Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE259 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1994

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een lief klein meisje, dat met haar moeder in een dorpje aan de rand van een donker bos woonde. Ze had rode wangetjes als twee sterappeltjes, ogen die zo blauw waren als de lentehemel, en prachtige krullen die de kleur hadden van een korenveld in de zomer.
Midden in het bos woonde haar grootmoeder, een lieve oude dame, die dol was op haar kleindochter. Voor haar zevende verjaardag had het meisje van haar grootmoeder een rood jasje met een capuchon gekregen. Ze vond het zo mooi dat ze het altijd aantrok en daarom hadden de mensen in het dorp haar de bijnaam 'Roodkapje' gegeven. Elke dag als ze klaar was met het werk in huis rende ze naar buiten om met de dieren in het bos te spelen. Dan keek ze of ze wel genoeg te eten hadden, of de poot van het eekhoorntje al beter was en of de haasjes het oude stekelvarken wel met rust lieten.
Op een mooie lenteochtend kwam er een wit konijntje bij het huis van Roodkapje. Hijgend en puffend vertelde hij dat Roodkapjes grootmoeder hem gestuurd had. 'Ze ligt met griep in bed en moet heel erg hoesten en ze heeft helemaal niets meer te eten. Je moet snel naar haar toe.' Terwijl Roodkapje haar rode jasje aantrok, maakte moeder een mand vol lekkere dingen klaar en bovenop stopte ze een flesje hoestdrank. 'Ik reken op je, Roodkapje,' zei moeder. 'Breng deze mand naar oma en treuzel vooral niet onderweg. En denk eraan, op het pad blijven, want je weet maar nooit wat je in het bos tegenkomt!'
In gezelschap van haar vriendje het witte konijn liep het meisje vrolijk het bos in.
Ze was nog maar nauwelijks op weg of al haar vriendjes uit het bos verzamelden zich om haar heen. Eerst kwam het hertje aangesprongen, en meteen daarna liet het eekhoorntje zich langs een boomstam naar beneden zakken. De kleine vogeltjes gingen om de beurt op haar mandje zitten en pikten ondeugend in het stuk taart dat eruit stak. Ze waren al een uur onderweg toen Roodkapje haar vriendjes wegstuurde. 'Jullie moeten nu naar huis, want jullie moeders worden ongerust.' Tegen hun zin lieten de dieren Roodkapje alleen, maar niet zonder haar eerst te waarschuwen: 'Let goed op, Roodkapje, want er dwaalt een wolf door het bos. En die slokt kleine meisjes in één hap naar binnen. Loop snel door en blijf vooral op het rechte pad!' Roodkapje beloofde voorzichtig te zijn en stapte stevig door.
Op een open plek in het bos groeiden heerlijke bosaardbeitjes en Roodkapje zei tegen zichzelf: 'Ik ga wat aardbeitjes voor oma plukken, daar is ze dol op. Als ik het snel doe, verlies ik maar een paar minuutjes.' Maar ze plukte een aardbeitje hier en een aardbeitje daar en voor ze het goed en wel in de gaten had begon het donker te worden.
Opeens hoorde ze gekraak tussen de struiken. Ze keek op van haar werk en zag twee grote ogen die haar begerig aanstaarden. Roodkapje begon te bibberen van angst, en dat werd alleen maar erger toen ze zag dat het de ogen van de wolf waren!
De wolf kroop uit het struikgewas en zei met een poeslief stemmetje: 'Waar ga jij zo laat nog naar toe, kleintje?' 'Ik ga op bezoek bij mijn oma, die ziek is. Ik ga haar een hoestdrankje brengen en een stuk taart en wat aardbeitjes,' antwoordde Roodkapje. 'En waar woont jouw oma dan wel?' vroeg de wolf.
'Daarginds, midden in het bos,' wees Roodkapje, die niets in de gaten had.
'Wens haar maar veel beterschap!' zei de wolf met een sluwe glimlach en ging er haastig vandoor. Opgelucht over de goede afloop liep het meisje verder over het pad. Maar de wolf had intussen een kortere weg door het bos genomen en was al bij het huisje van grootmoeder aangekomen...
Om niet herkend te worden had de wolf een grote bos bloemen geplukt en terwijl hij zich daarachter verstopte, klopte hij drie keer op de deur. 'Wie is daar?' klonk een zwakke stem vanuit het huis. 'Ik ben het, Roodkapje,' zei de wolf met een verdraaid piepstemmetje. 'Ik kom u een hoestdrankje brengen en wat lekkers.' 'Trek maar aan het touwtje, dan zal de deur wel opengaan,' zei grootmoeder blij. En zo kwam de boze wolf gemakkelijk het huisje binnen. 'Kom me eens een kusje geven,' zei grootmoeder, die niets in de gaten had. Nou, dat liet de wolf zich geen twee keer zeggen. Hij sprong op het bed en slokte grootmoeder in een hap naar binnen.
Na dat lekkere hapje liep de wolf op grootmoeders klerenkast af, pakte er een nachthemd en een mutsje uit en trok die snel aan. Na een blik in de spiegel te hebben geworpen deed hij de deur dicht en kroop tussen de lakens. En daar bleef hij rustig liggen wachten tot Roodkapje op kwam dagen.
