Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SWATER15 - De slimme jongen

Een mop (boek), november 1901

Hoofdtekst

DE SLIMME JONGEN
In de Purmer moet je een boer 'ehad hewwe en die had een zeug, die pas 'ebigd had. Dat was natuurlijk een aardig gezicht. Nou kwam er een deftig heer an in een vigelant en die was met zijn vrouw en een stuk of wat kleine kinderen uit rijen. Nou, zodra die kinderen die kleine toetjes zagge, wouwe ze die ers beter bekijken. Dus zollie uit de wagen. Maar nou had die boer een jongen, die mit die biggen liep, en as zollie nou bij ientje wouwe staan blijven en het ers anhalen, riep hij: "Vooruit! Vooruit!" Op laast wier de heer kwaad. Hij docht: "Ik zel je wel krijgen, maatje", maar hij hiel zijn eigen heel vrindelik en zei: "Jij bent een beste jongen, jij bent een beleefde jongen. Zukke jonges ken ik net gebruiken. Jij most ers bij me te gast komme, want jou mot ik net hewwe." "Da's goed", zei de jongen, "wanneer? " "Nou", zei meneer, "dan en dan." Toen het de bepaalde dag was, ging de jongen er op af. Hij wier deftig ontvangen, maar toe ze eten zouwe, toe zag ie al dat het mis was. De heer had een schelvis op zijn bord en hij een pekelharing. Hij zei niks, maar hiel die pekelharing an zijn oor. "Waarom doen je dat?" zei de heer. "Hij zeit wat", zei de jongen. "Ik hoor niks", zei de heer. Even later daan ie 'et weer en zo tot drie keer toe. "Nou mot je me toch ers zeggen wat ie zeit", zei de heer. "Nou", zei de jongen, "eerst vroeg ie of ik niet liever schelvis zou lusten en nou zeit ie weer dat de schelvis niet alleen voor de grote man is maar dat de kleinen ze ook wel lusten." De heer begreep hem en hij kreeg een grote moot op zijn bord. "En nou lust je zeker nog wel een glaasje wijn", zei de heer. "Assieblieft." "Nou dan mot je maar naar de kelder gaan." Nou was de heer ofesproken mit zijn knecht dat as de jongen in de kelder kwam, de knecht hem ouwerwis of zou ranselen. De jongen dus na' de kelder. Onderweg, in de keuken, zag ie een ham; die was al 'ekookt omdat de heer de volgende dag weer volk zou krijgen. "Hé", docht de jongen, "die zou ik wel lusten." Mar hij liep deur. Toe-n-ie in de kelder kwam, zei de knecht: "Lust je een glaasje? " "Ja wel", zei de jongen, "maar ken jij twee likeuren uit één vat tappen? Niet? Dan zal ik het je leren. Geef hier die boor. Zie zo, hou nou je vinger voor het gat." Toen liep ie na' de andere kant van het vat en maakte daar ook een gat in. "Hou daar nou ook je hand voor, dan zel ik de kranen halen." De jongen na' boven. Hij grijpt de ham en begint te schreeuwen: "O, o, nou heb ik voor zes weken genog". Hij meende natnurlijk de ham, maar de heer docht dat ie zo op zijn wammes 'ehad had dat ie voor zes weken genog had. Maar eindelijk docht de heer: "Waar blijft de knecht toch?" Toe ie bij de kelder kwam, hoorde-n-ie: "Kom toch. Ik ken nie meer, ik ken nie meer." "Zou ie hem nou zo 'eranseld hewwen", docht de heer, "dat ie niet meer ken" en hij naar de kelder en daar zag ie dat de jongen hem een lelijke poets had 'ebakken. De jongen mooi blij natuurlijk en met de ham school. Ze zeggen dat et waar is 'ebeurd, maar ik loof 'et niet.

Onderwerp

VDK 1539A* - Het pak slaag in de wijnkelder    VDK 1539A* - Het pak slaag in de wijnkelder   

ATU 1539A*    ATU 1539A*   

Beschrijving

Een jongen loopt met wat biggen over straat. De kinderen van een rijke heer willen de biggen aaien, maar de jongen blijft ze opdrijven. De rijke heer wil de jongen terugpakken en nodigt hem uit voor het eten. Bij het eten blijkt dat de heer een schelvis op zijn bord heeft, en de jongen een pekelharing. De jongen doet alsof de pekelharing aan hem vraagt of hij niet ook liever een schelvis heeft, waarna hij zelf ook een schelvis krijgt.De heer heeft met zijn knecht afgesproken de jongen in de wijnkelder een pak rammel te geven waneer hij een glaasje wijn gaat halen. De jongen is hen te slim af: hij laat de knecht zien hoe hij twee likeuren uit een vat kan tappen door een tweede gat in het vat te maken. De knecht stopt zijn vingers in de gaten en kan geen kant meer uit. De jongen gaat vervolgens met een grote ham aan de haal, terwijl de rijke heer denkt dat hij een pak rammel heeft gehad.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in de Zaanstreek en Waterland. Zaltbommel 1975, p.20-21

Motief

J1341.2 - Asking the large fish.    J1341.2 - Asking the large fish.   

Commentaar

[november 1901]
Het pak slaag in de wijnkelder & Asking the Large Fish AT 1567C

Naam Locatie in Tekst

Purmer    Purmer   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20