Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE034 - TOOVER PRENTENBOEK DE LOTGEVALLEN VAN ROBINSON CRUSOË DE GESCHIEDENIS VAN ROODKAPJE DE GESCHIEDENIS VAN DE GELAARSDE KAT

Een sprookje (centsprent), 1872

Hoofdtekst

Roodkapje.

Er leefde eens op een dorp een allerliefst meisje, het aardigste schepseltje dat men ooit gezien had. Zij was de lieveling van ieder die haar kende, en vooral haar moeder en grootmoeder hielden ontzaggelijk veel van haar. Zij droeg gewoonlijk een roodkleurig kapje, 't welk zij eens op haar verjaardag gekregen had en haar zoo goed stond, dat zij algemeen onder den naam "Roodkapje" bekend was.

Op een zekeren dag, toen hare moeder wafels gebakken had, zeide deze tot haar: "Kindlief, ge moest eens naar uwe grootmoeder gaan en eens vragen hoe zij het maakt, want ik hoor dat zij ziek is, -- neem dan tevens eenige wafels en dit potje boter voor haar mede." Roodkapje voldeed dadelijk aan dit verzoek en ging op weg naar hare grootmoeder, die in een naburig dorp woonde. De wafels en de boter deed zijn in een mandje en hing dit aan haar arm.

Om het dorp te bereiken, waar haar grootmoeder woonde, moest zij een groot bosch door, doch dewijl zij deze wandeling reeds dikwijls gedaan had en het prachtig weêr was, stapte zij welgemoed en vroolijk zingende onder de zware boomen voort, tot zij bijna aan den uitgang van het bosch gekomen was.

Doch bijna aan den uitgang van het bosch gekomen zijnde (sla de onderste klep open,) daar zag Roodkapje eensklaps een grooten wolf, die recht op haar aankwam en dadelijk grooten lust had om haar te verslinden, maar dit plan niet durfde volvoeren, omdat dicht bij hen eenige houthakkers aan het werk waren.

Toen hij vlak bij haar was, sprak hij Roodkapje beleefd aan en vroeg haar waar zij heenging. Het lieve meisje, niet wetende hoe gevaarlijk het is tegen een wolf in een bosch te praten, antwoordde: "Ik ga naar mijne grootmoeder, om te vragen hoe zij het maakt, en om haar deze wafels en dit potje boter te brengen." "Woont uwe grootmoeder ver van hier?" vroeg de wolf. (Sla de bovenste klep ook open.) "O ja," antwoordde Roodkapje, "nog voorbij gindschen hooge molen, zij woont in het eerste huisje van het dorp, dat gij daar kunt zien liggen." De wolf, die dadelijk booze plannen beraamde: hernam: "Wel, dan kon ik haar ook wel gaan opzoeken; ik zal dit pad volgen, neem gij dan het andere dat ginds heenloopt, wij zullen dan eens zien wie er het eerste is." De wolf liep onmiddellijk, zoo hard als hij kon, langs het kortste pad, terwijl Roodkapje een omweg nam en zich al loopende nog ophield met het naloopen van kapellen en het plukken van bloemen, die langs den weg groeiden.

De wolf had spoedig de woning van hare grootmoeder bereikt en klopte aan de deur. "Wie is daar?" vroeg de oude vrouw. "Ik ben het grootmoeder, uw kleinkind Roodkapje," antwoordde de wolf, de stem van het kind zoo goed mogelijk namakende: "ik breng u eenige wafels en een potje boter." De goede, oude vrouw, die ziek te bed lag en niets kwaads vermoedde, riep hierop: "Trek maar aan het touw, dat buiten de deur hangt, dan gaat de klink in de hoogte." De wolf volgde dezen raad op en de deur ging open. Hij trad binnen en sprong onmiddelijk op de ongelukkige oude vrouw. In weinig minuten at hij haar geheel op, want, doordien hij sinds drie dagen geen voedsel had gevonden, was hij buitengewoon hongerig.

De wolf deed daarna de deur weder dicht en ging in het bed van de oude vrouw liggen om Roodkapje op te wachten. Spoedig daarna verscheen deze voor de deur. (Sla de nog aanwezig klep open.)

