Hoofdtekst
Nog weer een ander verhaaltje van een weerwolf. Nu een verhaal van – dat ik opgedaan heb bij de boerin van de boerderij ‘d'n Ueland’ in Kessel-Hout.
Op Gravenhof, dus de hof van de graaf zou je hier kunnen zeggen, in Kessel, en gelegen bij de oude burcht, hield de boer daar een drietal knechten. Eén van deze drie deed z’n werk uitstekend, maar viel wat uit de toon met z’n gedrag. ’s Avonds na het eten bad de boer met z’n gezin en personeel de rozenkrans voor, dus voor z’n gezin en personeel. Doch, deze knecht bad nooit mee, en trachtte zich steeds terug te trekken. Hij bleef dan uit tot na middernacht. Men wist dan niet waar hij zich ophield. De boer spoorde zijn andere knechts aan hem eens te volgen. Hij liep de weg op langs de Maas, in de richting van Kessel-Hout-Oyen. Halfweg tussen deze gehuchten klom hij in een oude eik op de oever van de Maas en daar ontkleedde hij zich helemaal, hing de kleren in de boom, sprong zelf uit de boom, en schudde zich zoals een hond zich schudt na de regen, en veranderde op slag in een weerwolf. Op de boerderij werd beraadslaagd tussen de boer en de knechts met de kap’laan van Kessel. Er werd afgesproken dat men hem in een volgende keer zou volgen, en hem dan zijn kleren uit die boom halen, en mee te nemen. Beide knechts vreesden dat de weerwolf hen daarbij zou kunnen aanvallen. De boer zou zelf meegaan.
Hij stuurde de verdachte knecht de volgende avond met een boodschap naar Kessel-Eik om hem te beproeven. Buiten gekomen bleek het bevel – hij bleek hem niet op te volgen, en hij ging stroomaf de Maas. Hij ging dus niet naar Eik stroomop, maar stroomaf, richting Hout-Oyen weer. De boer en de knechts gingen hem na, en de boer kon daar van hetzelfde toneel ook getuige zijn. Nadat hij verdwenen was, haalden zij de kleren uit de boom en bleven ergens in de buurt op loer liggen. De weerwolf kwam na verloop van het spookuur, zowat tussen twaalf uur en één uur ’s nachts, terug, klom in de boom, en miste daar zijn kleren. Hij kroop op iedere tak rond om te zoeken en begon te jammeren: ‘Waar zijn toch mijn kleren? Geef me toch mijn kleren terug!’ De boer kon het niet langer aanhoren, en hij zei: ‘Gooi hem maar z’n hemd in de boom.’ Toen vluchtten de mannen naar huis om hem voor te blijven. De kapelaan, ook aanwezig op de boerderij, gelastte daar de veldoven gloeiend heet te stoken. Hij zocht namelijk de zakken van de knecht na en vond daarin een klein toverboekje. De knecht werd bij zijn aankomst vastgegrepen. Onder het bidden van bezweringsgebeden gooide de kapelaan het boekje in de oven. De knechts worstelde uit alle macht met zijn medeknechts om los te komen, en riep: ‘Mijn boekje! Geef me mijn boekje terug!’ Daarbij stak hij zelfs zijn hand in de oven, en het leek erop dat hij er zelf in had willen kruipen, doch ze hielden hem stevig vast. Toen echter het boekje verbrand was, tot as, verzuchtte hij: ‘Gelukkig, nu ben ik van de vertovering verlost.’ Hij leidde verder een voorbeeldig leven en diende nog zeer lang op Gravenhof.
Op Gravenhof, dus de hof van de graaf zou je hier kunnen zeggen, in Kessel, en gelegen bij de oude burcht, hield de boer daar een drietal knechten. Eén van deze drie deed z’n werk uitstekend, maar viel wat uit de toon met z’n gedrag. ’s Avonds na het eten bad de boer met z’n gezin en personeel de rozenkrans voor, dus voor z’n gezin en personeel. Doch, deze knecht bad nooit mee, en trachtte zich steeds terug te trekken. Hij bleef dan uit tot na middernacht. Men wist dan niet waar hij zich ophield. De boer spoorde zijn andere knechts aan hem eens te volgen. Hij liep de weg op langs de Maas, in de richting van Kessel-Hout-Oyen. Halfweg tussen deze gehuchten klom hij in een oude eik op de oever van de Maas en daar ontkleedde hij zich helemaal, hing de kleren in de boom, sprong zelf uit de boom, en schudde zich zoals een hond zich schudt na de regen, en veranderde op slag in een weerwolf. Op de boerderij werd beraadslaagd tussen de boer en de knechts met de kap’laan van Kessel. Er werd afgesproken dat men hem in een volgende keer zou volgen, en hem dan zijn kleren uit die boom halen, en mee te nemen. Beide knechts vreesden dat de weerwolf hen daarbij zou kunnen aanvallen. De boer zou zelf meegaan.
