Dominee Lotius bad in de Munsterse en Engelse oorlog: 'Heer, bewaart u wijnstok voor het woeden van het wilde zwijn en uwen knecht Israel voor zijn onbarmhartige broer Esau.'
Een kasteelheer stuurt een pelgrim weg die om een aalmoes komt vragen. Zijn dochter pleit voor de pelgrim, maar de heer wil nergens van weten. De pelgrim vervloekt de kasteelheer en het kasteel verzinkt in de aarde. De heer is gedwongen als geest…
Rijke vrouw heeft niets voor anderen over, behalve voor de ivarkens. Ze moet sterven zonder geestelijke bijstand en in haar eigen huis blijven ronddolen. Een pater bant haar geest naar een ven waar ze varkens het water in lokt.