De verteller gelooft in reïncarnatie. Iemand had eens tegen hem gezegd: ik ken jou uit een vorig leven. Mensen met een bijna-dood ervaring zien een tunnel van licht; dat is een duidelijk teken voor reïncarnatie.
Een student stikt in zijn kamer omdat de verwarming zo hoog staat en er niet genoeg zuurstof binnen komt. Door de hitte smelt zijn lichaam tot een brij die zich over de grond uitspreidt.