Een gezin krijgt een soldaat ingekwartierd. Het jongetje wil in goed daglicht komen te staan bij de soldaat en vraagt of hij de Engelsen ook zulke rotmoffen vindt.
Slager gaat bij boer het geld van een te duur gekochte koe opeisen. De boer weigert, vlucht na bedreiging met wapens naar de soldaten die bij hem ingekwartierd zijn. Zij rekenen af met de slager en zijn knecht.