Hoofdtekst
Er leefde eens een graaf in Oostenrijk die veel goud en zilver had. Eens brak er oorlog uit, de graaf laadde alles op dertig kameelen en trok ten strijdde. Maar de graaf verloor de slag, ook zijn goud en zilver. De opperkok redde alleen nog maar een ketel en een stuk vleesch. "Wel, mijnheer de graaf, dit zal ik lekker voor u braden," zei de kok. Hij deedt het, maar toen hij even weg was, kwam er een hond aan, die het vleesch wilde weg pakken. Daar kwam juist de kok aan. De hond liep hard weg, maar het keteltje met het vleesch er in bleef aan zijn hals hangen. Dit vertelde de kok aan zijn meester en deze zei lachend: "Gister konden dertig kameelen mijn keuken bijna niet dragen, en nu loopt er een hond mee weg."
Beschrijving
Een graaf in Oostenrijk is heel erg rijk. Op een dag wordt het echter oorlog en verliest hij alles. Alleen een ketel en een stuk vlees heeft de kok kunnen redden. Wanneer hij dit echter gaar wil braden, gaat een hond er vandoor met de ketel en het stuk vlees.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
februari 1894
verteld door vriend Antonius Wilner
Naam Locatie in Tekst
Oostenrijk   
Plaats van Handelen
(Oostenrijk)   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
