Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VVUNL345 - Van de lelike Koninksdochter

Een sprookje (almanak), 1894

Hoofdtekst

Van de lelike Koninksdochter

Daar was eens een heel, heel rijke koningsdochter die fel, fel lelik was, zo lelik dat de vader bang was dat zij nooit een man zou krijgen.
Toen liet de koning uitbellen dat degene die zijn dochter zou aan 't spreken brengen, ze tot vrouw zou krijgen.
Drij gebroeders woonden in een dorp bijeen en hoorden de tij-ding; de twee eersten ware knappe jongens, de derde was een halve kwibus.
De twee eersten stegen te päärd om de aventuur gaan te wagen. De derde liep al achterna en zei: 'Ge meent dat ze mij niet zou willen? Allez! als de koning zó iets laat uitbellen, dan zal er wel een smääksken aan zijn, en aan mij is er immers ook een...'
De twee eersten komen aan 't hof, en beginnen te vertellen en te zwetsen en te doen: niets, geen enkel woord konden zij uit de prinses krijgen.
Dan kwam de beurt aan kwibus.
'Dag, juffrouw koningsdochter!'
Hij kreeg geen oogslag tot antwoord.
'Ik ben zo maar een lompe boer, en ik zou ook niet gekomen zijn, maar daar is mij zo iets aardigs geschied, dat ik in mijn eigen dacht: kom, die koningsdochter is niets te goed voor mij.'
De koningsdochter bezag hem zo eens.
'Ik kwam,' zo ging kwibus verder, 'onderwege een hond tegen en die hield een brief in zijn smoel. Ik sprong natuurlik op hem toe, om de brief af te nemen, maar jawel, 't was mis. Gelukkig vloog daar een grote vogel voorbij en viel de hond op 't lijf, snapte de brief en kwam hem juist bij mij laten vallen. Ik raapte de brief op en raad eens wat erin stond?'
De prinses luisterde:
'Dat mijn vader en dijn vader vroeger samen de verkens gehoed hebben.'
De prinses, gans colèrig, sprong op en riep: 'Weet, dat mijn vader de koning is!'
De koningsdochter was gesnapt, maar ze wou kwibus niet voor man; de koning wou hem ook niet voor schoonzoon, en na lang kazelen en ergerweren wierd kwibus met nen aliken schoot goud afgescheept.
Toen liet de koning uitbellen dat al wie zijn dochter zou baas kunnen in 't spreken, haar hand zou krijgen.
De twee eerste broers gingen de kans weer eens wagen. De derde wou ook meegaan.
'Blijfs dù mer thuis,' zeiden de broers, 'dù hebs ons al schande genoeg aangedaan met nen schoot geld aan te nemen!'
Maar toch, kwibus volgde te voet de twee ruiters. Maar toen hij buiten asem gelopen was, en bang kreeg dat zijn broers hem voor zouden zijn, stond hij stil, en begon te roepen:
'Hei! ho! Hei! ho! Ik heb iets gevonden.' De twee broers kwamen terug en vroegen: 'Wat?'
'Ziet,' zei hij, 'een gouden spang' (speld).
't Was een beroste ijzeren nagel.
Ze schupten kwibus eens onder zijn broek en reden verder.
Maar toen kwibus weer buiten asem was, alweer 't zelfde deun-tje.
'O! zo iets schoons gevonden,' zei kwibus, 'die 't eerste hier is, krijgt het.'
'Zeker weer een gouden spang,' lachten de anderen.
'Neen, een gouden ring! '
't Was een oude ijzeren reep. Kwibus kreeg wat schuppen, maar wi hij de spang bewaard had, zo hing hij ook de reep om zijn hals en droeg ze mee.
Derde maal, zelfde spel.
Maar de broers wouen zelfs niet meer omzien en reden voort.
En wat had kwibus gevonden?
O! zo een schone vogel ('t was een rotte kraai), en die droeg hij ook mede.
De twee eerste broers deden dan ook alweer hun best om de koningin met spreken te overwinnen, maar 't duurde geen mi-nuut of ze stonden met de mond vol tanden en durfden niet meer antwoorden op de onkiese woorden der prinses.
Dan kwam de derde.
De koningin zat zich aan 't vuur te wermen.
'Wat is 't wärm,' zei kwibus.
'Aan mijn vot,' zei de koningsdochter, 'is 't nog wärmer.'
'Daar, hebs-dù nen vogel' (en hij gaf haar zijn rotte kraai), 'braai dich die derop.'
'De pan heeft een look in!'
'Daar hebs-dù nen pin' (en hij gaf zijn nagel) 'dan slaag dich die derin.'
'De pan zou bärsten!'
'Daar hebs-dù een reepke, dan slaag dich dat deröm.'
Doen wist de prinses niet meer wat zeggen, en kwibus riep: 'Dù bist de mijn! dù bist de mijn!'
Natuurlik, zoals de eerste keer, werd hij niet aangenomen, maar hij ontving weer nen schoot vol goud in de plaats en trok verheugd naar huis.
Toen liet de koning uitbellen dat al wie zijn dochter aan 't lachen zou krijgen, ze als vrouw zou mogen meenemen.
Wat daar al uitgevonden werd om de prinses aan 't lachen te krijgen, maar niets te doen.
De twee broers gingen ook en vertelden ook allerhande fratsen; de koningin keek alsof ze in een zure appel beet.
Dan kwam de derde broer.
Kwibus had poepkruid ingenomen en zich een kostuum laten maken van allegaar flikken.
'Hier ben ik alweer,' zei hij toen hij voor de prinses kwam.
Dan begon hij te dansen, te springen, te wentelen, te draaien, dat alle flikken rond fladderden; en daarmee begon hij te poepen, te poepen, dat de stukken en brokken der strikken en papieren flikken tot tegen de balk opwaaiden.
De koningin schoot in een uitzinnige lach...
'Ah,' zei kwibus, 'dù bist mijn vogel, en nu gääts dù met.'
Zij wou niet, de koning wou niet, maar kwibus wou wel; hij had alreeds goud genoeg en nam de bruid mee.
Ze trouwden dan met elkander, ze bouwden kastelen, ze kochten kinder en als ze niet dood zijn, leven ze nog.

