Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_019_02a-d

Een sage (mondeling), december 1976

Hoofdtekst

Nu werd men niet alleen genezen door spreuken, want als deze spreuken niet hielpen, en dat gebeurde nog weleens, dan had men nog wel andere mogelijkheden.

Wat deed men bijvoorbeeld tegen kiespijn? Dus nou komen de gewone huis-, tuin- en keukenmiddeltjes, hè. Wel, het is een beetje luguber, maar men nam dan een spijker, en peuterde hiermee net zo lang in de kies tot er bloed uit kwam. Dat doet nu men nu nog, hè.

[Interviewer] Jazeker.

Dat doet men nu nog. Hè, maar dat helpt dan ook wel, hè, effe, omdat die pijn van die spijker doet pijner als de – doet meer pijn als die kiespijn, dus even helpt het, maar dan komt het weer terug. Maar om het nou niet terug te laten komen deed men dat vroeger anders. Men nam dan die spijker, en dan sloeg die spijker in een boom, en zo werd dan de kiespijn via de spijker op de boom overgedragen.

Ook bij reumatiek kwam men vroeger de raarste dingen tegen. Ouden van dagen zullen het zich nog zeker herinneren dat het dragen van een ijzeren ring vroeger een probaat middel was. De ring moest dan wel afkomstig zijn van een doodskist. En hoeveel mensen zijn er nu nog die een kastanje in hun zak dragen? Of een zakje met zwavel om de hals doen, met een geldstukje erin, of een draad sajet om het lichaam binden? En heel veelvuldig komt op den dag van vandaag nog voor, een kat mee naar bed te nemen. Allemaal ter genezing van reumatiek.

Eerst dat begraven. Dat kon men op twee manieren. Eén manier was om een touwtje te nemen en dat touwtje enige minuten, kruislings natuurlijk weer, op de wrat te leggen. Dan moest men het touwtje in de grond stoppen, en als het touwtje dan verteerd was, was ook de wrat of de wratten verdwenen.

Een heel eigenaardige manier heb ik nog – mochten – mochten ontdekken, een beetje luguber nogal, maar moest toch heel probaat zijn. Dan ging men langs de weg staan, en hier komt weer een rijmpje bij te pas, dan ging men langs de weg staan, en als er dan een lijkwagen voorbijkwam, en – terwijl die lijkwagen voorbijkwam, en de kerkklokken begonnen te luiden, dan moest men zeggen:

‘Dode, die gaat naar het graf,
neem mij toch mijn wratten af.
Gij zult in de grond vergaan,
en het is met mijn wratten gedaan.’

[Interviewer] Dus er is ook een vorm van wratten…

… begraven?

[Interviewer] Ja. Aansluitend daarop herinner ik mij een verhaal van een man die wratten had afgekocht, en toen hij stierf, toen bleek het dat zijn zitvlak vol met de gekochte wratten zat. Dus dat komt een beetje overeen met dit verhaal van u hier.

Ja, ja. Zou wel eens kunnen ja. Het was natuurlijk nog beter als men de kans krieg om – om – om met – met de – de hand waar die wratten op zaten langs – langs de – langs de kist te – te wrijven, dat was nog beter natuurlijk.

Er was nog een andere mogelijkheid als zo’n lijkwagen voorbijkwam, dan kon zo’n man ook de handen wassen in stromend water, dus de kraan even openzetten als de lijkwagen voorbijkwam, en dan moest hij terwijl hij zijn handen waste in dat stromend water, moest hij zeggen:

‘Verga als doden in hun graf,
wratten, wratten, ik was u af.’

Was ook een middeltje om wratten te laten verdwijnen. Hieruit ziet men dat een met wratten gezegend persoon heel wat van een dode verwachtte om van wratten af te komen. Zo zei men ook, dat wratten verdwenen als men de handen waste in hetzelfde zeepsop als waarmee de dode gewassen was. Ook de wratten bedekken met gewijde aarde, of met de wrat langs een kerkhofmuur strijken, was een probaat middel. Waarom dat – nou eens die wrat nou zo – in verband staat met die dood zo veelvuldiger, dat kan ik ook niet verklaren.

