aan zijn auto te werken, die al wekenlang olie verliest.
Even later komt zijn overbuurman en fabriekscollega in dezelfde outfit naar buiten, hij om zijn auto te wassen. Nadat Henk een tijdje onder zijn auto heeft liggen sleutelen, merkt hij dat hij een nieuw onderdeel nodig heeft. Hij kan zelf nu niet met zijn auto rijden en vraagt of hij die van zijn overbuurman mag lenen. Dat mag. Laatstgenoemde verveelt zich intussen en kruipt onder de auto van zijn buurman om het technische probleem te overzien. Op dat moment komt mevrouw Janssen (Eva) de trap af om even boodschappen te gaan doen.
Ze ziet haar man half onder de auto liggen, zegt: "Hé lieverd, ik ben effe naar de hoek, je tweede koffie komt zo," en grijpt hem even speels in het kruis.
De overbuurman, die dat niet zo gewend is, schrikt zich te pletter, vliegt overeind, en beukt tegen de onderkant van de auto op. Eva Janssen is dan al nietsvermoedend op weg naar de hoek.
Even later komt Henk terug. Hij ziet zijn buurman doodstil onder zijn auto liggen, trekt hem onder de auto vandaan en brengt hem voorzichtig naar zijn eigen huis naar boven (buurman is vrijgezel). De dokter wordt gebeld, deze vreest een zware hersenschudding, intussen hoort Henk van zijn vrouw wat er gebeurd moet zijn. De gealarmeerde ambulance arriveert, de buurman (nog steeds buiten bewustzijn) wordt op de bancard vastgebonden, de twee ziekenbroeders nemen voetje voor voetje de eerste bocht boven aan de trap, en op dat moment vraagt een van hen aan Henk hoe het ongeluk eigenlijk gebeurd is. Henk vertelt het, en daar krijgen de beide ziekenbroeders zo de slappe lach van, dat de zware brancard uit hun handen glipt en een van hen in zijn val meesleept, zodat er meteen weer een tweede ambulance gebeld kan worden.'
(Nico Scheepmaker: `Trijfel' in Leidsch Dagblad, 14 september 1978)
Onderwerp
BRUN 01605 - The Unzipped Mechanic (or Plumber)   
Beschrijving
Een man gaat in overall onder zijn auto liggen sleutelen. Zijn overbuurman wast in dezelfde overall zijn auto. De man heeft een nieuw onderdeel nodig en mag de auto van zijn buurman lenen. In de tussentijd gaat de buurman onder de auto liggen om te zien wat er mankeert. De vrouw van de eerste man komt melden dat ze even boodschappen gaat doen en grijpt, zonder de persoonsverwisseling te merken, de buurman even speels in zijn kruis. De buurman schrikt en stoot zijn hoofd. Als de man terugkeert, trekt hij een bewusteloze buurman onder zijn auto vandaan en legt hem op zijn slaapkamer. De dokter laat een ambulance komen. Broeders dragen de buurman op een brancard de trap af. Als ze horen wat er gebeurd is, laten ze van het lachen de brancard vallen, waardoor ook de voorste broeder gewond raakt.
Bron
Peter Burger: De wraak van de kangoeroe. Amsterdam 1993, p.102-103
Commentaar
14 september 1978
The Unzipped Mechanic (or Plumber) & The Laughing Paramedics BRUN 04125
Naam Overig in Tekst
Henk Janssen   
Eva Janssen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
