fragment van het rijmpje van het door zijn moeder geslachte en door zijn vader opgegeten kind, dat herleefde doordat zijn zus Leentje de botjes onder de lindeboom smeet.
Een betoverd kind blijkt twee vogeltjes van veren in haar kussen te hebben, met de snaveltjes naar elkaar toe gericht. Als de twee vogelbekjes elkaar zouden raken, zou het kindje gestorven zijn. De ouders ontdekken het op tijd en verbranden de veren…