Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOERDE05 - VAN ENEN MAN DIE LACH GHEBORGHEN IN ENE SCRINE

Een mop (), 14e eeuw

Leonardo_Diffusion_XL_a_man_and_a_woman_making_love_lying_on_a_1.jpg

Hoofdtekst

VAN ENEN MAN DIE LACH GHEBORGHEN IN ENE SCRINE
Voerdachticheit es altoes goet,
Soe waer men arch met arghe loent.
Eest boerde of ernst of hoe ment doet,
Diet ierst beghint blijft dic gehoent.
5 Ene boerde wert v getoent,
Int lant van Loen gesciede, dats waer.
Hets recht dat men .j. goet wijf croent
Die haren man blijft even claer.

Een wijf hadde enen getrouden man
10 Te Hasselt in die goede stede;
Gheen goet wijf en trects haer an.
In ouerspele dat si mesdede.
Si leende lieuer hare lede
Dan potte of pannen, si scuerde node,
15 Luxurioes was al hare sede,
Si prees bruden naest den brode.

Dien goeden man was dat geseit,
Dat sijn wijf dreef ouerspel.
Lange heeft hi daer na lage geleit;
20 Alse hijt bevant doen wist hijt wel.
Thuuswert quam hi gram ende fel
Ende sloech op sine doere met enen hamere;
Sijn wijf hadde doe ghespelt haer spel
Met haren lieue in haer camere.

25 Tot hare scrinen dat si scoet,
Dat vrouken was sere vervaert,
Haer lief dat si daer binnen sloet.
In die camere quam die waert;
Hi sprac: Lief, loept metter vaert,
30 Ghi moet mi halen des mans wijf,
Hi leit soe siec in onsen bogaert,
Ic moetse spreken sonder blijf.

Al op die scrine ghinc hi sitten
Daer dander man in lach geborgen.
35 Twijf deedt node metter hitten,
Si sprac: Lief minne, beidt tot morgen,
Haer herte was vol van sorgen;
Haer weder paertie moesse halen,
Want hi haer node hadde geborgen
40 Daer mede hi haer nv sal betalen.

Die vrouwe doe in die camere quam,
Sijns selfs wijf die bleef daer buten;
Al bider hant dat hise nam,
Die doere ghinc hi vaste sluten.
45 Daer ginghen si onder hem bede ruten,
Hi creghse te wille, al deedt hem pine;
Nu hoert hier waer ene grote clute:
Hy ghincse bruden op die scrine.

Die man inder scrinen moest gedogen,
50 Hoet haer bequam, waest lude of stille;
Hi hoerde ende sach voer sine oghen
Dat si moeste doen des cnapen wille.
Die vrouwe ginc maken groot gescille
Ende swoer, si soude hem doen nemen dleuen.
55 Hi sprac: eer ghi gaet over de zille,
Salic v een juwelken gheuen.

Hij nam die slotel (si moest gedogen,
Sijns selfs wijf, si en dorste clagen),
Hi leide die vrouwen ende ginc haer togen,
60 Int scrine ocht haer iet mochte behagen,
Enech juwel dat si woude dragen.
Haer selfs man dien vant si daer in;
Rouwelijc si elc op andren saghen.
Si sprac: bedroeft si dit gewin.

65 Die goede knape van den huus
Hi sprac: nv makens wi gene gerochte,
Maer laet ons houden voer abuus;
Wi wisselden beide, dat mi dochte
(Hets messelijc wiet horen mochte)
70 Int spel van onser beider wiuen.
Gaet thuus te gader, leeft voert sochte
Ende laet ons goede gevriende bliuen.

Nota lxxij verse

(De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld uitgegeven door C. Kruyskamp. 's Gravenhage 1957, p.33-35)

Onderwerp

AT 1730 - The Entrapped Suitors    AT 1730 - The Entrapped Suitors   

ATU 1730 - The Entrapped Suitors.    ATU 1730 - The Entrapped Suitors.   

Beschrijving

Een vrouw pleegt, tijdens de afwezigheid van haar man, meerdere malen overspel met een andere man. Op een dag komt haar echtgenoot eerder thuis, die gehoord heeft over haar overspel. De vrouw verbergt haar minnaar in een kist, maar de echtgenoot heeft haar door en vraagt haar om de vrouw van de man te halen. Zelf gaat hij op de kist zitten en verkracht de echtgenote van de minnaar. Vervolgens opent hij de kist en zegt dat ze nu allemaal quite staan.

Bron

De Middelnederlandse boerden. Ed. C. Kruyskamp. 's Gravenhage 1957, p.33-35

Motief

K1566 - Cuckolded man shuts wife‘s paramour in chest and lies on the chest with latter’s wife.    K1566 - Cuckolded man shuts wife‘s paramour in chest and lies on the chest with latter’s wife.   

Commentaar

14e eeuw
Vgl. Boccaccio, Decamerone VIII, 8. Zie ook: F. Lodder, `Een genre der boerden', in: Queeste 2 (1995) p. 54-71. F. Lodder, `De moraal van de boerden', in: Nieuwe Taalgids 75 (1982) p. 39-49. Over de stedelijke context van de boerden: D. Hogenelst, `Sproken in de stad: horen, zien en zwijgen'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt: stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de middeleeuwen. Amsterdam 1991. p. 166-183. F.J. Lodder, Lachen om List en Lust. Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. Ridderkerk 1996. Over het beoogde publiek: F. Lodder, `Corrupte baljuws en overspelige echtgenotes: over het beoogde publiek van drie boerden'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt: stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de middeleeuwen. Amsterdam 1991. p. 217-226.
The Entrapped Suitors

Naam Locatie in Tekst

Loen [Loon]    Loen [Loon]   

Hasselt    Hasselt   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21