Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Home > Toelichting > Zoekhulp

Zoekhulp

Algemene zoekacties

Bovenaan de website staat een zoekbalkje dat bedoeld is voor zoekacties op de gehele site. Dit betekent dat er niet alleen in de volksverhalen gezocht wordt, maar ook in de verhaaltypen, het lexicon en bestanden. Anonieme gebruikers kunnen alle items vinden, maar niet altijd inzien vanwege privacy kwesties, extreme inhoud of auteurerechten. Als de gebruiker genoeg rechten heeft, kan er ook worden gezocht in de collectie personen en velden die voor anonieme gebruikers afgeschermd zijn.

Algemeen zoeken gaat volgens de Solr zoeksysteem principes. Er kan op verschillende manieren gezocht worden dia dit systeem.

Typen zoekopdrachten

Er zijn 3 manieren waarmee gezocht kan worden op de website:

Keyword:

Dit type lijkt op de manier waarmee google zoekt. Een zoekopdracht kan bestaan uit een woord, een aantal woorden of een zin. Een zoekopdracht als "zwarte kunst", dan zal het systeem proberen de items met de volledige text "zwarte kunst" bovenaan te zetten. Maar het systeem zal ook alles waar "zwarte" òf "kunst" in de lijst van gevonden items zetten. Als het goed is staan de relevantste items bovenaan.

Boolean:

Boolean zoekopdrachten laten fijnere zoekafstellingen toe, maar sorteert de resultaten verder niet op relevantie. Deze fijnere afstelling kan gedaan worden door specifieke tekens (operatoren) voor de zoektermen te zetten. Voorbeelden met deze tekens:

  • +: Een plus-teken voor het woord geeft aan dat het woord MOET woorkomen in de zoekresultaten.
  • -: Een min-teken geeft aan dat het woord NIET MAG voorkomen in de zoekresultaten.
  • *: Een sterretje (of asterisk) dient als afbreek- of wildcard teken. Woorden komen overeen als dit teken wordt toegevoegd aan bijvoorbeeld een woordstam als "klim". De resultaten zijn dan "klimmen", "klimt" of "klimop".
  • ": Een zoekopdracht die deels of in zijn geheel tussen dubbele comma's staat komt alleen overeen met deze letterlijke zinsnede.
  • Meer speciale operatoren kunnen worden bekeken op de Solr website.

Een voorbeeld met wederom "zwarte kunst": Als een resultaat zowel de woorden "zwarte" als "kunst MOET bevatten, dan is de zoekterm "+zwarte +kunst". Moeten de resultaten wel "zwarte" bevatten, maar niet "kunst", dan is de zoekterm "+zwarte -kunst"

Exact match:

Wanneer een zoekopdracht tussen aanhalingstekens staat, zal deze in zijn geheel gezocht worden in de database. Het laat dus alleen zoekresultaten zien waarin minstens een keer de volgorde van woorden uit de zoekopdracht voorkomt. Gebruik deze manier als de andere twee geen goede, of teveel, resultaten opleveren.

De precieze term "zwarte kunst" moet in dit geval dus tussen aanhalingstekens komen te staan. 

Geavanceerd zoeken

Hieronder volgt puntsgewijs een korte uitleg bij de verschillende velden en links:

Identificatie code

Elk verhaal krijgt een uniek nummer mee, waardoor verhaal en context aan elkaar gelinkt kunnen worden. Bijv. de Roodkapje-versie die Anders Bijma verteld heeft, heeft als id nummer ABIJMA22. Alle verhalen uit de Collectie Jaarsma hebben een id nummer dat begint met CJ. Alle verhalen uit de Collectie Bakker beginnen met CBAK, en alle verhalen uit de Collectie Boekenoogen beginnen met CBOEK.

Trefwoorden

De trefwoorden die zijn toegekend om het verhaal te kunnen vinden. Veelvuldig gebruikte, algemene trefwoorden zijn bijvoorbeeld: hekserij, toverij, spokerij, spookdier, naloop, dood, moord, geestelijke, militair, rover, koning, boer. Er kan worden gezocht op meerdere trefwoorden tegelijk door ze te scheiden met een komma. Bijv. “leven, dood”.

