Hoofdtekst
DE VROUW IN DE BOTERMOUT
De grootvader van moeders kant van een Uitdammer woonde op Terschelling. Hij had een heel bijzondere vogel en daarom noemden ze zijn huis het Vogelenhuisje. Op een goeie nacht hoorde hij zingen. Hij ging naar buiten, maar hij zag eerst niets. Toen hij evenwel goed keek, zag hij een botermout (boterpot) en eer hij "ja" kon zeggen, zag hij een vrouw die er uit stapte en aan land ging. Dat vertrouwde hij niet. Ze moest zich hebben veranderd, anders had ze onmogelijk in die pot kunnen zitten. Toen ze weg was, ging grootvader kijken. Hij zag toen dat het een gewone boerenbotermout was met een paar pollepels er bij. "Hé", dacht hij, "daar wil ik meer van weten" en hij nam die pot weg en verborg hem onder het wier. Tegen de ochtend kwam die vrouw terug. Ze liep naar haar schuitje te zoeken en toen ze dat niet vond, ging ze naar het Vogelenhuisje en zei tegen grootvader: "Geen mens aars (anders) as jij ken hem hebben. Zeg waar je hem heb gedaan, want ik moet noodzakelijk weer weg, dan krijg je morgennacht een paar lekkere Amelander koeken." Die kol kwam dus van Ameland, dat kun je begrijpen. Grootvader gaf toe en wees haar waar hij de botermout had verstopt. De koeken heeft hij ook gekregen, maar die heeft hij weggegooid, omdat hij ze niet durfde eten, bang dat hij dan zou worden betoverd.
De grootvader van moeders kant van een Uitdammer woonde op Terschelling. Hij had een heel bijzondere vogel en daarom noemden ze zijn huis het Vogelenhuisje. Op een goeie nacht hoorde hij zingen. Hij ging naar buiten, maar hij zag eerst niets. Toen hij evenwel goed keek, zag hij een botermout (boterpot) en eer hij "ja" kon zeggen, zag hij een vrouw die er uit stapte en aan land ging. Dat vertrouwde hij niet. Ze moest zich hebben veranderd, anders had ze onmogelijk in die pot kunnen zitten. Toen ze weg was, ging grootvader kijken. Hij zag toen dat het een gewone boerenbotermout was met een paar pollepels er bij. "Hé", dacht hij, "daar wil ik meer van weten" en hij nam die pot weg en verborg hem onder het wier. Tegen de ochtend kwam die vrouw terug. Ze liep naar haar schuitje te zoeken en toen ze dat niet vond, ging ze naar het Vogelenhuisje en zei tegen grootvader: "Geen mens aars (anders) as jij ken hem hebben. Zeg waar je hem heb gedaan, want ik moet noodzakelijk weer weg, dan krijg je morgennacht een paar lekkere Amelander koeken." Die kol kwam dus van Ameland, dat kun je begrijpen. Grootvader gaf toe en wees haar waar hij de botermout had verstopt. De koeken heeft hij ook gekregen, maar die heeft hij weggegooid, omdat hij ze niet durfde eten, bang dat hij dan zou worden betoverd.
Onderwerp
SINSAG 0782 - Das gefundene Sieb (Muschelschale, Buttermulde).   
Beschrijving
Grootvader hoort s' nachts zingen. Hij gaat buiten kijken en ziet dat een vrouw uit een boterpot stapt en aan land gaat. De vrouw verdwijnt en grootvader gaat bij de boterpot kijken. Hij vertrouwt het zaakje niet en verstopt de boterpot onder het wier. De volgende morgen komt de vrouw naar het huis van grootvader en vraagt waar haar boterpot is gebleven. Ze moet weer weg en belooft grootvader een paar koeken als hij vertelt waar de boterpot is. Grootvader geeft toe. De koeken die hij krijgt gooit hij weg, want van een kol wil hij geen koeken eten.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in de Zaanstreek en Waterland. Zaltbommel 1975, p.22-23
Commentaar
[2 april 1903]
Das gefundene Sieb (Muschelschale, Buttermulde)
Naam Overig in Tekst
Uitdammer   
Vogelenhuisje   
Amelander (koeken)   
Naam Locatie in Tekst
Terschelling   
Ameland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