Hij stuurde de verdachte knecht de volgende avond met een boodschap naar Kessel-Eik om hem te beproeven. Buiten gekomen bleek het bevel – hij bleek hem niet op te volgen, en hij ging stroomaf de Maas. Hij ging dus niet naar Eik stroomop, maar stroomaf, richting Hout-Oyen weer. De boer en de knechts gingen hem na, en de boer kon daar van hetzelfde toneel ook getuige zijn. Nadat hij verdwenen was, haalden zij de kleren uit de boom en bleven ergens in de buurt op loer liggen. De weerwolf kwam na verloop van het spookuur, zowat tussen twaalf uur en één uur ’s nachts, terug, klom in de boom, en miste daar zijn kleren. Hij kroop op iedere tak rond om te zoeken en begon te jammeren: ‘Waar zijn toch mijn kleren? Geef me toch mijn kleren terug!’ De boer kon het niet langer aanhoren, en hij zei: ‘Gooi hem maar z’n hemd in de boom.’ Toen vluchtten de mannen naar huis om hem voor te blijven. De kapelaan, ook aanwezig op de boerderij, gelastte daar de veldoven gloeiend heet te stoken. Hij zocht namelijk de zakken van de knecht na en vond daarin een klein toverboekje. De knecht werd bij zijn aankomst vastgegrepen. Onder het bidden van bezweringsgebeden gooide de kapelaan het boekje in de oven. De knechts worstelde uit alle macht met zijn medeknechts om los te komen, en riep: ‘Mijn boekje! Geef me mijn boekje terug!’ Daarbij stak hij zelfs zijn hand in de oven, en het leek erop dat hij er zelf in had willen kruipen, doch ze hielden hem stevig vast. Toen echter het boekje verbrand was, tot as, verzuchtte hij: ‘Gelukkig, nu ben ik van de vertovering verlost.’ Hij leidde verder een voorbeeldig leven en diende nog zeer lang op Gravenhof.
Onderwerp
SINSAG 0753 - Zaubermacht gebrochen; Geistlicher verbrennt Zauberbuch.   
Beschrijving
Op Gravenhof in Kessel hield een boer een drietal knechten. Eén van deze drie deed z’n werk uitstekend, maar viel wat uit de toon met z’n gedrag: hij bad ’s avonds na het eten nooit mee en trok zich in plaats daarvan terug. Niemand wist waar hij dan uithing. De boer gaf toen zijn twee andere knechten de opdracht om uit te zoeken wat de derde knecht op dat soort momenten uitvoerde. De derde knecht bleek een weerwolf te zijn, die voor zijn gedaantewisseling op de Maasoever zijn kleren in een holle eik verstopte. In overleg met de kapelaan besloot de boer daarop hem een volgende keer zelf te volgen, samen met zijn knechten, en dan de kleren van de knecht uit de holle eik te halen. Zo geschiedde, en terug op de boerderij wachtten de boer, zijn twee knechten en de kapelaan de derde knecht op. In de kleren van de knecht had de kapelaan intussen een toverboekje gevonden. De derde knecht kwam binnen en probeerde zijn toverboekje, dat de kapelaan onder het bidden van bezweringsgebeden aan het verbranden was in een veldoven, nog te redden, maar hij werd tegengehouden. Toen het toverboekje eenmaal tot as was verbrand, verzuchtte de derde knecht: ‘Gelukkig, nu ben ik van de vertovering verlost.’ Hij leidde verder een voorbeeldig leven en diende nog zeer lang op Gravenhof.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Motief
D113.1 - Transformation: man to wolf.   
D113.1.1 - Werwolf.   
Naam Locatie in Tekst
Kessel   
Kessel-Hout   
Kessel-Hout-Oyen   
Kessel-Eik   
Plaats van Handelen
Kessel   

