Hoofdtekst
Asschekladdeken werd te huis zeer slecht behandeld. Gansche dagen zat zij verstoken in 't hoeksken van den haerd, ofwel onder den trap. Zij was belast met 't vuilste werk, kreeg weinig eten, en had bijna geen kleêren.
Heure zuster, integendeel, droeg 'nen hoed met gouden pluimen, en mocht altijd naar het bal gaan.
Asschekladdeken was belast met het poetsen der haerdplaat. Blonk de plaat, dan kwam hare zuster, en maakte ze weêr vuil. Zoo had het kind nooit gedaan, en was al haar werk nuttelooze moeite.
Op 'nen zekeren avond was Asschepoetster toch buiten gefritseld, en ze weende van verdriet.
Een oud vrouwken, die heel schoon gekleed was, vroeg aan Asschekladdeken, waarom ze toch zoo weende? Asschepoetster vertelde nu aan die oude madam, dat ze t' huis zoo ongelukkig was, en heure zuster alles toekreeg.
"Wilde gij ook schoone kleêren en een gouden koetse uitkomen, waarmeê ge naar het bal kunt rijden?"
's Anderendaags avonds deed Asschepoetster, wat heur gezeid was. Nog zoohaast had ze op den hollen tronk nie geklopt, of daar kwam een gouden kleed, gouden sletskens (=platte schoenen), gouden oorringen en bellen en een gouden koetse meê 'nen koetsier uit.
Asschepoetster trok naar het bal, en ze was de schoonste van allemaal en iedereen wilde meê heur dansen.
Als het bal gedaan was, reed Asschepoetster de eerste weg, recht naar den hollen tronk, waarin, op een teeken, al heure kleêren en heure koetse met den koetsier verdwenen.
Den anderen avond was 't weer 't zelfde spel, maar als ze terug kwam, had ze heur één gouden sletsken verloren.
Heur zuster had het gevonden, maar 't was heur te klein.
Ze liet zich de teenen afkappen, opdat het toch zou gepast hebben. Maar nu wierd ze ziek, en kon s'anderdaags naar de feeste niet gaan.
Assepoetster, die van niet en wist, ging 's avonds weer naar het bal, en kreeg heur gouden sletsken terug, want ze meenden allemaal, dat ze een rijke dame was.
Na de feeste reed ze terug naar heuren hollen tronk en van daar naar huis, maar ze waren oppe (=niet te bed), want heure zuster was ziek. Nu kwam 't allemaal uit, dat Asschepoetster mêe 't kwaad omging, en dat ze kon tooveren.
Heur vader zegde: "Zie de (=ge) nu, dat wij gelijk hadden heur kort te houden."
En Asschepoetster wierd terug in den haard gestampt. En als zij er niet uitgekropen is - zit zij er nog in!
Onderwerp
AT 0510 - Cinderella and Cap o' Rushes   
ATU 0510A - Cinderella.   
Beschrijving
Bron
Motief
S31 - Cruel stepmother.   
L55 - Stepdaughter heroine.   
L52 - Abused youngest daughter.   
L102 - Unpromising heroine.   
L131 - Hearth abode of unpromising hero (heroine).   
F821.1.3 - Dress of raw fur.   
N815 - Fairy as helper.   
D1050.1 - Clothes produced by magic.   
D1111.1 - Carriage produced by magic.   
D1470.2.1 - Provisions received from magic tree.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Asschekladdeken   
Asschepoetster [Assepoester]   
