Komt een dronken carnavalsvierder bij de muziekhandel en zegt: 'Ik wil die rode trompet en die witte mondharmonica.'
Zegt de verkoper: 'M'n brandblusser mag je meenemen maar m'n kachel blijft staan.'
Jan komt thuis van de zoveelste carnavalsavond en heeft weer eens te diep in het glaasje gekeken.
Wilma! roept hij beneden in de gang, wil je alsjeblieft beginnen te zingen, want anders kan ik het bed niet vinden.
Komt een man goed in de olie thuis van het carnavallen.
Hij ziet z'n vrouw in bed liggen en zegt: God Marie, wa bende gij toch lilluk!
Ach man, zegt Marie, gij zijt ladderzat!
Joa, da's waor, zegt-ie, mar das morreguh weer over.
Over de gebruiken met verschillende feesten. In een schrikkeljaar wordt Knillis met carnaval vergezend door Hermien. Op het carnaval volgt aswoensdag met het haringhappen. In plaats van Halloween viert de vertelster Samhain. Met Driekoningen wordt er…
Het carnaval wordt in Den Bosch nog volop gevierd, maar aan de vasten wordt niet veel meer gedaan. Na de begrafenis van Knillis op dinsdagavond breekt op aswoensdag de vasten aan en gaat men haringhappen.
Een vrouw komt naakt het café binnenlopen en zegt dat ze als Adam voor het carnaval komt. De kastelein vraagt waar Adams geslachtsdeel is. De vrouw reageert: "Die krijg ik wel als ik binnen ben."