Een paar minuten later werd er drie keer op de deur geklopt. 'Wie is daar?' vroeg de wolf met een schorre stem, als die van een verkouden oude dame. 'Ik ben het, oma, Roodkapje,' antwoordde het meisje. De wolf trok het laken nog eens flink omhoog en riep toen: 'Trek maar aan het touwtje, dan zal de deur wel opengaan.' Roodkapje trok aan het touwtje en liep naar binnen. Ze zette het mandje op tafel en liep op haar grootmoeder af. 'Voelt u zich al een beetje beter?' vroeg ze: De wolf draaide zich zwijgend om en stak toen per ongeluk zijn poot onder het laken vandaan.
'Wat hebt u een grote handen, oma,' zei Roodkapje verbaasd, toen ze de grote harige poot in de gaten kreeg. 'Dat is om je beter te kunnen omhelzen, schat,' zei de schurk, en op dat moment schoot het laken van zijn oor af. 'Wat hebt u een grote oren, oma,' zei Roodkapje, toen ze de harige flap onder de nachtmuts uit zag steken. 'Dat is om je beter te kunnen horen, liefje,' zei de wolf, en probeerde het oor weer onder de muts te proppen. 'Maar oma, wat hebt u een grote ogen,' zei Roodkapje, steeds verbaasder. 'Dat is om je beter te kunnen zien,' zei de wolf, met zijn ogen halfdicht. 'Oh, oma, wat hebt u grote tanden gekregen,' zei Roodkapje, die dacht dat haar oma wel heel erg ziek moest zijn. 'Dat is om je beter te kunnen opeten,' riep de wolf, en razendsnel sloeg hij de lakens terug, sprong uit bed, boven op de verschrikte Roodkapje, en slokte haar in één keer naar binnen.
De wolf, die nu eindelijk genoeg gegeten had, kroop terug in bed en viel al gauw in een diepe slaap. Hij snurkte daarbij zo hard dat het hele huisje stond te trillen. Op dat moment liep de jager voorbij, die een goede vriend van Roodkapjes grootmoeder was. 'Wat een vreemd geluid voor een oude dame,' dacht hij bij zichzelf, 'ik zal maar eens gaan kijken of alles in orde is.' Nou was deze jager niet zo heel erg dapper. Hij had eerlijk gezegd nog nooit iets anders verjaagd dan de vliegen rond zijn neus.
Voor hij naar binnenging keek hij voor de veiligheid eerst eens door het raam en daar zag hij tot zijn grote schrik de wolf, die heerlijk lag te knorren. De jager laadde zijn geweer, stak de loop door een kiertje naar binnen en richtte op de wolf. Maar of het nou de emotie was of de angst, maar erg goed raakte hij de wolf niet. Het schot schampte langs de buik van het beest, die daardoor als een luchtballon uit elkaar klapte.
Wat een toestand! Toen de jager binnenkwam ontdekte hij Roodkapje en haar grootmoeder, die gezond en wel uit de buik van de wolf te voorschijn waren gekomen. De wolf zelf lag als een vloerkleedje morsdood op de grond.
Het meisje en de oude vrouw omhelsden hun redder en bedankten hem hartelijk. De jager werd er verlegen van; nooit eerder had iemand hem een held genoemd! Toen de dieren in het bos en de mensen in het dorp hoorden dat de boze wolf dood was, waren ze dolgelukkig. Nooit meer hoefden ze bang te zijn. Zelfs Roodkapjes moeder was niet boos op haar, maar Roodkapje moest wel beloven dat ze nooit meer van het rechte pad zou gaan en nooit meer een praatje met een onbekende zou maken. Want boze wolven kun je overal tegenkomen, en hoe lief en vriendelijk ze zich ook voordoen, het blijven boze wolven!

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Wit konijn meldt dat grootmoeder ziek is, waarna Roodkapje, vergezeld van diverse dieren, naar grootmoeder gaat. Hoewel moeder heeft gewaarschuwd om op het pad te blijven en niet treuzelen, plukt Roodkapje aardbeien in het bos. Het is bijna donker geworden als ze een wolf ontmoet, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf neemt een kortere weg naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan naar binnen, eet grootmoeder op, trekt haar nachthemd aan en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, de wolf doet de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaaast zich over de grote handen, oren, ogen en tanden waarop de wolf haar opeet. Een jager hoort gesnurk uit grootmoeders huis komen, legt aan, en schampt de buik van de wolf die daardoor ontploft. Roodkapje en grootmoeder komen uit de buik van de wolf, die dood is. Roodkapje moet beloven nooit meer van het rechte pad te gaan en nooit met vreemden te praten.

Bron

Sprookjes voor het slapen gaan. Alphen aan den Rijn: De Hoeve, 1994. Oorspr. uitg. Legnano: Edibimbi, 1994
KB: 5062699
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Claudio Cernuschi

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-04-10