Onderwerp

AT 0853 - The Hero Catches the Princess with her Own Words    AT 0853 - The Hero Catches the Princess with her Own Words   

ATU 0853    ATU 0853   

Beschrijving

Een koning belooft zijn lelijke dochter aan wie haar aan het spreken krijgt. Drie broers gaan erheen, de twee oudsten krijgen niets voor elkaar, de jongste, een halve kwibus, vertelt 'n verhaal, dat eindigt met de bewering, dat haar en zijn vader vroeger samen varkens gehoed hebben. De prinses protesteert, verliest zodoende, maar wil de kwibus niet en de koning looft 'n nieuwe wedstrijd uit, nl. wie haar in het spreken de baas kan. De jongste verzamelt onderweg dingen, die hij de prinses ten antwoord geeft op haar onkiese opmerkingen, die zijn broers met de mond vol tanden deden staan. Weer wint hij, krijgt een smak goud, maar niet de prinses, die nu beloofd wordt aan wie haar doet lachen. De jongste neemt poepkruid in, trekt een pak aan met flikken en danst voor de prinses, waarbij de flikken in het rond vliegen. Ze barst in lachen uit en ditmaal is er geen ontkomen aan en moet ze de kwibus trouwen.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 183-185 N°11.2

Motief

H342.1 - Suitor test: forcing princess to say, “That is a lie.”    H342.1 - Suitor test: forcing princess to say, “That is a lie.”   

H507.1 - Princess offered to man who can defeat her in repartee.    H507.1 - Princess offered to man who can defeat her in repartee.   

H507.1.0.1 - Princess defeated in repartee by means of objects accidentally picked up.    H507.1.0.1 - Princess defeated in repartee by means of objects accidentally picked up.   

H341 - Suitor test: making princess laugh.    H341 - Suitor test: making princess laugh.   

H341.3 - Princess brought to laughter by foolish actions of hero.    H341.3 - Princess brought to laughter by foolish actions of hero.   

Commentaar

1894
Motieven:<br>
H342.1 Suitor test: forcing princess to say: "That is a lie"<br>
H507.1 Princess offered to man who can defeat her in repartee<br>
H507.1.0.1 Princess defeated in repartee by means of objects accidentally picked up<br>
H341 Suitor test: making princess laugh<br>
H341.3 Princess brought to laughter by foolish actions of hero
The Hero Catches the Princess with her Own Words
't Daghet in den Oosten jg. 10 (1894), 137-139

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22