Hoofdtekst
Er was eens een lief klein meisje, dat zo schattig was dat iedereen van haar hield. Maar het meest van allen hield haar grootmoeder van haar. Zij gaf het kind op een dag een rood fluwelen kapje en omdat ze het steeds droeg, noemde iedereen haar Roodkapje.
Op een dag riep haar moeder haar en zei : 'Roodkapje, hier heb je een zelfgebakken koek en een fles wijn. Je grootmoeder ligt ziek in bed en van de koek en de wijn zal ze opknappen.' Nu woonde de grootmoeder van Roodkapje aan de andere kant van het bos en dus zei haar moeder : 'Je moet recht naar je grootmoeder gaan. Blijf nergens hangen of spelen en verlaat het bospad niet.' 'Nee, moeder', zei Roodkapje braafjes. Ze pakte het mandje met de koek en de wijn en ging op weg.
Nauwelijks was Roodkapje bij de eerste bomen van het bos gekomen of daar kwam ze de wolf tegen. Roodkapje wist niet hoe wreed hij wel was, en dus was ze helemaal niet bang. 'Dag Roodkapje !' zei de wolf flemend. 'Waar ga jij zo vroeg naar toe ?' 'Naar grootmoeder', zei Roodkapje. 'Ze ligt ziek in bed en ik breng haar koek en wijn.' 'Zozo,' zei de wolf, 'en waar woont je grootmoeder dan ?' 'Nog een kwartiertje dieper het bos in', zei Roodkapje. 'In het kleine huisje onder de drie eikenbomen.' De wolf wist precies waar dat was. Hij keek verlekkerd naar Roodkapje en dacht : Dat ziet er een mals hapje uit. Maar eerst eet ik die ouwe op.
Hij liep een eindje met Roodkapje op over het bospad. Hij wees naar de mooie bloemen die onder de bomen bloeiden en zei : 'Een bloemetje zal je grootmoeder ook wel aardig vinden.' Roodkapje aarzelde. 'Ik heb moeder beloofd om niet van het bospad af te gaan.' 'Ach,' zei de wolf, 'wat kan er je gebeuren ? De dag is toch nog jong ?' Roodkapje keek naar de mooie bloemen en haalde haar schouders op. Och ja, eventjes dan. Ze verdween in het bos en vergat bij het plukken van de bloemen alle tijd. Want een beetje verderop zag ze telkens weer andere bloemen, die nóg prachtiger waren. En zo liep ze steeds dieper het bos in.
De wolf echter volgde gehaast het bospad en kwam na korte tijd bij het huisje van grootmoeder aan. Hij klopte op de deur en grootmoeder riep vanuit haar bed : 'Wie is daar ?' 'Roodkapje !' zei de wolf met een verdraaide stem. 'Ik breng je koek en wijn!' 'Ik lig in bed', zei grootmoeder. 'Duw maar op de klink, dan gaat de deur vanzelf open !'
De wolf duwde op de klink, sprong naar binnen en zonder veel omhaal sleurde hij grootmoeder uit bed en at haar met huid en haar op. Daarna trok hij grootmoeders nachtjapon aan, zette haar slaapmuts op zijn hoofd en ging in bed liggen.
Een hele tijd daarna kwam Roodkapje bij het huisje van grootmoeder aan, met een grote bos bloemen. Ze vond het wat vreemd dat de deur op een kier stond en een beetje ongerust riep ze : 'Goeiemiddag, grootmoeder !' Maar er kwam geen antwoord. Roodkapje ging naar binnen, liep naar het bed en trok de gordijnen open. Wat zag grootmoeder er vreemd uit, met die slaapmuts helemaal over haar ogen getrokken!
'Grootmoeder,' zei Roodkapje, 'wat heb jij grote oren !'
'Dat is om je beter te kunnen horen, lief kind !'
'Grootmoeder, wat heb jij grote ogen !'
'Dat is om je beter te kunnen zien, lief kind !'
'Grootmoeder, wat heb jij grote handen !'
'Dat is om je beter te kunnen omhelzen, lief kind !'
'Maar grootmoeder, wat heb jij een enorme mond !'
'Dat is om je beter te kunnen opeten !' zei de wolf.
Hij sprong uit het bed en verslond het arme Roodkapje met huid en haar. Daarna kroop hij voldaan terug tussen de lakens en viel meteen met luid gesnurk in slaap.
Een jager, die daar wat later voorbijkwam, hoorde het gesnurk tot buiten en fronste zijn wenkbrauwen. 'Zo'n afschuwelijk lawaai !' zei hij. 'Er zal met grootmoeder toch niets aan de hand zijn ?'
Op zijn beurt ging hij het huisje binnen. Daar zag hij tot zijn verbazing de wolf in het bed van grootmoeder liggen. Hij wilde zijn geweer pakken om hem dood te schieten, maar bedacht zich. Met een grote schaar knipte hij de buik van de wolf open en daar sprongen Roodkapje en grootmoeder springlevend te voorschijn ! 'Foei !' zei Roodkapje. 'Wat ben ik blij dat ik uit die donkere buik ben. En wat een akelig beest !' 'Haal vlug wat grote stenen', zei de jager.
En Roodkapje liep naar buiten om meteen te doen wat haar gevraagd werd.
Ze stopten de buik van de wolf vol met zware stenen en naaiden daarna zijn buik weer dicht.
Toen de wolf wakker werd, had hij verschrikkelijke dorst. Hij keek geschrokken naar de jager, sprong uit het bed en maakte zich uit de voeten. Toen hij bij een oude waterput kwam en wilde drinken, rolden de stenen in zijn buik allemaal naar voren. Hij viel met een luide plons in de put en verdronk. En Roodkapje ?
Die beloofde plechtig om nooit meer ongehoorzaam te zijn !
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: 5186753
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
K1832 - Disguise by changing voice.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
