Hoofdtekst
Eh… nog eventjes iets over de gave die sommige mensen hadden om… om eh… bijvoorbeeld pijn te verzachten of om iets weg te werken of iets eh… te helen. Ehm… dit is niet langer als zes jaar geleden, toen was een… iemand, een familielid van me, die was met z’n paard bij de smid om te laten beslaan en dat paard dat had afschuwelijke wratten om z’n hoofd hangen. En zo erg dat ‘t ‘m geweldig hinderde bij ’t halster aandoen en bij ‘t… ’t trens en bij de teugel voeren en… en eh… ooit bloedde die wat en dan zaten d’r vliegen op en ’t was een misèrie, maar ’t was een trouw en goed werkplaat…-paard en… en, goed, die man deed ‘m niet graag weg. En toen was d’r iemand eh… waar ik het nu nog helemaal eens niet van zou verwacht hebben, een gewone boerenmens, jonger nog als ik, en eh… en eh… soms zoek je de jaren bij veel oudere mensen. En eh… toen zei die eh… tegen eh… eh… die man, tegen die… neef van me, eh…: “Wat haet d’r ‘ne lillike kop.”
“Jao,” zei m’n… m’n neef: “was ie die maar kwijt. ’t Is maar lastig.” Eh…
“Ja, za’k ze ‘m wegdoen?”
“Tja, als jij dat kunt.”
“Ja, de bis toch ‘ne geluivige miens [geluid van voorbijrijdend verkeer], zeker?”, eh… zei de betreffende persoon. Enne…
“Jazeker!” Enne… nou, ik… ik… ik… ik heb eh… me afgekeken en die man die ging naar dat paard toe en hij zei iets, dat kon ik zien, maar ik kon ’t niet horen, en hij maakte een beweging… tja, ik zou zeggen een… een… een zegenende beweging om ’t hoofd van dat paard en verder zei die niks. En toen zei eh…: “Nou, hae zal ze waal kwiet were.”
En ik höb… ’k had de man veertien dagen niet gezien met z’n paard en dan kom ik weer ‘ns ’ne keer bij ’m en toen had hij het paard niet bij zich en toen zei ik: “En? Wie is ’t met ’t paerd?”
“Ja,” zaet ‘r, “ich höb neet gezeen wie d’r ze kwiet waor, maar iergistermorgen, wie ich ‘m ging voren, had d’r gèn wratte mier.”
[gnuif]
Dit is waar gebeurd.
“Jao,” zei m’n… m’n neef: “was ie die maar kwijt. ’t Is maar lastig.” Eh…
“Ja, za’k ze ‘m wegdoen?”
“Tja, als jij dat kunt.”
“Ja, de bis toch ‘ne geluivige miens [geluid van voorbijrijdend verkeer], zeker?”, eh… zei de betreffende persoon. Enne…
“Jazeker!” Enne… nou, ik… ik… ik… ik heb eh… me afgekeken en die man die ging naar dat paard toe en hij zei iets, dat kon ik zien, maar ik kon ’t niet horen, en hij maakte een beweging… tja, ik zou zeggen een… een… een zegenende beweging om ’t hoofd van dat paard en verder zei die niks. En toen zei eh…: “Nou, hae zal ze waal kwiet were.”
En ik höb… ’k had de man veertien dagen niet gezien met z’n paard en dan kom ik weer ‘ns ’ne keer bij ’m en toen had hij het paard niet bij zich en toen zei ik: “En? Wie is ’t met ’t paerd?”
“Ja,” zaet ‘r, “ich höb neet gezeen wie d’r ze kwiet waor, maar iergistermorgen, wie ich ‘m ging voren, had d’r gèn wratte mier.”
[gnuif]
Dit is waar gebeurd.
Onderwerp
TM 3102 - Belezer geneest mens of dier   
TM 4302 - Volksgeneeskunde   
Beschrijving
Een man had een paard met vreselijke wratten op het hoofd. De wratten waren lastig bij het halster aandoen e.d., maar de man wilde het paard niet wegdoen, omdat het een goed en trouw werkpaard was.
Bij de smid ontmoette de eigenaar van het paard een man die vroeg of hij de wratten weg moest halen. De eigenaar van het paard was toch een gelovig man? Jazeker, dat was hij. De andere man zei iets en maakte een zegenende beweging om het hoofd van het paard.
Veertien dagen later waren de wratten verdwenen.
Bij de smid ontmoette de eigenaar van het paard een man die vroeg of hij de wratten weg moest halen. De eigenaar van het paard was toch een gelovig man? Jazeker, dat was hij. De andere man zei iets en maakte een zegenende beweging om het hoofd van het paard.
Veertien dagen later waren de wratten verdwenen.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

