Als men een fles drank wil hebben, moet men een schoppenboer bij de deur afgeven. Even later komt er dan een fles drank aan zweven. Iemand moet de fles aannemen. Maar niet degene die de kaart heeft afgegeven. Anders gaat hij dood.
Koopman met veel geld op zak ontmoet in het bos een kerel die zijn gesprek met de kastelein heeft afgeluisterd, en dus weet dat hij vertrouwt op zijn hond en zijn dolk. Hij laat de kerel met hem oplopen. De kerel vraagt op zeker moment hoe scherp de…