Op het werk van een Rotterdamse vrouw, waar vroeger turf werd gestoken, spookt het. Door een soort vortex zien zij en haar collega's schimmen uit het verleden. Ook thuis heeft zij een keer een geestesverschijning gezien.
De verteller is helderziend. Hij ziet lichtbollen, lichtpuntjes, kolommen van licht, aura's en graancirkellijntjes. Zijn helderziendheid neemt nog toe, want op een begrafenis heeft hij onlangs een verschijning waargenomen.