Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRANKE160 - De duivel in de gedaante van een poedel

Een sage (boek), 1934

Hoofdtekst

Het moet ergens onder de Oost-Friesche kust gebeurd zijn. Met een schipper die vrij metselaar was.
Die schipper voer dan met zijn bark op de Noordzee.
Niemand zou iets aan die kapitein gezien hebben. Je zou zoo gezegd hebben een schipper zooals er zoovelen zijn. Een beetje o-beenen, een ringbaard die zijn kin vrij liet, heldere blauwe oogen en blonde haren. Ruige handen en een tikje ruw in zijn mond.
Nee, er was niets vreemds aan hem te zien en toch ... en toch ... er was wat met hem.
Hij had zijn ziel aan den duivel verkocht, dat was de zaak. Krachtens zijn vrijmetselaar zijn bezat hij zijn eigen ziel niet meer. De duivel had er recht op. Joost had er goed voor betaald en deed dat nog steeds. Hij voorkwam de wenschen van den schipper. Hij hielp hem door elk noodweer heen en hij bezorgde hem voordeelige vrachten. Elke reis bracht goed gewin maar ...
Op een goeie dag, wat zwom daar in zee? Wat krabbelde daar tegen de golven in? Was dat een hond? Hoe kwam er een hond in volle zee? Wat kon dat beteekenen?
Wat dat beduidde?
Denk aan de ziel van den schipper. De ziel die het eigendom is van den duivel en die Joost misschien komt halen.
Zie hoe de hond zwemt. Het is een poedel. Hij nadert de bark.
Wat wil die poedel?
Wat hij wil?
Denk aan de verkochte ziel.
Ziet de kapitein de hond?
Zeker ziet hij hem. Hij loopt over het dek en zijn gezicht verstrakt. Zijn lippen liggen blauw om zijn tanden en zijn adem stokt.
Jaag weg die hond!!! commandeert de schipper. Weg met die poedel!!!
Het scheepsvolk jaagt en slaat naar het beest dat onverdroten bij de wand van het schip omhoog klautert.
Kan een hond dan klimmen?
Vraag er niet naar. Denk aan de verkochte ziel.
De schipper staat te sidderen op het dek. Hij commandeert jaag die poedel weg! Vort met die hond! Maar de poedel klautert onvervaard aan dek en laat zich door geen zweepslagen verjagen. Hij jankt niet eens wanneer het koord op zijn rug neersuist, hij snauwt niet naar de matrozen die hem schoppen en trappen, nee, hij klimt bij de romp van het schip omhoog en springt over de reeling op het dek.
En wanneer de kapitein naar zijn hut vlucht rent de poedel hem achterna en dan ... een ijselijk geschreeuw en gegil, een oordeelsleven; hooren en zien vergaat. Tenslotte een mergdoordringende kreet en ... hond en schipper springen overboord en verdwijnen in de diepte.
Zoo gaat het met schippers die hun ziel aan den duivel verkoopen. Een heele poos gaat het hen goed. Ze steken een ieder de oogen uit want niemand begrijpt waaruit hun voorspoed voortspruit. Ze laveeren dwars tegen de storm in en het is of ze onder het noodweer doorgaan met hun schip.
Maar eenmaal komt er een eind aan. Eenmaal komt de tijd dat de duivel de ziel opeischt. Dan is het goede leven uit. Dan moet de prijs betaald worden. Dan moet de ziel worden geleverd.
Altijd komt de duivel in een onverwachte gedaante, nu zus, dan zoo, maar komen doet hij, waar ook het schip mag zijn. Volle zee is voor Joost geen bezwaar. Hij verandert zich in een poedel en zwemt van de Oost-Friesche kust naar de bark die daar op de golven dobbert.
En haalt de ziel.
Zoo gaat het met schippers die vrijmeson zijn.

Onderwerp

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

TM 2900 - Vrijmetselaars    TM 2900 - Vrijmetselaars   

Beschrijving

Een schipper had zijn ziel aan de duivel verkocht. Op een dag kwam de duivel in de gedaante van een poedel hem halen en sprong met hem de zee in.

Bron

Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 249-250.

Naam Overig in Tekst

Joost    Joost   

Naam Locatie in Tekst

Noordzee    Noordzee