Hoofdtekst
Er was eens een koning, en die had drij dochters, en hij had ze alle drij onzeggelijk lief.
Eens, dat hij eene lange en verre reis wilde doen, vroeg hij aan zijne dochters, hoe gaerne zij hem zagen, en wat zij wilden, dat hij voor hen zou meebrengen. De eerste, die hem zoo liefhad als goud, wenschte een gouden spinnewielken, de tweede, die hem beminde als zilver, eenen zilveren rok, en de derde, die zeide hem zoo gaerne te zien als zout, wenschte een korrelken... zout.
De koning, die over het antwoord zijner oudste dochter ten hoogste tevreden was, ontstak in grooten toren bij dat van de jongste prinses, en hij hadde ze zeker in den kerker doen werpen, zoo hij zich niet herinnerd had, hoe lief zij hem altijd geweest was.
"Uit mijne oogen," riep hij uit, "en wacht u wel, ondankbare die gij zijt, nog ooit in mijn paleis te verschijnen. Ik erken u niet meer voor mijne dochter!"
Meer dood dan levend begaf het prinsesje zich op weg. Uren en uren liep zij door bosschen, velden, weiden, en kwam alzoo te Antwerpen aan, om er eenen dienst te zoeken.
Als zij daar zoo aan de oude Borgerhoutsche poort kwam, werd zij eensklaps aangesproken door een heel oud wijfken, dat heur zeide: "Dochterken, gij zoekt zeker eenen goeden dienst? Kom, ik zal u een handje helpen. Ga in de Lange St. Annastraat, en bied u aan in het huis nr 18 (sic), daar heeft men juist een dienstmeisje noodig."
Het prinsesje bedankte het wijfken, en wilde zich verwijderen, maar de andere hield heur staan, stak heur een klein doosje in handen, en zeide: "Neem dit, het zal u wel eens te pas komen. Als gij van ze leven goesting hebt, om naar het bal te gaan, steek dan dit doosken in de holte van den boom, die daar op de vesting staat, en zeg: "schoon dingen aan, leelijk dingen uit," en gij zult gekleed zijn als eene koningsdochter."
Als het prinsesken nu in het aangewezen huis in dienst was getreden, moest zij daar allerlei vuil werk verrichten. Zij moest de trappen boenen, den vloer schuren, kachels en stoven kuischen, schoenen poetsen, en - bleef er bij ongeluk éen vleksken maar op deze of gene plaats, dan kwam de meesteres met eene platte houten lat, en sloeg daarmede op hare hand, zeggende:
"Wij zijn hier in het land van Cadzand [Soms hoort men: Passant],
Waar ze met de lat slaan op 't plat van de hand,
Dat bloed er uit springt."
Door al dat vuil werk zag het prinsesken er spoedig zelf zoo zwart uit als een moorenjong, zoodat de twee dochters van hare madam haar niet anders meer wilde heeten dan Vuilvelleken of Velleken-vuil.
Op zekeren dag liep het gerucht in de stad, dat een machtige prins op de Meir in het paleis was komen wonen, en dat hij een groot dansfeest zou geven, ten einde zich, onder de schoonste juffrouwen der stad, eene gemalin uit te kiezen.
De meesteres van Vuilvelleken ging er natuurlijk met hare dochters naar toe: daar zij weduwe was, en... nog heel koket voor heure jaren, was zij op voorhand zeker, dat zij zelve of eene harer dochters door den prins zou... verkozen worden.
Intusschen zat Vuilvelleken alleen te huis, en poetste de schoenen, en kuischte de kachel, en schuurde de trappe... dat er heure fijne, teere handekens puur van brandden! Ei mij, daar kreeg zij het zoo in eens in haar hoofd..., ook naar het bal te gaan!
Gauw, gauw, gauw liep zij naar den hollen boom op de vesting, dicht bij de poort, stak haar doosken in de holte, en... wonder boven wonder! daar stond zij op 't eigen oogenblik in het prachtigste en rijkste kleed, dat een meisje hadde kunnen droomen, en eene holle stem riep uit den boom:
"Op klokslag twaalf, als roept de-n-uil,
Verandren de schoone kleeren in vuil'!"
Ik laat u denken, hoe fier Vuilvelleken was, als zij, in het paleis, op de Meir, van al de schoone hertoginnen, gravinnen en baronnessen de schoonste en rijkstgekleede was!
De prins merkte haar dadelijk op, en 't was alsof hij door haar betooverd was: hij danste met geen andere meer dan met haar.
Och, wat spijt, wat spijt! Daar hoort Vuilvelleken, tusschen 'nen redowa en 'nen schottisch, half-twaalf slaan... En 't is, alsof zij de holle stem weer hoort de woorden uitspreken:
"Op klokslag twaalf, als roept de-n-uil,
Verandren de schoone kleeren in vuil'!
Opgepast!"
