Hoofdtekst
Hoovaerdige Sies
Als Sies nieuwe kousen had, wachtte bij, om ze aan te doen, tot de straat vuil lag, en hij zijne broek moest opslooven.
Stond hij op straat te praten, dan moest zijne moeder roepen: "Sies, gij moet komen vleesch eten," en hij kreeg, och arme! maar eenen drogen patat!
Was er iemand in huis, zoo ging hij zich wasschen, en de moeder moest hem dan vragen, welken handdoek hij hebben wilde?
"Eenen van de 12 nieuwe," antwoordde hij, en hij bediende zich gewoonlijk van de schotelvod!
"En wat hemd?"
"Een van die 24 lijnwaadsche," zei hij, en hij had, verdod! meer eenen blauwen kiel aan het bloot lijf dan een wit hemd, want hij had er allesendalles krek twee, éen slecht en éen gansch versleten!!
(Oost-Vlaanderen)
Als Sies nieuwe kousen had, wachtte bij, om ze aan te doen, tot de straat vuil lag, en hij zijne broek moest opslooven.
Stond hij op straat te praten, dan moest zijne moeder roepen: "Sies, gij moet komen vleesch eten," en hij kreeg, och arme! maar eenen drogen patat!
Was er iemand in huis, zoo ging hij zich wasschen, en de moeder moest hem dan vragen, welken handdoek hij hebben wilde?
"Eenen van de 12 nieuwe," antwoordde hij, en hij bediende zich gewoonlijk van de schotelvod!
"En wat hemd?"
"Een van die 24 lijnwaadsche," zei hij, en hij had, verdod! meer eenen blauwen kiel aan het bloot lijf dan een wit hemd, want hij had er allesendalles krek twee, éen slecht en éen gansch versleten!!
(Oost-Vlaanderen)
Beschrijving
Een jongen camoufleert de armoede waarin hij leeft. Als zijn moeder roept dat ze gaan eten, zegt ze dat er vlees is, terwijl de maaltijd slechts uit een patat bestaat. En als er bezoek is, en de jongen gaat zich wassen, vraagt hij om een handdoek, terwijl hij anders altijd een andere doek gebruikt.
Bron
Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 1 (1888) 17
Commentaar
1888
Naam Overig in Tekst
Sies.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
