Twee mannen met smerige en godslasterlijke praat hebben een doodshoofd en gekruiste beenderen op hun fietsstuur, een derde man ziet dat, heeft zelf niets op zijn stuur.
Na zwaaien met zakdoek naar geest van dode vriend slaat die met zijn hand in de zakdoek, waarna een handafdruk uit de zakdoek is gebrand. De geest raadt aan goed te leven, anders zullen ze ook moeten branden in de eeuwigheid.
Uit wraak betovert heks de karn, laat uit waterpomp kip komen die eieren legt waarmee de huisgenoten worden bekogeld, 's nachts gaan deuren van stallen vanzelf open; bidden door bewoners helpt niet; stoppen van betovering na uitspreken van…
Als straf voor vrouw die uit ongeduld een begrafenisstoet passeert, slaan de paarden voor haar begrafeniskoets op hol en komt de kist in het water terecht.
In de kolenmijn kon het een spelletje zijn om bijvoorbeeld iemands appel te pikken. Meestal verliepen dat soort spelletjes in kameraadschappelijke sfeer. Met elkaar delen was heel gebruikelijk. Je moest daar echter geen misbruik van maken, want dan…