Klop! klop! "Wie is daar?" Eerst schrikte Roodkapje toen zij deze schorre stem hoorde, maar denkende dat hare grootmoeder welligt koude gevat had, antwoordde zij: "Ik ben het, lieve grootmoeder, uw Roodkapje. Ik kom u wat lekkers brengen en tevens eens hooren hoe het met u gaat." De wolf hernam hierop, zoo zacht mogelijk sprekende: "Trek maar aan het touw, dat buiten de deur hangt, dan gaat de klink in de hoogte." Roodkapje trok aan het touw en de deur ging open. De wolf zich zich onder de beddelakens verborgen hield, zeide, zoodra Roodkapje in de kamer kwam, terwijl hij zijn best deed zijne stem zoo zwak moogelijk te maken: "Zet het mandje maar op een stoel, kindlief, trek je kleêrtjes uit en kom dan gauw bij mij in bed liggen." Roodkapje deed wat haar gevraagd werd, ontkleedde zich en stapte in bed. Zij stond echter verbaasd over de vreemde vertooning die haar grootmoeder in haar nachtgoed maakte en zeide daarom:

"Grootmoeder, wat hebt ge lange armen!"
"Zoveel te beter kan ik u omhelzen, mijn kind."
"Grootmoeder, wat hebt ge groote ooren!"
"Zooveel te beter kan ik u verstaan."
"Grootmoeder, wat hebt ge groote oogen!"
"Zooveel te beter kan ik u zien."
"Grootmoeder, wat hebt ge groote tanden!"
"Zoveel te beter kan ik u verslinden;" -- dit zeggende viel de laaghartige wolf op Roodkapje aan, en wilde haar verslinden.

(Zie de achterkant.) Maar op hetzelfde oogenblik werd de deur opengedaan en sprongen eenige arbeiders het vertrek binnen. Zij hadden den wolf zien voorbijgaan en, onraad vreezende, wilden zij gaan zien wat hij daar deed. Zij doodden nu spoedig den wolf en bevrijdden Roodkapje.

Het kleine meisje was meer verschrikt dan bezeerd, alleen had de wolf haar met zijne klauwen aan haren arm geraakt. Doch nimmer in haar geheele leven vergat zij de les welke zij gekregen had, om nooit op wolven, hoe vriendelijk zij zich ook voordoen, te vertrouwen.

Onderwerp

AT 0333B - The cannibal godfather (godmother)    AT 0333B - The cannibal godfather (godmother)   

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

TM 3402 - De kinderschrik    TM 3402 - De kinderschrik   

Beschrijving

Er leefde eens een lief meisje en zij werd Roodkapje genoemd. Op een dag werd zij door haar moeder naar haar zieke grootmoeder gestuurd om wafels te brengen. Toen ze bijna bij de uitgang van het bos was, zag zij een grote wolf op haar af komen. Die wilde haar verslinden, maar durfde dat niet door de aanwezigheid van de houthakkers in het bos. Hij vroeg beleefd aan haar waar zij heen ging en waar haar grootmoeder dan woonde. Roodkapje vertelde dit, waarna de wolf heel snel naar de woning ging, terwijl Roodkapje een omweg nam en zich liet verleiden tot het plukken van bloemen. Hij klopte aan en ging naar binnen en al snel had hij grootmoeder opgegeten. Hij ging in bed liggen wachten tot Roodkapje het huisje had bereikt. Al snel werd er op de deur geklopt en Roodkapje kwam binnen. Toen ze bij haar grootmoeder in bed ging liggen, viel het haar op dat grootmoeder zulke grote armen, oren, ogen en tanden had. Dat was om haar beter te kunnen opeten en zo gebeurde met Roodkapje hetzelfde als met grootmoeder. Ware het niet dat een aantal arbeiders de wolf was gevolgd en op het moment dat de wolf zijn bek opendeed het huisje binnen kwamen stormen. Zo werd Roodkapje toch nog gered en zou zij nooit vergeten om niet met vreemde wolven te praten.

Bron

Collectie Koninklijke Bibliotheek Den Haag (http://fbkarsdorp.github.io/rrh-browser/#)k

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje