Hoofdtekst
Er was zoo eens een Janneken en een Mieken, en die woonden in een hutteken in een bosch. Toen hunne ouders stierven, bleven zij alleen op de waereld, en moesten de nalatenschap onder elkaar verdeelen. Maar zij waren zoo arm, zoo arm, dat zij niets bezaten dan twee kiekens en éenen haan...
De vraag was nu, hoe een eerlijke verdeeling gedaan?
"Wel," zei Mieken, "laat ons den haan in twee doen, dan heeft ieder de helft."
Zoo gezegd, zoo gedaan. Janneken kreeg den kant van den kop, en Mieken den kant van den staert. Mieken begon maar dadelijk haar stuk haan te plukken, en stak het in den pot. Maar Janneken zijn peetje was een tooverheks, en die kwam opeens langs de schouw bij hen neergedaald.
"Hoor eens," zei ze tot haar petekind, "ge moogt uwen halven haan niet in den pot steken, zulle! Ik zal hem betooveren, en dan kunt gij er al van gedaan krijgen, wat gij maar wenscht."
Daarop stak de tooverkol haar stoksken in den asschebak, mompelde woorden van de zwarte kunst, en lei haar stoksken op den kop van den halven haan. Twaalf uren sloeg de klok...
Pardaf! zei ze, en opeens was het wijf terug door de schouw verdwenen.
"Dat 's allemaal goed en wel," zei Jan tot zijn zuster, "maar wat gaan wij er nu mee aanvangen, met dien halven haan?"
Mieken, die nog al plat was, zij gedacht zoo in heur eigen: als wij geld hebben, dan kunnen wij alles! en ze zei: "Laat ons hem zenden naar het hof van meneer van Bruinkasteel, om drij beurzen met geld."
En de halve haan er seffens naar toe.
Onderweg komt hij twee dieven tegen, die hem verwonderd vroegen: "Halve haan, waar gaat ge naar toe?"
"Naar het hof van Bruinkasteel!"
"Mogen we meegaan?"
"Ja, kruipt maar onder mijn veeren!"
En de dieven schikten zich zoo gemakkelijk als ze maar konden in de pluimen van den halven haan. Een beetje verder kwamen twee vossen voorbij. Ook zij vroegen om mee te mogen gaan, en kregen hetzelfde antwoord. Eindelijk stond de haan voor een groot water, dat al even nieuwsgierig was.
"Kom maar binnen, meneer Peeters!" riep de halve haan tot den plas.
En: "kloek, kloek, kloek, kloek!" kroop het water bij de andere logeergasten.
Tingelingeling! 't Was de halve haan, die belde aan de poort van het hof.
"Ga zeggen aan uwen meester, dat ik drij beurzen met geld moet hebben!"
Wat erge Nellis, dacht de knecht, die had open gedaan. En hij ging de boodschap aan zijnen meester overbrengen.
Deze sprak: "Zet den halven haan bij de kiekens in 't kiekenkot!"
Dat gebeurde.
Maar toen het nu nacht werd, zei de halve haan tot de twee vossen: "Mannen, komt uit, en vreet al de kiekens op!"
De vossen lieten het geen twee keeren zeggen, en weg waren ze.
Toen 's anderendaags de knecht kwam zien, liep hij verschrikt tot bij zijnen meester, en stamelde: "Nu—nu zijn al—al de kiekens opgeëten — en de halve haan zit boven op den balk en—en roept maar altijd: `Koekeloerenhaantje!'"
"Wel, zet hem dan in den paerdenstal," zei de meester.
Het geschiedde; maar den volgenden nacht liet de halve haan de twee dieven te voorschijn komen, die dadelijk te paerd sprongen en als een pijl de gaten uit vlogen.
"Nu weet ik er alles van," zei de knecht den anderen morgen, en het koud zweet brak hem uit.
Ditmaal zou de booswicht niet ontsnappen: de halve haan werd in den gloeienden oven gezet. Maar, denkt ge misschien, met beter gevolg? Mis: nu kwam het water veur de pinnen, en op tijd van éen, twee, drij, was het vuur uitgebluscht. 's Anderendaags stond het water al zoo hoog en 't kwam tot aan de eerste stagie! En boven op den plas zwom heldhaftig onze halve haan, die kraaide zoo luid hij kraaien kon: `Koekeloerenhaantje!'
"Geef hem gauw de drij beurzen met geld!" zei mijnheer van Bruinkasteel: "Dat hij weg kome... Anders verrenuweert hij nog heel mijn familie!..."
De halve haan vertrok, en gaf eerlijk de centjes thuis af. En Janneken en Mieken waren rijk, schatrijk! Ze zijn heel kontent, en ze komen goed overeen. En de halve haan woont nog altijd bij hen.
Onderwerp
AT 0715 - Demi-coq   
ATU 0715 - Demi-cock.   
Beschrijving
Bron
Motief
F311.1 - Fairy godmother.   
B171.1 - Demi-coq.   
D915.2 - River contained under cock’s wings.   
F601.7 - Animals as extraordinary companions.   
B435.1 - Helpful fox.   
D1382.8 - Magic stream quenches fire.   
K481 - Demi-coq by means of his magic animals and magic water collects money.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Janneken   
Mieken   
Bruinkasteel   
Meneer Peeters   
Koekeloerehaantje.   
