Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KOORD003 - Toverij en meer van dat moois

Een sage (boek), 1981

Hoofdtekst

Meneer Pieter van Aken maakte in wijde kring bekend dat hij het vak van Chirurgijn zo goed verstond, dat hij mensen die het slachtoffer van betovering waren, met succes kon behandelen en dat hij bovendien in staat was om, als iemand bestolen was, de dief op te sporen en de buit te achterhalen. Deze grootmeester ging in 1534 in Amsterdam wonen. Of hij veel patiënten kreeg en veel opsporingsopdrachten, weten we niet. Nu bestonden er in die tijd voor een dergelijke duivelskunstenaar nog veel mogelijkheden. Het geloof aan toverij, wondergenezingen etc. was wijd en zijd verbreid. Zelfs de overheid hechtte onvoorwaardelijk geloof aan het bestaan van heksen, tovenaars en consorten. Toch moest je wel oppassen met die kunsten want als er dingen misgingen bestond de kans dat de schout eraan te pas kwam en er forse straffen werden uitgedeeld.

Hoe en waarmee Pieter van Aken in de fout is gegaan is niet bekend, maar in ieder geval werd hij op zekere dag in z'n kladden genomen en veroordeeld om het schavot op de Dam te bestijgen. Iedereen kreeg dan de gelegenheid om hem daar geruime tijd te bezichtigen. Bovendien mochten alle belangstellenden hem niet alleen verwensingen, maar ook allerlei smeerboel naar het hoofd gooien. Tenslotte werd z'n tong doorpriemd en kreeg hij de boodschap, dat hij voorgoed uit Amsterdam verbannen was.

Tijdens het proces dat aan deze bewerkingen was voorafgegaan, had Pieter betoogd, dat niet hij maar een zekere Hessel Gurrits de schuldige was. 'Dat is een heks, mijne heren,, zei hij. 'Zij is het die het allemaal op haar geweten heeft!' Hij kon mooi praten, maar het gelukte hem niet zich vrij te pleiten. Er werd geen enkel bewijs tegen Hessel gevonden. Pieter ging dus op het schavot maar ook Hessel liet men niet zonder meer naar huis gaan. Wel was zij onschuldig bevonden maar met heksen kon je het toch maar nooit weten. Voor alle zekerheid verbanden de rechters ook haar uit de stad. Mocht ze ooit nog in Amsterdam worden aangetroffen, dan zouden haar beide ogen worden uitgestoken! De angst voor 'het boze oog' was nog groot in die dagen.

Er was nóg een heerschap dat in het verrichten van wonderbaarlijke genezingen wel brood zag. Hij heette Martense van Pynacker. Zijn therapie bestond voornamelijk uit het prevelen van bezweringen ten behoeve van zijn patiënten. Hij bracht er blijkbaar niet veel van terecht, want ook hij moest zich verantwoorden voor zijn kunsten. Toverij, of wat dan ook, allemaal goed en wel, maar als het verkeerd uitpakte moest de 'magiër' op het matje komen en kon hij rekenen op een meestal niet zo malse straf. Martense kwam er nog vrij goed af. Hij zou ontdaan worden van een pink en mocht zich de eerste tien jaar niet in de stad vertonen. Voorts had men nog enig bezwarend materiaal bij hem gevonden bestaande uit een toverboek, benevens een koffer met toverdrankjes en meer van dat spul. Om hem voorlopig te beletten zijn 'vak' te beoefenen, werd van het hele zaakje op de Dam een vuurtje gestookt. Of Martense tien jaar later weer naar Amsterdam kwam, is niet na te gaan.

Onderwerp

TM 3102 - Belezer geneest mens of dier    TM 3102 - Belezer geneest mens of dier   

TM 3117 - De kwade hand (het boze oog)    TM 3117 - De kwade hand (het boze oog)   

Beschrijving

Pieter van Aken zegt mensen te kunnen genezen van betovering. Als hij eenmaal opgepakt wordt, zegt hij dat niet hij maar Hessel Gurrits een heks is. Zijn tong wordt doorpriemd en hij wordt voorgoed verbannen uit de stad. Ook Hessel wordt, ondanks geen enkel bewijs tegen haar, voor de zekerheid voorgoed verbannen.

Bron

Koord, Ch.: Oude Amsterdamse Volksverhalen. Heerlen 1981. p. 34-36

Naam Overig in Tekst

Hessel Gurrits    Hessel Gurrits   

Pieter van Aken    Pieter van Aken   

Naam Locatie in Tekst

Dam    Dam   

Amsterdam    Amsterdam