Onderwerp

Volksverhalen krijgen in catalogi vaak een (internationaal) nummer, waarmee de identificatie vergemakkelijkt wordt. Van de volgende catalogi is gebruik gemaakt: Aarne-Thompson (AT: internationale sprookjes en moppen), Aarne-Thompson-Uther (ATU: internationale sprookjes en moppen), Van der Kooi (VDK: Friese sprookjes en moppen), Sinninghe (SINAT, SINSAG, SINUR, SINLEG: Nederlandse sprookjes, moppen, sagen en legenden), Brunvand (BRUN: stadssagen) en Theo Meder (TM: aanvullende catalogus Meertens Instituut voor alle genres). Niettemin kan het voorkomen dat verhalen geen typenummer krijgen, omdat geen catalogus erin voorziet, of omdat het om persoonlijke of familie-vertellingen gaat. Bijv. ATU 0333 (= The Glutton; Red Riding Hood = het sprookje van Roodkapje).

Aarne Thompson: De internationale catalogus van sprookjes en grappige sprookjes (moppen, anecdotes) getiteld: The Types of the Folktale (Engelse editie 1965). Alle typenummers uit deze catalogus beginnen altijd met AT. Bijv. AT 0709 = Snow-White (Sneeuwwitje).

Aarne Thompson Uther: De internationale catalogus van sprookjes en grappige sprookjes (moppen, anecdotes) getiteld: The Types of International Folktales (Engelse editie 2004). Alle typenummers uit deze catalogus beginnen altijd met ATU. Bijv. ATU 0555 = The Fisherman and His Wife (Piggelmee).

Van der Kooi: De Friese catalogus voor sprookjes en grappige verhalen getiteld: Volksverhalen in Friesland; Lectuur en mondelinge overlevering; Een typencatalogus (Nederlandse editie 1984). Bijv. VDK 1191A* = Voor de haan kraait boerderij bouwen (Over een weddenschap met de duivel, die de boerderij afbouwt, met uitzondering van de uilenborden)

Sinninghe: De catalogus van Nederlandse sprookjes, grappige sprookjes (moppen, anecdotes), sagen, oorsprongssagen en legenden, getiteld Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten (Duitse editie, 1943). Deze catalogus heeft in het begin dezelfde opbouw als die van Aarne-Thompson, maar de typenummers voor sagen en legenden zijn nieuw. Typenummers in deze catalogus beginnen steeds met: AT (sprookjes), SINAT (door Sinninghe toegevoegde sprookjestypen), SINSAG (sagen), SINUR (oorsprongssagen) en SINLEG (legenden). Bijv. SINSAG 0031 = Die Prophezeiung des Meerweibes (een zeemeermin of zeemeerman kondigt de ondergang van een stadje aan).

Brunvand: De catalogus van stadssagen (urban legends, broodje-aapverhalen), als ‘A Type-Index of Urban Legends’ opgenomen in The Baby Train and Other Lusty Urban Legends (Engelse editie 1994). De typen hebben in dit boek geen nummers en zijn ten behoeve van de Volksverhalenbank toegevoegd; ze beginnen steeds met BRUN. Bijv. BRUN 02000 = The Microwaved Pet (over het onfortuinlijke hondje dat door het vrouwtje in de magnetron wordt gezet om te drogen).

Theo Meder: De aanvullende volksverhaal-catalogus ten behoeve van de Volksverhalenbank van het Meertens Instituut. De typenummers beginnen steeds met TM. Bijv. TM 3101 = Heks maakt kind (mens) ziek.

Titel

Lang niet elk volksverhaal heeft een titel. In tegenstelling tot schrijvers en voorlezers, beginnen mondelinge vertellers een verhaal meestal niet met het noemen van een titel (“Roodkapje. Er was eens een meisje...”). Toch zitten er in de Volksverhalenbank ook vertellingen die expliciet een titel hebben meegekregen (bijv. “Roodkapje” bij het verhaal van Anders Bijma, een titel die de verzamelaar er in het transcript van de bandopname boven heeft gezet).

Verzamelaar

Degene die het verhaal heeft opgetekend - in veel gevallen de volksverhaal-verzamelaar. Bekende Nederlandse verzamelaars zijn onder andere: C. Bakker, G. J. Boekenoogen, A.A. Jaarsma en Y. Poortinga.

Taal

De taal waarin het verhaal is verteld en/of opgetekend. Bij gewoon modern Nederlands staat Standaardnederlands ingevuld. Andere mogelijkheden: Fries, Gronings, Waterlands, Liemers, Middelnederlands, 17e-eeuws. Ook kan er een tweede taal zijn opgenomen, zoals het Engels.

