De verteller had drie varkens die ziek werden. Als ze op het eten afkwamen, kregen ze een duw. Het was duidelijk dat ze betoverd waren. Hij is toen naar Úlke de Duivelbanner gegaan. Die deed duiveldrek onder de trog met wat brood erbij. Want brood is…
De moeder van Piter had altijd duiveldrek onder de drempel voor de heksen. Dat kocht ze bij Jonge Jan op het Wytfean. Zij at ook wel eens een stukje duiveldrek op. De kinderen hadden allemaal duiveldrek in een zakje op de borst. De kinderen droegen…
Duivelbanner legt duiveldrek in betoverde karn, verdrijft door het maken van karnbewegingen de boze geesten. Hij urineert hier en daar en loopt om het huis.