Hoofdtekst
Daar in Westerhove, daar woonde vroeger een koster die ook de kunst verstond met een wichelroede om te gaan. Op zekere dag werd hij bij een zieke geroepen in de hoop dat hij kon ontdekken waar de ziekte vandaan kwam. Maar hoe de koster ook zocht, nergens kon die zijn instrument, de wichelroede, vinden. De koster dacht direct aan Maaike Taaike, waarschijnlijk een bijnaam, die bekendstond als een heks. Zij had ongetwijfeld de wichelroede gestolen. De koster ging daarom rechtstreeks naar het huisje van Maaike Taaike, schopte de deur open en eiste zijn wichelroede terug. Maar Maaike Taaike dacht daar natuurlijk niet aan. In tegendeel, ze dreigde de koster met de woorden: ‘als je hier nog één keer durft binnenkomen, zal je er spijt van krijgen.’ Maar de koster gaf zich zo zomaar niet gewonnen en zei: ‘ik vraag alleen mijn eigendom terug en vlug, anders breek ik je de benen.’ Toen zei Maaike Taaike met een ijskoude stem: ‘koster, je koren staat al erg mooi bij, maar dat zal niet lang meer duren’. Daar schrok de koster zo van, dat hij verslagen afdroop. Want hij wist drondersgoed wat voor kunsten een heks zoal met een wichelroede kan uithalen.
Die nacht kon de koster de slaap niet te pakken krijgen. Hij vertrouwde het niets, en na een poosje besloot hij op te staan en naar zijn land te gaan, om de verdere nacht de wacht te houden bij het goudgele en volrijpe koren dat stond te wuiven in de wind. Het was een donkere, maanloze nacht. De koster stond al enkele uren op wacht bij zijn veld, hij stak zijn zoveelste pijp op, en plotseling zag hij in het licht van zijn lucifer – die waren toen nog niet zo lang geleden uitgevonden – zag hij daar Maaike Taaike staan, met de wichelroede in haar hand. ‘Welverdraaidnogtoe’, schreeuwde de koster en sprong op Maaike Taaike af. Maar het was al te laat. Want op hetzelfde moment was Maaike Taaike verdwenen. Alleen een grote, zwarte kat, met vurige, groene ogen, sprong wel drie meter de lucht in en vloog krijsend weg. De koster pakte een grote steen en gooide die naar de kat. Of hij het dier nu wel of niet geraakt had wist hij niet. Maar op hetzelfde ogenblik, brak er zo’n hevige hagelbui los, dat in een mum van tijd het hele korenveld van de koster plat lag.
Hoe eigenaardig deze samenloop van omstandigheden was – het gooien van de steen naar de kat en de daaropvolgende hagelbui – bleek pas de volgende morgen. Want alleen het korenveld van de koster was geheel vernield. Al het andere koren stond er overal prachtig bij. En wat nog verdachter was, Maaike Taaike liep rond met een flink verband om haar pols. De koster moest haar dus toch met de steen geraakt hebben, want zij had zich de vorige avond natuurlijk snel in een zwarte kat veranderd. De koster, hoewel woedend op Maaike Taaike, heeft nooit meer geprobeerd zijn wichelroede terug te krijgen. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat Maaike Taaike nooit geen verder onheil met de wichelroede heeft aangericht, hoewel ze nog vaak van vele dingen de schuld kreeg.
Die nacht kon de koster de slaap niet te pakken krijgen. Hij vertrouwde het niets, en na een poosje besloot hij op te staan en naar zijn land te gaan, om de verdere nacht de wacht te houden bij het goudgele en volrijpe koren dat stond te wuiven in de wind. Het was een donkere, maanloze nacht. De koster stond al enkele uren op wacht bij zijn veld, hij stak zijn zoveelste pijp op, en plotseling zag hij in het licht van zijn lucifer – die waren toen nog niet zo lang geleden uitgevonden – zag hij daar Maaike Taaike staan, met de wichelroede in haar hand. ‘Welverdraaidnogtoe’, schreeuwde de koster en sprong op Maaike Taaike af. Maar het was al te laat. Want op hetzelfde moment was Maaike Taaike verdwenen. Alleen een grote, zwarte kat, met vurige, groene ogen, sprong wel drie meter de lucht in en vloog krijsend weg. De koster pakte een grote steen en gooide die naar de kat. Of hij het dier nu wel of niet geraakt had wist hij niet. Maar op hetzelfde ogenblik, brak er zo’n hevige hagelbui los, dat in een mum van tijd het hele korenveld van de koster plat lag.
Hoe eigenaardig deze samenloop van omstandigheden was – het gooien van de steen naar de kat en de daaropvolgende hagelbui – bleek pas de volgende morgen. Want alleen het korenveld van de koster was geheel vernield. Al het andere koren stond er overal prachtig bij. En wat nog verdachter was, Maaike Taaike liep rond met een flink verband om haar pols. De koster moest haar dus toch met de steen geraakt hebben, want zij had zich de vorige avond natuurlijk snel in een zwarte kat veranderd. De koster, hoewel woedend op Maaike Taaike, heeft nooit meer geprobeerd zijn wichelroede terug te krijgen. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat Maaike Taaike nooit geen verder onheil met de wichelroede heeft aangericht, hoewel ze nog vaak van vele dingen de schuld kreeg.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een koster ontdekt dat de wichelroede is gestolen door de heks Maaike Taaike. Wanneer hij naar haar huis gaat en dreigt haar benen te breken als hij zijn eigendom niet terugkrijgt, voorspelt Maaike Taaike hem dat zijn korenveld er niet lang meer mooi bij zal staan. De volgende nacht ziet de koster Maaike Taaike op zijn korenveld staan. De heks verdwijnt, maar de koster slaagt er nog wel in een steen naar een zwarte kat te gooien. Niet lang daarna is er een hevige hagelbui. De volgende ochtend is de kosters korenveld vernietigd door de hagel en loopt Maaike Taaike met verband om haar arm, op de plaats waar zij als kat door de steen werd geraakt.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
Maaike Taaike   
Naam Locatie in Tekst
Westerhoven   
Plaats van Handelen
Westerhoven   

