Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VOLKS073

Een sage (), 1889

Hoofdtekst

De sage waaraan het ontstaan van den naam der stad Geeraardsbergen toegeschreven wordt. Deze laat ik hier beknopt volgen, naar Coomans' Richildis, waar zij op p.45-60 voorkomt:
In de 11e eeuw was alles in de omstreken der stad nog woest en wild, en een goed gedeelte der Dendervallei nog met bosch bedekt. Een rijk koopman van Leuven, vergezeld van zijn twee knechten verdwaalde er eens gedurende een hevig onweder. Plotselings vielen zijn beide knechten die hem vergezelden, door den bliksem getroffen, dood nevens hem neder. In zijn angst beloofde hij, Onze Lieve Vrouw op dezelfde plaats een kapel te bouwen, mocht hij aan het gevaar ontkomen en zijn huisgezin wederzien. Even onverwachts was het onweder op eens bedaard; doch hoe verschrikte de koopman toen hij in zijn geldkistje, dat een gewichtige som in zilver inhield, niets meer dan keisteenen vond. Hij zag hierin echter een les des Hemels, en keerde terug naar Leuven. Hier wachtte hem niets dan ongeluk: hij vond zijn woning afgebrand en zijn huisgenooten erg ziek. Aan zijn belofte getrouw, niettegenstaande al het onheil waarmede God hem overlaadde, nam hij den stok en den bedelzak, om bij middel van aalmoesen het noodige geld tot het bouwen zijner kapel te vergaren. Telkens wanneer hij een zekere som bijeengebracht had, droeg hij die naar de plaats waar het mirakel gebeurd was, en verborg het geld in een hol van den berg. Hij had bijna genoeg, toen zijn schat hem buiten zijne weet ontroofd werd.
Het goud was namelijk gevonden geworden door een zekeren Geeraard, broeder van den heer van Vianen. Deze beminde Alix, de dochter van den heer van Boulaere. Het meisje werd hem evenwel niet toegestaan voor hij zelve een slot bezat. Geeraard, om tot dit doel te komen, nam zijn toevlucht tot een broedermoord; op zekeren dag stootte hij zijn broeder in een afgrond, die zich op een der hellingen van den berg bevond. Doch zijn misdaad mocht hem niet baten: weinig tijd daarna bracht de vrouw des vermoorden een knaapje ter wereld. Geeraard dwaalde eens in de bosschen rond, toen hij bij toeval struikelde, en zijn voet tegen een holte slootte, waarin hij een zonderling geluid meende te hooren. Hij keek toe en vond den schat. Hij bouwde zich dan ook op de helling van den berg een schoon slot, drong aan op zijn bede bij den vader van Alix, en verkreeg de hand der jonkvrouw; doch op het oogenblik dat hun huwelijk ging ingezegend worden, zeeg het meisje dood op de trappen van het altaar neder.
Sedert bracht Geeraard het leven eenzaam door op zijn slot. Op zekeren dag kwam de Graaf van Vlaanderen en Henegouwen hem opzoeken, en terwijl zij op jacht waren op den berg, ontmoette Geeraard den kluizenaar, van wien hij de gansche geschiedenis van den schat vernam. Toen hij mede aan den broedermoord herinnerd werd, welke hem door de volksstem toegeschreven werd, voelde hij zich op eens door zulke wroeging aangegrepen, dat hij den kluizenaar beloofde hem het noodige geld te bezorgen. Hij verkocht inderdaad zijn slot aan Boudewijn Vl, en behandigde een gewichtige som aan den kluizenaar, terwijl hij zelf zich in een klooster in Italië ging opsluiten. Twee jaren later verhief zich op den berg een prachtige kapel.

Beschrijving

Een rijk koopman, vergezeld van zijn twee knechten, verdwaalt tijdens een onweer. De knechten worden door de bliksem getroffen en sterven. De man belooft Maria op die plaats een kapel te bouwen als zij hem redt. Het onweer verdwijnt, maar de koopman merkt dat zijn geldkistje leeggeroofd is. Als hij thuiskomt wacht hem niets dan ongeluk: zijn woning is afgebrand en zijn huisgenoten zijn ziek. De man gaat bedelen om het geld voor de kapel bij elkaar te krijgen. Het gespaarde geld verbergt hij op de plaats waar het wonder geschiedde. Zijn schat wordt hem echter ontroofd door een zekere Geeraard. Deze doodt zijn broer om aan geld te komen. Als hij namelijk een slot bezit mag hij met een zeker meisje trouwen. Maar de vrouw van zijn broer krijgt een zoon. Dan vindt Geeraard de schat en bouwt er een slot mee. Hij mag met de jonkvrouw trouwen maar op de trappen van het altaart zakt ze dood ineen. Op een dag ontmoet Geeraard de kluizenaar en hoort zijn geschiedenis. Hij voelt zo'n wroeging dat hij zijn slot verkoopt en het geld aan de kluizenaar geeft en zelf een klooster ingaat. Op de berg staat na een paar jaar een mooie kapel.

Bron

Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 2 (1889) p. 114

Commentaar

1889

Naam Overig in Tekst

Coomans    Coomans   

Richildis    Richildis   

Dendervallei    Dendervallei   

God    God   

Onze Lieve Vrouw [Maria]    Onze Lieve Vrouw [Maria]   

Geeraard    Geeraard   

Boulaere    Boulaere   

Henegouwen    Henegouwen   

Boudewijn VI    Boudewijn VI   

Naam Locatie in Tekst

Geeraardsbergen    Geeraardsbergen   

Leuven    Leuven   

Vianen    Vianen   

Alix    Alix   

Vlaanderen    Vlaanderen   

Italië    Italië   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20