Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_018_09

Een sage (mondeling), 1976

Hoofdtekst

Het ‘door de maar gereden worden’: men zou het in het Nederlands dus bloot af kunnen vertalen door ‘nachtmerries krijgen’. Zo is er een aardig verhaaltje van een eerste buurman van ons in m’n jeugd. We woonden in een hele oude boerderij aan het Gehucht Einde in Helden, en daarlangs woonde Doeressen Driekske, en Doeressen Driekske was – die kan ik me zo voorstellen, was toen al een heel oud maar heel vrolijk en pittig mannetje, met veel levenskracht en die altijd humoristisch bekeek. Doeressen Driekske die had nog een broer bij zich, Pierke, en die was dus later ongetrouwd bij hem gebleven, dus die was er toen al bij in die tijd dat ik dus die mensen heb leren kennen, maar nou is dat verhaal wat ik hier vertel, dat is dus van mijn ouders, als ik het goed heb, dat weet ik nog niet eens zeker.

Doeressen Driekske dus, in zijn jeugd, sliep met zijn broer Pierke, toen ze als kinderen dus daar thuis waren in een heel oud boerderijtje, in een klein kamertje, in een bedkoets, in [?]. In hun angst voor de donkere nacht trokken ze de deuren van die bedkoets achter zich dicht. Soms konden ze dan de slaap niet vatten, en het was alsof er een duistere dreiging boven hen hing. Op een keer dat hun oren aldus weer op scherp gesteld stonden, hoorden ze licht gekrabbel aan de klompen die ze onder de – voor dat bed hadden staan. Daarna leek het of er iets tegen hun bedplanken opliep. Ze kregen beiden het gevoel of er een zwaar wezen op hun lichaam sprong, dat hun borst en keel zodanig beklemde dat ze in ademnood geraakten. Toen, op hun gesmoord gekrijs, hun ouders bij hun bed kwamen, dus opgestaan waren en bij hun bed kwamen, en de deuren van die koets openden, pakten ze – ze pakten ze hun kinderen op en droegen hen wat rond om hen te sussen voor hun angst, en dan week die beklemming.

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

Beschrijving

Doeressen Driekske, de vroegere buurman van de verteller, sliep in zijn jeugd met zijn broer Pierke in een bedkoets. In hun angst voor de donkere nacht trokken ze de deuren van die bedkoets achter zich dicht. Soms konden ze dan de slaap niet vatten, en het was alsof er een duistere dreiging boven hen hing. Ze kregen beiden het gevoel of er een zwaar wezen op hun lichaam sprong, dat hun borst en keel zodanig beklemde dat ze in ademnood geraakten. Als hun ouders hun dan kwamen troosten, week die beklemming weer.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Motief

Naam Overig in Tekst

Doeressen Driekske    Doeressen Driekske   

Pierke    Pierke   

Naam Locatie in Tekst

Helden    Helden   

Gehucht Einde    Gehucht Einde   

Plaats van Handelen

Helden    Helden