Hoofdtekst
En Koob en z’n kabouters, ja … dat is een beetje langer verhaal, maar eh … hij … het was zo, dat z’n dochter, hij stond uit te kijken naar zijn dochter, die zaterdagsmiddags naar huis kwam en die zich verlaat had. Hij was een beetje onrustig, die vader, over zijn dochter, dat ze over tijd was ... ten minste in die zin dan … [gniffel] en eh … ja, u mag er ook gerust een grap tussen deze zware dingen door gooien, waarom niet hè? Je moet niet helemaal verernsten … tier is ernst, daar moet je niet helemaal in omkomen. Dus … daar kwamen drie wielrijdertjes. Hij stond voor de deur, dus op zijn dochter te wachten, hij keek in noordelijke richting, en toen zag ie uit westelijke richting, zag, of eh oostelijke richting, zag ie plotseling drie wielrijdertjes aan komen te fietsen. En die mannetjes zeg, ja ik had er nog geen erg in zegt ie, naderhand begreep ik het wel, kleine mannetjes, kleurrijk gekleed, en heel ijverig kleine eh fietsen, en die beentjes die gingen op en neer, en onder het voorbijrijden keken ze me zo vreemd aan. Maar ik begreep nog niet, zegt Koob, dat dat zó wat was! Ik keek die mannetjes nog na, ik dacht ‘Wat zijn dat toch vreemde jongetjes’, hij zag ze voor kleine jongetjes aan. En … naderhand, zegt ie, toen ging m’n licht op, want een tijdje later, toen kwamen die man- die jongetjes terug! Toen wist ik nóg van niks! Ik verwonderde me weer: die waren een tijdje weggebleven, kwamen ze weer terug! En ze fietsten weer zo ijverig en ze keken me weer aan! Ik had bij God geen erg. En toen kwam mijn dochter, even later, helemaal ontdaan. ‘Wat was er gebeurd?’ ‘Ja,’ zegt ze, ‘Ik ben daarachter aangerand, de be- poging tot aanranding! In een droge sloot! En plotseling stonden drie jongetjes om ons heen! En die man, die me aanrandde, was- schrok daar zo hevig van dat ie me losliet en op de vlucht sloeg!’ En toen begreep Koob het: de redders! Maar waren die, die reddende kabouters, reddende engelen, of waren die engelen reddende kabouters?
Beschrijving
Koob ziet uit naar zijn dochter, die laat is. Er komen drie wielrijdertjes aan, die later kabouters blijken te zien, die haar voor verkrachting hebben behoed
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
Koob   