[Interviewer] Nee, dat begrijp ik ook niet erg.

Weet ik ook niet. Heel belangrijke rol speelde vroeger, bij wratten, de – de maan. Dus we hebben het echt niet over – over – over middeltjes om wratten kwijt te raken, maar echt de… De maan speelde vroeger een heel belangrijke rol bij het verdrijven van de wratten. Zo meende men vroeger dat wratten verdwenen als men de handen waste bij het licht van de maan. Bij afnemende maan moesten de handen gewassen worden in regenwater. Bij volle maan was de methode weer iets anders. Dan moesten de handen gewassen worden in een stenen pot die vanbinnen mooi glad was. Onder het wassen moest men dan naar de maan kijken, en men mocht daarbij niet met de ogen knipperen. Ook kon men met een trouwring over de wratten wrijven in de richting van de maan. Daarbij moest men dan de volgende spreuk zeggen:

‘Volle maan,
ik wil geen wratten meer hebben.’

Allemaal heel eenvoudige middeltjes om van wratten af te komen. Zeer algemeen bekend is de mogelijkheid, en dat heeft die man straks zo mooi verteld, is de mogelijkheid om wratten te verkopen, en ook heden ten dage komt dat verkopen van wratten nog veelvuldig voort. Er zijn nog diverse mensen die op den dag van vandaag wratten opkopen. Vroeger ging men hiervoor naar de bekende pintjesmeester, en die kocht dan voor een paar centen de wratten op. Dus hier kwam helemaal geen zilver bij te pas, in tegenstelling met het verhaal van… die…

[Interviewer] … meneer De Beel.

Ja, meneer De Beel.

En tot slot wil ik nog noemen: het blikken van wratten met nuchter speeksel, het bestrijken van wratten met een stukkje spek, of met een halve ongekookte aardappel…

[Interviewer] … of de binnenkant van een mooie tuinboon.

Binnenkant van een mooie tuinboon, en met iedere dag de wratten insmeren met een stukje krijt, en zo gauw dat krijt eraf is, weer opnieuw insmeren met krijt, dan raakt men ook de –

[Interviewer] En dat nuchter spugen, noemde u ook, hè?

Nuchter speeksel, ja.

[Interviewer] Nuchter speeksel, ja.

Ja, nuchter speeksel is in de volksgeneeskunde toch het ergste.

[Interviewer] Nou, alsjeblieft, ik weet van vroeger ook hoor, dat deden wij zelf thuis ook, met nuchter speeksel, en dan ook als het kon bij maan – bij de maan, deden wij zelf ook thuis, gek genoeg, wreef je eroverheen.

Ja, maar ik wou nu graag van die wratten afstappen, als u wilt. [?]

[Interviewer] Prima. Hebt u een andere aantrekkelijke ziekte?

Nou, aantrekkelijke ziektes zijn er natuurlijk niet, maar…

Ik zou nog even over willen stappen naar het genezen van mensen die koorts hebben. Hè, daar zijn ook wel het een en ander bij te doen. Koorts is het gevolg van ziek zijn. Verdwijnt de koorts, dan is ook de ziekte verdwenen – zo althans redeneerde men vroeger. Men kende vroeger geen pilletjes, poeder, of andere tastbare middelen om koorts te doen verdwijnen. Ten minste, voor zover ik weet, kan ik ze niet. Wel kon men de koorts overdragen. Men kon de koorts ook verbranden, ze verdrinken, verkopen, verbannen, begraven, weggeven – allemaal mogelijkheden om de koorts te doen verdwijnen.