Bron

De bibliografische beschrijving (of anderszins) van de bron waaruit het verhaal afkomstig is. Regelmatig betreft het een optekening uit de mondelinge overlevering, maar een verhaal kan ook uit een boek, tijdschrift, krant of brief afkomstig zijn, of via email zijn toegezonden.

Maker / Verteller

De naam van de verteller van het verhaal. (En dus niet: de oorspronkelijke verteller, want die is bij volksverhalen zelden te traceren. Bij email geldt als verteller: degene die het verhaal heeft opgestuurd en dus de laatste verteller is voor opname in de Volksverhalenbank)

Datum

Het moment, of de periode, van het vertellen van het verhaal. Bijv. Anders Bijma heeft zijn Roodkapje-versie aan Ype Poortinga verteld op 28 september 1971. Er moet echter gezocht worden volgens de internationale standaard ISO 8601. Dit heeft de compositie YYYY-MM-DD. 28 september 1971 moet dus worden gezocht als 1971-09-28.

Literair

Komt het verhaal uit een literaire bron of niet (m.a.w. is het verhaal achter de schrijftafel tot stand gekomen of niet?)? Een mondeling verteld volksverhaal is niet-literair, het broodje-aapverhaal dat Harry Mulisch opnam in zijn boek De Elementen is wel literair. Bepaalde op rijm gezette volksverhalen worden ook als literair aangemerkt. Zoektermen zijn “ja” of “nee”.

Subgenre

Het specifieke genre waartoe het volksverhaal behoort. We onderscheiden: weet niet, exempel, kwispel, legend, lied, mop, mythe, personal narrative, raadsel, sage, sprookje en broodjeaapverhaal.

Motief

De motieven die in het verhaal voorkomen, aangegeven door een code op basis van het motievensysteem van Stith Thompson’s Motif-Index of Folk-Literature. Daarnaast worden motieven gebruikt uit de motievencatalogus van Ernest W. Baughman: Type and motif-index of the folktales of England and North America.

Beschrijving

De samenvatting van de plot in modern Nederlands (voor de complete tekst in de oorspronkelijke taal moet op de link “volledige tekst” worden geklikt).

Plaats van Handelen

De locatie waar het in het verhaal in de hoofdzaak over gaat.

Naam Locatie in Tekst

Alle locaties die in het verhaal voorkomen. Als richtlijn voor een naam is hier genomen: alle locaties die men in het Nederlands met een hoofdletter zou moeten schrijven.

Naam Overig in Tekst

Alle overige namen die in het verhaal voorkomen. Hiermee worden alle namen bedoeld die geen locatie zijn. Als richtlijn voor een naam is hier genomen: alles wat men in het Nederlands met een hoofdletter zou moeten schrijven.

Commentaar

In dit veld wordt – indien nodig – allerlei overige informatie opgenomen, die relevant zou kunnen zijn voor een beter begrip van het verhaal. In dit veld wordt tevens aangetekend of er bijbehorend beeld of geluid beschikbaar is bij het verhaal.

Corpus

De naam van de collectie of het bestand waarin het verhaal bewaard wordt. Bijv. CBAKKER staat voor de Collectie Bakker en JAARSMA voor de Collectie Jaarsma. CBOEKENO staat voor de Collectie Boekenoogen. Dit is een interne code die vanaf 2013 in mindere mate in gebruik is genomen.

Type bron

Een indicatie uit wat voor type bron het verhaal afkomstig is. De volgende termen zijn in gebruik:artikel, boek, brief, cd, centsprent, drama, e-mail, fax, handschrift, internet, kluchtboek, krant, lp, mondeling, televisie, vragenlijst en informatiebord.

Tekst

De letterlijke tekst van het verhaal in de oorspronkelijke taal.

Plaats van vertellen

Dit is de plaats waar het verhaal verteld is (wat een andere plek kan zijn dan de plaats van handelen; een verhaal over een gebeurtenis in Rotterdam kan gemakkelijk in Amsterdam zijn verteld). Er kan ook worden gezocht op het geografische adres van het volksverhalen. Dit kan op meerdere diepten, namelijk op stadsniveau, gemeente niveau, provincie niveau en landsniveau. Ook kan worden gezocht in de omgeving van plaatsen met een ingestelde radius.

Kloekenummer

Dit is een geografische code voor de plaats van vertellen.