Verteller komt 's nachts een veulen tegen, denkt dat het een spookdier is, en geeft het een schop. De volgende ochtend heeft een boer een kreupel veulen.
Op een spookplaats doolt een veulen rond met een brijpot om de hals. Het is een spookdier. Kinderen die 's avonds nog buiten zijn worden gewaarschuwd: het veulen zou hen kunnen grijpen.
Een man ziet 's nachts bij lichtmaan een beest, lijkend op een zwart veulen, op een hoop aarde liggen. Het dier is - als de man zijn ogen even afwendt - plotseling verdwenen. Bij daglicht zijn er geen sporen te zien. Ook de buurman heeft het dier wel…