Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE412 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1900 - 1909

Hoofdtekst

Roodkapje
Er leefde eens een meisje, een zacht en aardig kind,
Dat door haar lieve moedertje, heel teeder werd bemind
Zij had licht blauwe oogen, een snuitje fijn en teer,
En lokkig blonde jaren, die hingen daarlangs neer.
Zij had een mooi blauw jurkje aan, een boezelaar lang niet grof,
En om de schouders en op het hoofd, een cape van roode stof.
Zij werd door alle menschen, Roodkapje steeds genoemd,
En bleef in latere tijden, onder dien naam beroemd.
Eens op een schoone lentedag, met zon en zoele wind,
Zei moeder tot Roodkapje, hoor eens mijn lieve kind
Je moet eens naar je Grootje gaan en vraag hoe 't met haar is,
Je brengt haar deze wafelen en boter versch en frisch.
Maar volg den grooten weg vooral en ga daar niet van af,
Want anders weet je 't meiske, dan krijg je van mij straf.
Roodkapje ging en stapte vlug, heel vroolijk en heel blij,
Naar Grootje toe met wafelen en de boterpot er bij.
Daar ziet Roodkapje over 't veld, een struik vol bloemen staan,
De struik staat aan den kant van 'bosch waar zij niet door mag gaan.
Zij gaat er heen, klimt op het hek en plukt de bloemen af,
Steeds loopt zij door, tot diep in 't woud en denkt nu aan geen straf.
Maar o! daar komt een groote wolf en vraagt waarheen zij gaat,
Ik ga naar zieke grootje toe, maar doet u mij geen kwaad?
Wel neen, zei vriendelijk nu de wolf, wij doen wie 't eerst er is,
Ik door 't veld, ga jij door 't bosch, vol schaduw koel en frisch.
De wolf liep snel naar grootjes huis, heel vlug en in galop,
En slokte toen het goede mensch, met huid en haren op.
Hij kroop in 't bed met grootjes muts, op 't kussen met zijn snuit,
En wachtte snood in stilte af, de komst van nieuwen buit.
Ten laatste komt Roodkapje ook en klopt bescheiden aan,
Waarop de wolf heel vriendelijk roept: je kunt naar binnen gaan.
Toen 't lieve kind de wolf nu zag, werd zij verschrikkelijk bang
En zei: ach lieve grootje, ach, wat zijn uw ooren lang,
En ook uw tanden zijn zoo groot, dat heb ik nooit geweten.
Daarmee, riep plotseling nu de wolf, kan ik je beter eten.
Roodkapje was, dat is gewis, nu door de wolf verslonden,
Als niet de houthakkers uit 't bosch, plots in de kamer stonden.
Zij stormden toe, heel onvervaard en grepen 't slechte beest,
En binnen minder dan geen tijd, was hij er nu geweest.
Roodkapje brachten zij te huis en bij haar moeder weer,
En moeder was verheugd en blij en sprak dat is een leer
Voor jou en alle kinderen, die ongehoorzaam zijn.
Beloof mij dus maar beterschap, mijn lieve meisje mijn,
'k Zal altijd u gehoorzaam zijn, daar kunt u van op aan
Zoo sprak Roodkapje, vol berouw en was het ook voortaan.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Na een beschrijving van het uiterlijk van Roodkapje, het verhaal van Roodkapje die, ondanks de waarschuwing van moeder, onderweg naar grootmoeder van de grote weg gaat en bloemen plukt in het bos. Ze ontmoet de wolf, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat. De wolf gaat naar grootmoeders huis, eet haar op en gaat in haar bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de oren en tanden van grootmoeder, waarop de wolf haar wil opeten. Roodkapje wordt gered door houthakkers, en belooft voortaan gehoorzaam te zijn.

Bron

Roodkapje en Richard Wittington. Amsterdam: Vlieger, [190-?]
KB: KW SMC K 2114
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-27