Een Roomse vrouw was gestorven voordat ze het sacrament had gekregen. Men kon haar elke avond over de weg zien lopen, want ze kon geen rust vinden. Floors en Boevink wilden weten wat er aan de hand was. Het bleek de pastoor te zijn.
Een oude vrouw verstopt haar spaargeld in een pot onder de grond, maar het wordt toch gestolen. De vrouw denkt dat ze weet wie het heeft gedaan en voorspelt dat de dader zijn hele leven geen rust meer zal hebben. Haar voorspelling komt uit.