Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Beer: waarom de beer geen staart heeft

Een (),

Onderwerp

AT 0002 - The Tail-Fisher    AT 0002 - The Tail-Fisher   

Beschrijving

The Tail-Fisher (ook AT 0001 The Theft of Fish)

Tekst

Reynaert heeft de vrouw van de wolf Isegrim wijsgemaakt -- het is winter -- dat zij door haar staart in het water te houden vissen kan vangen. Haar staart vriest vast en Reynaert maakt van de gelegenheid gebruik haar te verkrachten. Isegrim, die net voorbijkomt, verjaagt Reynaert en weet zijn vrouw te bevrijden. Maar het kost haar wel een stuk van haar staart en op haar gejammer komen de dorpsbewoners af, die de beide wolven deerlijk toetakelen. Ze kunnen maar ternauwernood ontsnappen. Dit verhaal (AT 2: 'The tail-fisher') is naar Reinaerts Historie, een continuatie uit circa 1375 van het Middelnederlandse dierenepos Van den vos Reynaerde (midden dertiende eeuw), waarin slechts enkele regels aan dit voorval zijn gewijd, en van geen verkrachting wordt gerept. We vinden het verhaal ook al in de Franse Roman de Renart (ca. 1175) en het iets oudere, kort voor 1150 gedichte, aan de Vlaamse meester Nivardus toegeschreven Middellatijns dierepos Isengrimus. Het bleef nadien literair populair en blijkt in de negentiende en twintigste eeuw -- zonder de verkrachtingsscène en altijd met een mannelijk slachtoffer -- in vrijwel geheel Europa een geliefd diersprookje. En het heeft zich van hieruit ook verspreid in Azië, Noord- en Midden-Amerika en Zuid-Afrika. Vooral in Noord- en Midden-Europa, maar ook in Nederland (waar het behalve in de Zaanstreek en de Liemers voornamelijk in Friesland werd genoteerd) en Vlaanderen, is het meestal niet de wolf, die zijn staart verliest, maar de beer, waardoor het sprookje een aetiologisch, een natuurverschijnsel-verklarend karakter krijgt: hoe het komt dat de beer maar zo'n klein stompje staart heeft. Wel blijft de vos vrijwel altijd de bedrieger, die zijn domme vriend als in zo veel diersprookjes in de luren legt en zo weer eens te meer duidelijk maakt dat list en slimheid kracht en macht te boven gaan. Deze vorm lijkt de meest waarschijnlijke en daarom de oudste. Waar en wanneer dit sprookje ontstaan is, is echter nog onduidelijk en is onderwerp van menige controverse. Een gebied met een koud of gematigd klimaat in Midden- of Noord-Europa en een tijdstip vóór de Isengrimus, voor circa 1150 dus, lijken het waarschijnlijkst. In Reynaert-volksboeken werd dit verhaal tot diep in de negentiende eeuw in Nederland en Vlaanderen verspreid. Zij hebben de mondelinge overlevering zijn voorkeur voor de beer-redactie niet kunnen ontnemen, maar zullen wel het zo nu en dan opduikende spreekwoord '"Het is te laat", zei de vos, en hij zat met zijn staart in het ijs vastgevroren' opgeroepen hebben. Een andere streek van de vos, die van de visdiefstal (AT 1: 'The theft of fish') wordt in de Reynaert slechts aangeduid maar in Noord- en Midden-Europa in de mondelinge overlevering vaak als inleiding tot het staartavontuur gebruikt: de vos houdt zich dood op de weg als hij een man met een wagen vis aan ziet komen. De man, begerig naar zijn pels, smijt hem bij de vissen op de wagen. De vos gooit eerst ongemerkt de vissen op de weg, daarna springt hij zelf van de wagen. De wolf probeert hetzelfde maar wordt gesnapt (dit in geval het sprookje van de visdiefstal zelfstandig wordt verteld) of de vos belooft hem te leren hoe zelf vissen te vangen. In dat geval volgt het staartverhaal. Ook dit diersprookje vinden we voor het eerst in de Isengrimus, zij het dat de zich dood houdende vos hier een lopende boer een ham ontfutselt. Het kent eveneens een lange literaire traditie en een buitengewone, bijna wereldwijde verspreiding in de mondelinge overlevering. Al naar gelang de voorhandene diersoorten en voedselbronnen kent het vele variaties. In Nederland is het tot dusverre maar een keer opgetekend, in 1973 bij de Friese meesterverteller Roel Piters de Jong (1905-1989), die het niet verbindt met het staartverhaal en een wat atypisch slot geeft: hij laat de wolf bij uitzondering eens niet het slachtoffer van de listige vos worden, maar deze de van de wagen gegooide vissen oppeuzelen, zodat de vos alleen de graten blijven. In de mondelinge overlevering mag dit slot dan atypisch zijn, het sluit wel aan bij de schriftelijke traditie van Van den vos Reynaerde (vs. 205-216). Ook in Vlaanderen is dit verhaaltype maar eenmaal gevonden, in de traditionele vorm. In een van de meest verbreide redacties (Europa, India, China, Spaanstalig Amerika) van dit sprookje (het subtype AT 1*: 'The fox steals the basket') houdt een haas zich dood als iemand met een broodkorf passeert. Deze wil de haas pakken en zet de korf neer, waarop de vos, de helper van de haas, zich met het brood uit de voeten maakt. Deze redactie is (ook als schoolleesboektekst) geliefd geworden in een bewerking door Ludwig Bechstein (1801-1860): 'Der Hase und der Fuchs', in zijn Deutsches Märchenbuch (1857). Diens sprookjesboeken kenden in de negentiende eeuw een veel grotere populariteit dan die van de gebroeders Grimm. Op de vraag of het visdiefstal-sprookje oorspronkelijk zelfstandig was of gezien moet worden als een deel van het staart-sprookje, dat zich later zelfstandig heeft gemaakt, is tot nu toe geen bevredigend antwoord gegeven. Voor het eerste pleit dat het al in de oudste literaire lezingen (vanaf de twaalfde eeuw) als een op zichzelf staand verhaal werd gepresenteerd. Hoe dan ook, het is vrijwel zeker in Europa ontstaan.

Literatuur

Teksten: Bechstein 1976, p. 142-144; Boekenoogen 1903a, p. 114-115; Van der Kooi & Schuster 1994, nr. 239; Lulofs 1983 (vs.1504-1507); De Meyere 1925-1933, 4, p. 13; De Mont & De Cock 1925, p. 65; Poortinga 1976, p. 353-354; Poortinga 1978, p. 116; Tinneveld 1976, nr. 195.
Studies: AT 1, 1*, 2; VDK p. 285; Sinninghe 1943a, p. 17; De Meyer 1968, p. 21; EM 4, kol. 1227-1230 en s.v. Schwanzfischer; Tubach 1969, nr. 2074; DG, nr. 224, 226; Schippers 1995, nr. 435, 462; Liungman 1961, p. 405.