Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

kemp046 - Reginald van Valkenburg

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

REGINALD VAN VALKENBURG.
Op de ruïne van Valkenburg spookt het 's nachts. Een stem roept er naar het noorden en het zuiden, het oosten en het westen: "Moordenaars! Moordenaars!" terwijl twee blauwe vlammetjes overal voor het geroep uitgaan en het begeleiden, waar het zich ook mag richten. Reeds zeshonderd jaren roept die stem en reeds zeshonderd jaren dwalen de vlammetjes. Voor zes eeuwen stond het slot nog in zijn vollen glans en woonden er twee broeders uit het edele geslacht van Valkenburg, Waleram en Reginald. Beiden beminden Alix, de dochter van den graaf van Kleef. Maar Waleram was gelukkiger dan zijn broeder; hij verwierf de hand van Alix en weldra werd de prachtige bruiloft gevierd. Reginald gloeide echter van nijd en wraakzucht op zijn broeder en op Alix. Toen de bruiloft was afgeloopen en het echtpaar in de bruidskamer verscheen, sprong Reginald, die zich achter het bed had verborgen, te voorschijn en stiet eerst zijn broeder en daarna ook Alix zijn dolk in de borst. Waleram greep met de rechterhand naar de schuimende, bloedende wonde en vervolgens naar zijn broeder, dien hij met de bebloede hand in het gelaat sloeg; maar de krachten begaven hem, hij zonk ontzield terug. Reginald sneed de ongelukkige bruid een haarlok af en vluchtte na de lijken in een keldergewelf te hebben gesleept. Des anderendaags was er groote rouw en droefheid op het slot Valkenburg, want iedereen hield van den goedhartigen Waleram en de even schoone als deugdzame Alix. Niemand twijfelde er aan of Reginald was de dubbele moordenaar. Overal zocht men hem, hij was evenwel niet meer te vinden. Destijds woonde in een bosch in die streek een kluizenaar, die dag en nacht voor het altaar van een kleine kapel, naast zijn huis, in bet gebed verzonken lag. Het was al middernacht, toen er nog iemand aan de deur van de kluis klopte en in 's Hemels naam smeekte om binnengelaten te worden. De kluizenaar opende en herkende Reginald, die hem te voet viel, al het voorgevallene bekende en hem tot bewijs van de waarheid den afdruk van een bebloede hand op zijn aangezicht toonde, die zich met geen water liet afwasschen.
Toen de man Gods alles vernomen had, sprak hij: ,Blijf dezen nacht bij mij, ik zal God bidden, dat Hij mij openbare, wat gij doen moet om van zulk een groote misdaad vergiffenis te verkrijgen." Na deze woorden knielde hij voor het altaar neer. Reginald knielde naast hem en zoo baden zij tot het begon te schemeren.
Toen de morgen aanbrak, zeide de kluizenaar: -De hemel heeft mij dit ingegeven: gij zult, als een ootmoedig pelgrim, van hier uit gedurig naar het noorden gaan, tot gij geen aarde meer onder uw voeten hebt; daar zal u een teeken verder raden." Reginald antwoordde deemoedig ,,amen", vroeg den heiligen man zijn zegen, trad voor de Godslamp, waar hij op bevel van den kluizenaar de haarlok van Alix in de vlam hield en tot asch liet verteeren.
Nu verliet hij de kapel en ging als pelgrim verder en verder, altijd naar het noorden. Met hem gingen twee gedaanten, aan zijn linker een zwarte en aan zijn rechter een witte. De zwarte hield hem de verlokkingen van de wereld voor, terwijl de blanke gedaante hem versterkte in zijn goede voornemens van boete en hem tegenover de genietingen van de wereld, de eeuwige vreugden van den Hemel stelde vele dagen en weken en menige maand waren er reeds verloopen, toen hij op zekeren morgen geen grond meer onder de voeten vond en hij de groote wereldzee voor zich zag. Tegelijkertijd naderde een bootje, dreef aan den oever en een gestalte, die er in zat, wenkte hem en zeide: "Wij verwachten u" Daaraan herkende Reginald het teeken; hij steeg in het bootje, gevolgd door de twee begeleiders. Zoo voeren zij naar een groot schip met volle zeilen. Toen zij op het schip kwamen, verdween de gedaante en voer het schip weg, terwiji Reginald met zijn begeleiders in het ruim afdaalde. Daar stond een tafel met drie stoelen. Aan die tafel namen de gestalten plaats; de zwarte haalde ivoren dobbelsteenen te voorschijn en nu begonnen die twee te dobbelen om de ziel van Reginald.
Reeds zes eeuwen ijlt het spookschip zonder stuurman of roeiers over de groote wereldzee en even lang doen de beide gedaanten de dobbeisteenen rollen om Reginald's ziel. Zij zullen niet ophouden voor den Jongsten Dag.
Schippers, die op de Noordzee varen, hebben het spookschip vaker ontmoet. Zij trachtten het zooveel mogelijk te ontwijken, want een ontmoeting beduidt een voorteeken van rampspoed.

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Op de ruïne van Valkenburg spookt het 's nachts. Zes eeuwen geleden bestond het slot nog in volle glans en woonden er twee broers, Reginald en Waleram van Valkenburg. Ze waren allebei verliefd op het meisje Alix, maar Alix koos voor Waleram. Reginald ontstak in toorn en doodde de beide geliefden in de huwelijksnacht. Toen kreeg hij spijt en vluchtte weg. Hij vroeg een kluizenaar hoe hij boete kon doen. De kluizenaar zei hem dat hij naar de zee moest lopen. Dat deed hij en onderweg vergezelde een witte en een zwarte gestalte hem. De zwarte probeerde hem te verlokken tot de verleiding van de wereld, de witte herinnerde hem aan zijn voornemen om boete te doen. Uiteindelijk bij de zee aangekomen, stapten de drie figuren op een schip. Daar, in het ruim, dobbelen de zwarte en de witte figuur nu om de ziel van Reginald, tot in het einde der tijden. Schippers proberen het spookschip te ontwijken, want een ontmoeting is een voorteken van rampspoed.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Maastricht: Van Aelst, 1925. p.

Commentaar

1925
Andere Tote spuken.

Naam Overig in Tekst

Waleram    Waleram   

Reginald    Reginald   

Jongste Dag    Jongste Dag   

God    God   

Godslamp    Godslamp   

Naam Locatie in Tekst

Valkenburg    Valkenburg   

Alix    Alix   

Kleef    Kleef   

Noordzee    Noordzee   

Plaats van Handelen

Valkenburg (Limburg)    Valkenburg (Limburg)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20