Dat overdragen van de koorts, dat kon men op diverse manieren doen. De meest gebruikte manier was het overdragen op een boom. Meestal een eik, omdat een eik groot en sterk is en tegen een stootje kan, want andere bomen die gingen dood als men een flinke koorts op hen overbracht. Het overbrengen van de koorts op een eik ging dan als volgt. Men maakte op de een of andere manier – hoe deed er niet toe – een gat in de bast van de eik. Daarna werden de haren van een koortslijder afgeknipt, evenals de nagels van de vingers. De haren en de nagels werden dan in een stuk papier gedraaid en hierop werd dan de naam van de koortslijder geschreven. Daarna ging men naar de boom en duwde het papier met haren en nagels in het gat van de bast. Langzaam verdween dan de koorts uit het lichaam van de lijder en ging over op de boom. Deed men dit nu bij een andere boom, dan verdween de koorts ook wel, maar zoals gezegd: de boom ging dan dood, want naarmate de koorts bij de koortslijder verdween, begon de boom steeds meer te trillen totdat hij geheel zwart geworden was, en als de koorts dan geheel verdwenen was, was de boom dood.

Men kon de koorts ook overdragen op een kikker.

[Interviewer] Mag ik nog even over die – over die boom? Ik heb namelijk ook een verhaal waarbij die boom niet doodgaat, maar waarbij – dat was dan met een vlier – dat de – dat je de ziekte daaraan overdroeg, en wanneer de boom doodging, dan zou je er aan dood gegaan zijn zelf ook, en als die boom in leven bleef, dan was je wel ernstig ziek geweest, maar zou je er niet aan dood gegaan zijn.

Oh, nee, dat ken ik niet, dat ken ik niet, dat verhaal. Ik ken – ik heb – ik heb dus wel het verhaal dat men dus de – de – de ziekte weer, de koorts weer terugkeeg – kreeg als men omkeek op weg naar huis, bij wijze van spreken.

Zoals gezegd kon men de koorts ook overdragen op een kikker. De koortslijder moest dan net zo lang een kikker in de vuist van de hand houden tot het beestje stierf. Op hetzelfde moment dat het beestje stierf was ook de koorts verdwenen. Ook was het mogelijk om de koorts te verbranden. Men veegde dan het zweet van het voorhoofd van de lijder en dit deed men met een katoenen of een linnen lapje. Daarna werd dit lapje in het vuur geworpen, en als nu het lapje geheel verbrand was, dan was ook de koorts verdwenen. Eigenlijk allemaal heel symbolische middelen die men hiervoor gebruikte. En dan kon men ook de koorts nog verdrinken, hè, men deed dan weer het zweet van de lijder met een lapje afvegen, het lapje werd dan op een turf vastgebonden en daarna in het water gegooid. Als de turf dan door het water geheel vermolmd was, dan was ook de koorts verdwenen. Tenslotte kon men de koorts ook overdragen op een stuk hout. Men legde dan een stuk hout naast de lijder in bed en deze moest dan zeggen:

‘Ik heb het warm,
ik heb het koud.
Koorts verdwijn,
in dit stuk hout.’

En soms kon men de koorts al verdrijven door te zeggen:

‘Koorts, koorts,
ik ben niet thuis.
Ga maar een naar ander huis.’

Onderwerp

TM 4302 - Volksgeneeskunde    TM 4302 - Volksgeneeskunde   

Beschrijving

Als spreuken niet hielpen, waren er ook nog andere mogelijkheden om mensen te genezen. Hier worden de huis-, tuin- en keukenmiddeltjes genoemd, en tevens een aantal (overigens rijmende) spreuken, die men gebruikte bij (achtereenvolgens) kiespijn, reumatiek, wratten en koorts.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Commentaar

De interviewer heet van zijn achternaam De Beel (andere spellingswijze mogelijk). Hij bevestigt op meerdere momenten tijdens het interview wat de verteller (Ben Janssen) zegt door tussendoor onder andere ‘Ja, ja’ te zeggen. Deze momenten zijn niet in de transcriptie opgenomen.

Een pintjesmeester is een wonderdokter.

Plaats van Handelen

Nederland    Nederland