De prins wilde haar opnieuw naar den dans geleiden, doch zij verklaarde hem, dat zij zich verwijderen moest.
Toen hij zag, dat geen smeeken baatte, sprak hij zoo schoon, dat zij hem toch zou zegge, wie en van waar zij was!
Zij antwoordde echter anders niet dan dit:
"Ik ben uit het land van Cadzand,
Waar ze met de lat slaan op 't plat van de hand,
Dat bloed er uit springt."
Toch kon zij hem niet weigeren, hem met eenen beker champagne bescheed te doen. En zoo verliep het eene oogenblik na het ander, en eindelijk rammelde het O. L. Vr. Kerk al twaalf uren... zoodat ons Vuilvelleken, zonder nog iets te zeggen, "haast-u spoed-u" wegliep uit de zaal...
De prins achtervolgde haar, maar... zag haar nog enkel in een prachtig rijtuig zitten, dat aan de poort wachtte... Het rijtuig rolde in volle vaart over de Meir, en de prins meende zich droefgeestig weer in de zaal te begeven, toen hij op een voorwerp trapte. Hij bukte zich, en ontdekte een klein, wonderklein vrouwenmuiltje... 't Was Vuilvelleken, die het in hare overhaasting verloren had.
's Anderdaags was Vuilvelleken weer aan 't schuren, boenen, kuischen, poetsen, toen zij vóor de deur een geroep hoorde, dat hare aandacht niet weinig opwekte.
't Was de postillon van den prins, en deze reed van huis tot huis, stak een klein zijden muiltje in de hoogte, al roepende:
"Al wie dit schoentje passen kan,
Die krijgt mijn' prins en heer tot man!
Wie 't schoentje past, die trekke 't aan!"
"Komaan," zei Vuilvelleken tot den postillon, "geef mij dat muiltjen eens! Wie weet, of mijn voetjen er niet in gaat!"
Hare meesteres en hare twee dochters schoten in eene schaterlach, toen zij dit hoorden... doch stonden niet weinig te zien, toen zij bemerkten, dat... Ja, het ging haar, podorre, alsof het geschilderd was!
En Vuilvelleken trouwde met den prins, en haar vader werd op de bruiloft genoodigd, en vergaf haar alles!
En dit is gebeurt in 't land van Literaluit, en 't vertelsel is uit!"
Onderwerp
AT 0510 - Cinderella and Cap o' Rushes   
ATU 0510A - Cinderella.   
Beschrijving
Bron
Motief
K12 - Wrestling match won by deception.   
D813 - Magic object received from fairy.   
D1050.1 - Clothes produced by magic.   
D1470.2 - Provisions received from magic object.   
D1470.2.1 - Provisions received from magic tree.   
D950 - Magic tree.   
N711.6 - Prince sees heroine at ball and is enamored.   
C761.3 - Tabu: staying too long at ball.   
H36.1 - Slipper test.   
L162 - Lowly heroine marries prince (king).   
Commentaar
"Er was eens een edelman, en die woonde met zijne vrouw en zijn eenig dochtertje in een schoon, rijk huis.
Zijn gemalin stierf, en daar hij nog te jong was, om weduwnaar te blijven, haalde hij naar eene verre streek eene tweede vrouw, bij welke hij twee nieuwe dochters won.
Nu werd weldra het eerste kind deerlijk verstooten. Terwijl de stiefzusters naar alle feesten gingen, moest de oudste te huis blijven en zwaren arbeid verrichten.
Veeltijds zat zij, na volbrachte taak, op een laag pikkelstoeltje in een hoekje van de haerdstede, en roerde, als om den tijd te dooden, met haren vinger in de doove assche.
Daarom noemde men ze Asschepoester...."
De toebereidselen tot het bal in 's prinsen paleis worden niet zelden aldus voorgesteld:
"Nauwelijks had Asschepoester verlangd, naar het feest te gaan, of daar verscheen haar het wonder wijfken en zeide haar: "Ga naar den zolder, en breng de muizenval beneden."
Toen het meisje zulks gedaan had, raakte het wijfken met haar stokje eerst de val, en deze veranderde in eene prachtige koets, dan de twee muisjes, die er in gevangen zaten, en deze werden twee fraaie paerden.
Dan liet zij nog twee lucifertjes halen, en deze hertooverde zij in twee lakeien.
Toen blies zij op Asschepoesters gemeene kleederen, en zie, daar stond zij gansch in zijde en fluweel, met kristallen schoentjes aan de voeten..."
Onder Beeld vier plaatjes van Assepoester uit een Sprookjeskwartet.
Naam Overig in Tekst
Borgerhoutsche poort   
Vuilvelleken   
Velleken-vuil [Assepoester]   
Literaluit   
Asschepoester   
Naam Locatie in Tekst
Antwerpen   
Lange St. Annastraat   
Cadzand   
Meir   
Onze Lieve Vrouwekerk   
